Uitvoeringsregeling Wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen 2005Uitvoeringsregeling Wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen 2005 Inhoudsopgave: 1 Aantreffen foutief geparkeerd voertuig Algemeen Noodzaak Actie Waarnemingstijd 2 Zaakwaarneming en kosten 3 Toepassing procedure Schade noteren Geen Mulder-traject na wegslepen Sleepfasen en kosten De kosten van wegslepen 4 Bewaren van voertuigen Aanvang van het bewaren Plaats van het bewaren Procedure 5 Teruggave van voertuigen Voorwaarden tot teruggave Betaling kosten Aan wie teruggeven? Teruggave weggesleept voertuig Niet afgehaalde voertuigen Betaling kosten van wegslepen, bewaren en verkoop bij voertuig met een lage taxatiewaarde Procedure teruggave 6 Bewaringsregister Inschrijven in bewaringsregister Bewaren gegevens Verstrekken gegevens De bewaarder 7 Besluit tot toepassing bestuursdwang en proces-verbaal van meevoeren en opslaan Karakter bestuursdwang Karakter proces-verbaal meevoeren en opslaan Bezwaar- en beroepsmogelijkheid 8 Andere wegsleepgevallen 1. Aantreffen foutief geparkeerd voertuig Algemeen De procedure betreffende de wegsleepverordening start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt mede verstaan: fietsen, bromfietsen, scooters, invalidenvoertuigen, vrachtauto’s, bussen en aanhangwagens. De eerste afweging, die dan moet worden gemaakt, is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria: door de wijze van parkeren wordt de veiligheid op de weg in gevaar gebracht en/of door de wijze van parkeren wordt de vrijheid van het verkeer belemmerd en/of er wordt geparkeerd op één van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in het Besluit wegslepen van voertuigen en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is. Uit de woorden “en/of” blijkt dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van meerdere criteria, die de situatie wegsleepwaardig maken. Eén van de criteria is echter voldoende om de wegsleepverordening te kunnen toepassen Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c. van de Wegenverkeerswet 1994, juncto artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, juncto artikel 2 van de wegsleepverordening gemeente Houten 2005, kan van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden weggesleept: wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage I bij het RVV 1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven: de categorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, of het parkeren op bepaalde dagen of uren is verboden; taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage 1 bij het RVV 1990; gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990; . parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage I bij het RVV 1990; voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord Cl van bijlage bij het RVV 1990. Noodzaak Wellicht ten overvloede wordt nog vermeld, dat het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, in beginsel voldoende is om de wegsleepverordening toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur ’s nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (het houden van een weekmarkt op die dag bijvoorbeeld), niet noodzakelijk. Actie Alleen een executieve politieambtenaar en de parkeercontroleur in dienst bij de gemeente zijn bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Zodra de overtreding is geconstateerd overlegt de executieve politieambtenaar of de genoemde parkeercontroleur met de verkeerscoördinator of bij diens afwezigheid met de operationeel commandant of er sprake is van een wegsleepwaardige situatie. Dit is noodzakelijk in verband met de vereiste uniformiteit en zorgvuldigheid in optreden. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de Concept-Uitvoeringsregeling Wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen in gang worden gezet. Deze procedure wordt hierna beschreven. Waarnemingstijd Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn. Verbod stil te staan; Voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. Parkeerverboden; Bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel voordat er kan worden geconstateerd dat er sprake is van parkeren. Parkeren op laad- en loshavens; Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren. 2. Zaakwaarneming en kosten Bij een aanrijding of diefstal is er sprake van het BERGEN van een voertuig. De verzekeraarhulpdienst verzorgt dit bergen. 99% van de verzekeringsmaatschappijen vergoeden de kosten hiervan. Indien het voertuig niet (WA) is verzekerd, betaalt de opdrachtgever. Het veiligstellen van een voertuig na inbraak (verbrokken ruit e.d.) valt vaak ook onder deze regeling. Bij twijfel kan de verkeerscoördinator of bij diens afwezigheid met de operationeel commandant van politie van het politiedistrict Lekstroom van de politie, regio Utrecht, worden geraadpleegd. 3. Toepassing procedure De executieve politieambtenaar of de parkeercontroleur in dienst van de gemeente (hierna: “de bevoegde functionaris”) schakelt bij een wegsleepwaardige situatie via de meldkamer het takel- en bergingsbedrijf in. De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de takelwagen. Na de komst van de takelwagen maakt het personeel van het takel- en bergingsbedrijf een direct klaar-foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hierdoor kan het nodig zijn enkele foto’s te maken. De foto c.q. foto’s worden in het bewaringsregister opgenomen. Het personeel van het takel- en bergingsbedrijf overhandigt een blanco exemplaar van het Besluit tot toepassing van bestuursdwang aan de bevoegde functionaris die het formulier vervolgens ter plaats volledig invult. Eén doorslag neemt de bevoegde functionaris mee naar het bureau waar hij zo spoedig mogelijk na het wegslepen een mutatie maakt van hetgeen heeft plaatsgevonden in BPS. Het origineel en de twee andere doorslagen neemt het personeel van het takel- en bergingsbedrijf mee, waarna zij één exemplaar sturen naar de gemeente en één exemplaar hechten aan het bewaringsregister. Het origineel is bestemd voor de eigenaar/houder of gemachtigde van het voertuig. Het personeel van het takel- en bergingsbedrijf vult alvorens de werkzaamheden voorafgaande aan het meevoeren te starten ter plaatse het Proces-verbaal van meevoeren en opslaan in. Dit document wordt ondertekend door een medewerker van het takel- en bergingsbedrijf (namens de directeur van dit bedrijf) en de bevoegde functionaris. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het takel- en bergingsbedrijf het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden eveneens ingevuld op het Proces-verbaal van meevoeren en opslaan. Het Proces-verbaal van meevoeren en opslaan wordt opgenomen in het bewaringsregister. Voor het in bewaring stellen van het voertuig bij een voorlopige maatregel of buitengebruikstelling op grond van de 'wet Mulder' gelden aparte regelingen met betrekking tot de administratieve afhandeling. Schade noteren In verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172, lid 8, WVW 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op aanwezige schade. De schade wordt genoteerd in het Proces-verbaal van meevoeren en opslaan. Ook schade, die wordt veroorzaakt tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet worden genoteerd. Geen Mulder-traject na wegslepen De wetgever zet in de memorie van toelichting uiteen, dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder, kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voertuig al genoeg "gestraft" is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er in feite geen sprake is van straffen. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging, niet het bestraffen van de bestuurder. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang wel met hoge kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren. Hierin kan aanleiding worden gevonden van een strafrechtelijk of administratiefrechtelijk vervolg af te zien. Het Openbaar Ministerie heeft met de gemeente Utrecht de afspraak gemaakt dat er behalve in de gevallen dat er gevaarlijk, hinderlijk of geparkeerd wordt op een invalideparkeerplaats geen Mulder-sanctie wordt opgelegd. Er is nog een uitzondering waarin dat wel gebeurt. Dit betreft de situatie dat er meerdere auto’s moeten worden weggesleept om het betreffende terrein te kunnen inrichten voor de markt. In dat geval wordt op de auto’s eerst een Mulder-bon achtergelaten. Vervolgens gaat het takel- en bergingsbedrijf successievelijk de auto’s wegslepen. Op het moment dat daadwerkelijk met het wegslepen wordt begonnen, wordt de Mulder-transactie ingetrokken. Dit wordt zo gedaan om rechtsongelijkheid te voorkomen. Binnen de gemeente Houten zijn deze afspraken ook van toepassing verklaard. Sleepfasen en kosten Het wegslepen van voertuigen is te verdelen in drie fasen: Sleepfasen Fase 1 Een takelwagenis besteld. Er is sprake van een onvolledige berging indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het takelwagenter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan de voorbereiding van de overbrenging van het voertuig, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de onvolledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept. Fase 2: De takelwagen is ter plaatse en het voertuig bevindt zich op de lepel van de takelwagen en is vastgesjord. Vanaf dat moment is er sprake van een volledige berging. De eigenaar/houder/bestuurder komt ter plaatse en wil het voertuig verplaatsen. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan het overbrengen van het voertuig naar de bewaarplaats, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de volledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig weggesleept en dienen de wegsleepkosten op de bewaarplaats worden betaald. In alle andere gevallen, zal eerst aan een aantal andere voorwaarden voldaan moeten worden, anders wordt de wegsleepprocedure vervolgd (bijv. een overtreding van de WAM). Fase 3 Het voertuig is/wordt weggesleept en in bewaring gesteld.Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten: de wegsleepkosten en de kosten van bewaring. Ook zal in een aantal gevallen eerst aan andere voorwaarden moeten worden voldaan. De kosten van wegslepen Ingeval een voertuig wordt in beslag genomen en daartoe wordt weggesleept zijn de kosten geheel voor de politie. In een aantal gevallen zijn geen kosten verschuldigd. Denk hierbij aan tijdelijke bewaring in het kader van hulpverlening, bij inbeslagneming en in het kader van onder toezichtstelling Voor voertuigen die na het vrijgeven niet worden opgehaald kunnen wel bewaarkosten worden berekend. In deze gevallen zal de bewaarder per aangetekend schrijven de eigenaar /houder hiervan in kennisstellen en wordt dit vermeld in het bewaarregister. De kosten van wegslepen en in bewaring stellen zijn niet verschuldigd, indien: niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het genoemde onder 1, 2 of 3 dient rechthebbende aan te tonen door een afschrift van het vonnis c.q. uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van het rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. ATTENTIE: De bovenvermelde bedragen zijn exclusief de eventueel opgelegde of op te leggen boetes, naheffingen e.d Indien niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan, betaalt de gemeente tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden. 4. Bewaren van voertuigen Aanvang van het bewaren Het is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voertuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn vaak (verhaalbare) bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat, na het wegslepen van een voertuig in, op het moment dat het voertuig van het takelwagen is losgekoppeld op de plaats van bewaring. Plaats van het bewaren Het bewaren geschiedt op de daarvoor bestemde plaats. Deze plaats staat in de wegsleepverordening beschreven. Het beleid dient er op gericht te zijn de bewaartijd van voertuigen op de aangewezen bewaarplaats te beperken. Procedure Het voertuig wordt geplaatst op de daarvoor aangewezen plaats zoals omschreven in de wegsleepverordening. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder. Het takel- en bergingsbedrijf draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.