Obsah (4)
Artikel6Artikel15Artikel19Artikel25Wet kinderopvang; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening Kinderopvang Gemeente Meppel 1996 Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening en de daarop gebaseerde
c. kindercentrum: kinderopvang in een ruimtelijke voorziening buiten een gezinssituatie, alsmede kinderopvang binnen een gezinssituatie indien de opvang betrekking heeft op meer dan vier kinderen gelijktijdig; d.
e.
f. peuterspeelzaal: een kindercentrum uitsluitend voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij basisonderwijs kunnen volgen, met een maximale verblijfsduur van 3,5 uur per dag; g.
h.
i.
j. functionaris: 1. in een kindercentrum werkzame persoon die werkzaamheden verricht, opgenomen in de voor kinderopvang geldende CAO, en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt; 2.
k. houder: een natuurlijke rechtspersoon die een kindercentrum in stand houdt; l. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut vastgestelde norm; m. begeleider: de in een kindercentrum werkzame persoon die anders dan als functionaris belast is met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan kinderen. Artikel2Vergunningplicht
- Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, een kindercentrum open te stellen of te houden.
- Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel3Weigering en ontheffing
- Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt voldaan aan de kwaliteitsregels die in hoofdstuk 2 van deze verordening worden gesteld.
- In afwijking van lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de voorschriften in artikel 17 en de op artikel 11 gebaseerde nadere regels. Artikel4Voorschriften en beperkingen
- Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
- Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel5Behandeling aanvragen
- Op in behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 Awb van toepassing. 2.
Artikel6Termijnen 1.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning of op een verzoek tot ontheffing binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag of het verzoek is ontvangen.
- Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel7Aanhouding
- Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning overeenkomstig artikel 40, lid 1 van de Woningwet.
- In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen burgemeester en wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid langer duurt dan de in artikel 6 gestelde termijnen, de beslissing op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo spoedig mogelijk na afloop van de in artikel 6 bedoelde termijn. Artikel8Duur van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf jaar. Artikel9Verplichtingen van de houder
- De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.
- De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting, verzorging en begeleiding van de kinderen van belang worden geacht.
- De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.
- De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare plaats in het kindercentrum op te hangen. Artikel10Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing
- Burgemeester en wethouders kunnen de vergunningen of ontheffingen intrekken of wijzigen: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; d. indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt; e. indien de houder dit verzoekt.
- Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke of blijvende sluiting van een kindercentrum gelasten, indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven. Hoofdstuk2KWALITEITSREGELS Artikel11Nadere regels
- Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een deugdelijke inrichting te hebben.
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen waaraan het kindercentrum, de houder en de in het kindercentrum werkzame functionarissen en begeleiders moeten voldoen. Deze regels hebben betrekking op: a. de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de kinderen; b. de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van het kindercentrum voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en hierin niet wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet; c. de aan functionarissen en begeleiders te stellen gezondheidseisen; d. de aanwezigheid van gegevens in het kindercentrum. Artikel12 Invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op het beleid van de houder De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op het beleid van de houder gewaarborgd is. Artikel13 Informatie aan ouders/verzorgers De houder van een kindercentrum of een gastouderbureau informeert de ouders/verzorgers voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk over: a. het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 15, derde lid; b. de wijze waarop klachten worden behandeld; c. de wijze waarop, overeenkomstig de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Staatsblad 1996 nr. 204), de inspraak is geregeld; d. de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt onderhouden. Artikel14De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering
- De houder van een kindercentrum moet ten behoeve van in het centrum aanwezige functionarissen, begeleiders en kinderen een passende aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering afsluiten. 2.
Artikel15Groepsgrootte en aantallen functionarissen 1.
De opvang van kinderen vindt in groepen plaats met dien verstande dat een groep van kinderen: a.
; b. in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 16 kinderen omvat, waaronder ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar; c.
. 2. Tenminste één functionaris wordt ingezet voor de verzorging en opvoeding van gelijktijdig ten hoogste: a.
; b.
; c. 6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar; d. 8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar; e.
; f. het aantal functionarissen bij een gemengde groep wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde, waarbij naar boven kan worden afgerond.
- In afwijking van lid 2 kan gedurende een beperkte tijd, doch niet meer dan anderhalf uur, na opening en voor sluiting van het kindercentrum en in bijzondere omstandigheden één functionaris minder ingezet worden, met dien verstande dat tenminste één functionaris wordt ingezet.
- Indien slechts één functionaris ingezet wordt ingevolge lid 2 of 3, wordt naast deze functionaris ten minste één volwassene ingezet ter ondersteuning van die functionaris. Artikel16Verblijfsruimte kindercentra
- Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind drie vierkante meter netto speel- werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN
- Er is een buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte minimaal vier vierkante meter per spelend kind bedraagt, bepaald overeenkomstig NEN
- 3.
. Artikel17Voorkoming verspreiding infectieziekten
- Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse leiding is belast, verboden: a. enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te vertoeven, wanneer, volgens of vanwege de directeur van de GGD, daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken, aanwezig is; b. enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a. vermelde wet aanwezig is.
- Van het in het eerste lid onder t omschreven verbod is de houder ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is uitgesloten.
- De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de bepalingen krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde wet. Artikel18Eisen aan de gastouderopvang 1.
2.
3.
Artikel19
Aantallen functionarissen per groep in een peuterspeelzaal In afwijking van artikel 15 kunnen de groepen onder leiding staan van een functionaris en een begeleider. Artikel20Verblijfsruimte peuterspeelzalen Het in artikel 16, lid 3 bepaalde geldt niet voor peuterspeelzalen. Hoofdstuk3 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel21Strafbepaling Overtreding van artikel 2 en 9 en van de kwaliteitsregels in hoofdstuk 2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Artikel22Toezicht en opsporing
- Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.
- De opsporing van de in artikel 22 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.
- De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel23Controle Burgemeester en wethouders controleren tenminste een maal per jaar de houders op naleving van de verordening. Artikel24Overgangsbepaling
Artikel25Inwerkingtreding 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- De Verordening kinderopvang gemeente Meppel 1996 vastgesteld op 12 december 1996 wordt gewijzigd door alleen de bepalingen op te nemen die betrekking hebben op de peuterspeelzalen. Artikel26Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening kinderopvang gemeente Meppel
- Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 september 2004, de griffier, de voorzitter, BijlageBijlagen