Verordening reintegratie en participatie Peel en MaasPEEL EN MAASGelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethoudersGezien de behandeling in de gezamenlijke raadsvergadering van 7 december 2009Gelet op het bepaalde in artikel 147 en 149 van de Gemeentewet.Gelet op de artikelen 7 en 8 en 10, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34,35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 24,35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers,Gelet op de EG-verordening de minimissteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang bij het opstellen van de gemeentelijke re-integratieverordeningen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (verzamelcirculaire SZW, april 2004),Vast te stellen de volgende verordening:Verordening re-integratie en participatie gemeente Peel en Maas Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de gemeentewet. 2In deze verordening wordt verstaan onder: de wet : de Wet werk en bijstand; IOAW : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; IOAZ : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; Bbz 2004 : Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; College : het college van burgemeester en wethouders; Uitkeringsgerechtigde : degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de Wet, de IOAW of de IOAZ; Anw-er : persoon die een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf.; Niet-uitkeringsgerechtigde(Nugger) : : persoon als bedoeld in artikel 6, onder a, van de Wet, Belanghebbende : persoon aan wie op grond van artikel 10 van de Wet door het college ondersteuning kan worden geboden; Voorziening : een voorziening zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a., van de Wet. Een instrument binnen een persoonlijk ontwikkelingsplan dat ingezet wordt gericht op arbeidsinschakeling en sociale activering. Persoonlijk ontwikkelingsplan : een‘ontwikkelingscontract’ tussen belanghebbende en de gemeente. Ambities van belanghebbende en doelen in kader van arbeidsinschakeling en sociale activering worden op elkaar afgestemd. Hoofdstuk2Beleid en financiën Artikel2Aanspraak op ondersteuning 1Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers evenals personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en sociale activering op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling en sociale activering. 2Anw-ers, Nuggers, evenals belanghebbenden hebben geen recht op ondersteuning indien er een voorliggende voorziening is welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling en sociale activering van belanghebbende. 3Mensen met een arbeidshandicap, WIA,WSW en Wajong, voor zover er naar het oordeel van het college geen of onvoldoende voorliggende voorzieningen aanwezig zijn. Artikel3Verplichtingen van de deelnemer 1Een persoon die gebruik maakt van een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet, de IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, evenals aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 2Een uitkeringsgerechtigde met een WWB, IOAW of IOAZ uitkering die door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 3Indien een uitkeringsgerechtigde met een WWB, IOAW of IOAZ uitkering die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 4Indien een belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, zijn verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden, niet of onvoldoende nakomt, kunnen de voor deze belanghebbende in het kader van de voorziening gemaakte kosten door het college worden teruggevorderd. Artikel4Budget- en subsidieplafond 1Het college kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel5Algemene bepalingen over voorzieningen 1Het college kan, in aanvulling op de voorschriften die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere voorschriften verbinden. 2Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen nadere regels stellen. Artikel6Vorm van de voorziening 1Onder voorzieningen worden verstaan de door het college noodzakelijk geachte voorzieningen zoals onder meer: medisch en/of arbeidskundig onderzoek, diagnose, sociale activering, vrijwilligerswerk, scholing, stages, werkervaring, detachering, loonkostensubsidies, voorbereidingskosten en begeleiding in het kader van de Bbz -regeling voor het starten van een eigen onderneming, begeleiding, bemiddeling, kinderopvang, schuldhulpverlening en nazorg. 2Voorzieningen kunnen separaat of gecombineerd worden ingezet. Dit wordt vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan. 3Belanghebbende heeft recht op een second opinion ten aanzien van het persoonlijk ontwikkelingsplan. 4Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet niet nakomt; indien de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de Wet; indien de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling en/of sociale activering. Artikel7Onderzoek Het college kan voordat besloten wordt tot de inzet van voorzieningen voortvloeiend uit het persoonlijk ontwikkelingsplan, een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van de voorzieningen of andere vormen van begeleiding. Hoofdstuk4Inkomensvrijlating, premies, onkostenvergoeding Artikel8Inkomstenvrijlating Bij de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde geldende bijstandsnorm en de arbeid naar oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling, vindt vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder o. van de Wet. Artikel9Premie 1Het college kan aan personen een premie toekennen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder j. van de Wet. 2Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels vast over de hoogte van de in lid 1 bedoelde premie en de voorwaarden waaronder deze wordt verstrekt. Artikel10Overige vergoedingen 1Het college kan aan de persoon die aan de voorziening deelneemt, een bijdrage in de kosten van arbeidsinschakeling en sociale activering verstrekken. 2Het college stelt nadere regels vast over het toekennen van de in lid 1 bedoelde vergoedingen. Hoofdstuk5Overgangs- en slotbepalingen Artikel11Hardheidsclausule In gevallen waarin deze verordening en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen niet voorzien of indien toepassing van deze verordening en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen leiden tot onbillijkheid van overwegende aard kan het college daarvan afwijken. Artikel12Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Re-integratie en participatie gemeente Peel en Maas”. Artikel13Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1De verordening re-integratie en participatie, zoals vastgesteld door:de raad van Helden op 21 april 2008,de raad van Kessel op 21 april 2008,de raad van Maasbree op 1 april 2008,de raad van Meijel op 31 maart 2008 wordt ingetrokken, 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking. 3Deze verordening werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.