Re-integratieverordening. Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Lemsterland. De raad van de gemeente Lemsterland; gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 6 december 2010; gelet op de artikelen 7, 8, eerste en tweede lid en artikel 10, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35, 36 en 38a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikel 34, 35, 36 en 38a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemer, artikel 147 van de gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de EG-verordening nr. 800/2008 van 6 augustus 2008 en de EG-verordening 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimasteun; overwegende dat het noodzakelijk is de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling en participatie in het kader van de Wet werk en bijstand bij verordening te regelen; Besluit: vast te stellen de: Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Lemsterland Hoofdstuk 1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. WWB: de Wet werk en bijstand; b. IOAW: de wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers; c. IOAZ: de wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Zelfstandigen; d. SUWI: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen e. cliënt: persoon met het recht op een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de WWB, de IOAW of de IOAZ; f. Anw-er: persoon die een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en als werkzoekende zonder werk staat ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf g. niet-uitkeringsgerechtigde: persoon zoals bedoeld in artikel 6, lid1 sub a, van de WWB; h. voorziening: de voorziening als bedoeld in artikel 7 eerste lid, van de WWB en bij of krachtens deze verordening; i. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lemsterland; HOOFDSTUKIIVOORZIENINGEN Artikel2Opdracht aan het college 1.Het college van burgemeester en wethouders biedt aan uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, niet uitkeringsgerechtigden met een gezinsinkomen lager dan 150% van het wettelijk minimumloon, alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeids-inschakeling. Artikel 40, eerste lid, van de WWB is van overeenkomstige toepassing. 2.Het college van burgemeester en wethouders bepaalt welke voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van personen genoemd in het eerste lid, het meest doelmatig is met het oog op diens arbeidsinschakeling. Artikel3Soorten voorzieningen Het college van burgemeester en wethouders kan aan personen genoemd in artikel 2 lid 1 voorzieningen aanbieden in de vorm van׃ advies en begeleiding; scholing stages en training; bij bedrijven en instellingen; tijdelijk werk gericht op arbeidsinschakeling; gesubsidieerd werk; ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg; ondersteuning bij maatschappelijke participatie; h diagnose-instrumenten; ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang, schuldhulpverlening,onderzoeken door deskundigen en taal- en beroepsgerichte scholing. Het college kan nadere regels vaststellen over de vorm van de in het eerste lid genoemde voorzieningen en de wijze waarop deze voorzieningen worden verstrekt. De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening één keer per vier jaar, op voorstel van het college, een beleidsplan vast. Dit beleidsplan omvat in elk geval: een omschrijving van het beleid ten aanzien van de arbeidsinschakeling en de wijze waarop aandacht wordt besteed aan de verschillende doelgroepen. Artikel4.Subsidies 1.Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers, die met een persoon als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze verordening een arbeidsovereenkomst sluiten gericht op arbeidsinschakeling dan wel participatie en activering. 2.Het college kan subsidie verlenen aan een persoon als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze verordening, bedoeld voor arbeidsinschakeling 3.Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. 4.Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene subsidieverordening van toepassing. Artikel5Subsidie- en budgetplafonds 1.Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak of het recht op een specifieke voorziening. 2.Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. HOOFDSTUKIIIRECHTEN EN PLICHTEN Artikel6Aanspraak/recht op ondersteuning 1.Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, niet-uitkeringsgerechtigden, alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB, hebben recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op een naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling, indien zij er niet in slagen op eigen kracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, dan wel een beroep kunnen doen op een andere wettelijke voorziening gericht op arbeidsinschakeling of sociale activering. 2.Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening. 3.De bepalingen in deze verordening zijn ook van toepassing op personen die behoren tot de doelgroep als bedoeld in artikel 1 van de Wet participatiebudget, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar, voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor hun re-integratie, dan wel maatschappelijke participatie. Artikel7Verplichtingen van de cliënt 1.Een cliënt die deelneemt aan een voorziening is gehouden te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de IOAW, de IOAZ, de wet SUWI en deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college van burgemeester en wethouders aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 2.Indien een cliënt die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen, dan kan het college diens uitkering of inkomensvoorziening verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de WWB, IOAW, IOAZ, Afstemmingsverordening WWB 2011 en/of Maatregelenverordening IOAW en IOAZ. 3.Indien een niet-uitkeringsgerechtigde of een Anw-er, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen, kan het college van burgemeester en wethouders de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen van deze cliënt op grond van het Burgerlijk Wetboek. Artikel8Ontheffing van arbeidsplicht 1.Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat een cliënt tijdelijk geheel of gedeeltelijk ontheven is van de verplichting tot het verkrijgen en aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, alsmede van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid van deze verordening. 2.Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts verleend voor een door het college vast te stellen periode. 3.Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen. HOOFDSTUKIVALGEMENE BEPALINGEN TEN AANZIEN VAN DE VOORZIENINGEN Artikel9Uitvoering van de voorzieningen Het college van burgemeester en wethouders kan voor het verstrekken van de voorzieningen als bedoeld in deze verordening, derden inschakelen. Artikel10Beëindiging Het college van burgemeester en wethouders kan de voorziening beëindigen in het geval: een persoon als bedoel onder artikel 2 lid1 van deze verordening, die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, dan wel zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de WWB niet nakomt; een onder a. genoemde persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep behoort dan wel verhuist naar een andere gemeente; het college van burgemeester en wethouders een andere voorziening aanbiedt; de onder a. genoemde persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een adequate arbeidsinschakeling. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienstbetrekking of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 4 van deze verordening. Wanneer een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het college besluiten geen nieuwe voorziening aan te bieden aan de belanghebbende. HOOFDSTUKVSLOTBEPALINGEN Artikel11Hardheidsclausule 1.Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze verordening afwijken, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. 2.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel12Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: de Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Lemsterland
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.