Toeslagenverordening WIJ 2011 HOOFDSTUK1.Algemene bepalingen Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ); gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de WIJ; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; woonkosten: indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; verzorgingsbehoevende: degene die zonder verzorging zou zijn aangewezen op opname in een instelling ter verzorging of verpleging; verzorgende: degene die de verzorgingsbehoevende verzorgt; schoolverlater: de jongere die 6 maanden voorafgaande de deelname aan onderwijs of een beroepsopleiding heeft beëindigd; dak- of thuisloze: persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats. Artikel2Categorie De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn. HOOFDSTUK2.Criteria voor het verhogen van de norm Artikel3.Toeslagen 1.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, juncto artikel 35 2e lid sub a van de WIJ bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen. 2.De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen. 3.Voor de toepassing van dit artikel worden verzorgingsbehoevenden en verzorgenden, tussen wie een eerste- of tweedegraads bloedverwantschap bestaat, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 4.Een dak- of thuisloze heeft geen recht op een toeslag. HOOFDSTUK
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.