← Nederland

Verordening afvalstoffenheffing Kessel 2010 (Peel en Maas)

Verordening afvalstoffenheffing Kessel 2010DE RAAD VAN DE GEMEENTE KESSEL Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2009 Gezien de behandeling in de voorbereidende raadsbijeenkomst van 7 december 2009 Gelet op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en artikel 216 en artikel 229 aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet. Vast te stellen de volgende verordening: Verordening afvalstoffenheffing Kessel 2010 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening wordt een afvalstoffenheffing geheven als vergoeding voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, klein chemisch afval en herbruikbare afvalstoffen. De inzameling wordt gedaan door de bij gemeenschappelijke regeling ingestelde Reinigingsdienst Maasland of door het college aan te wijzen derden. Artikel2Begripsomschrijvingen 1huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; 2klein chemisch afval (k.c.a.): de van particuliere huishoudens afkomstige chemische afvalstoffen; 3herbruikbare afvalstoffen: de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen afvalstoffen (o.a. oud papier, karton, glas, textiel, oud ijzer/metalen en elektrische en elektronische apparaten). Hoofdstuk2Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.1994,80). 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; degene op wiens aanvraag afval wordt opgehaald; degene die herbruikbare afvalstoffen achterlaat op één daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats. 2Voor de toepassing van het eerste lid, sub a, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaven van heffing en belastingtarief afvalstoffenheffing 1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2Als maatstaf van heffing van het in hoofdstuk 2, onderdeel 1 van de tarieventabel bedoeld gedifferentieerd gedeelte van de belasting geldt het volume van de in bruikleen verstrekte container bestemd voor de inzameling van overige huishoudelijke afvalstoffen. 3Als maatstaf van heffing van het in hoofdstuk 2, onderdeel 2 van de tarieventabel bedoeld gedifferentieerd gedeelte van de belasting geldt het aantal keren dat: een container bestemd voor de inzameling van groente-, fruit-, en tuinafval (gft) vaker dan 18 keer per belastingjaar ter lediging aan de inzameldienst wordt aangeboden; een container bestemd voor de inzameling van de overige huishoudelijke afvalstoffen vaker dan 14 keer per belastingjaar ter lediging aan de inzameldienst wordt aangeboden. 4Voor de bepaling van het in lid 3 bedoelde aantal keren dat een container ter inzameling wordt aangeboden wordt uitgegaan van de registratie door de op de inzamelauto aanwezige containerregistratieapparatuur of, indien deze apparatuur ten gevolge van een storing of een ander oorzaak niet naar behoren functioneert, door visuele herkenning en handmatige registratie door de bemanning van de inzamelauto. 5Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt of eindigt wordt het in lid 3 bedoelde aantal keren dat een container ter inzameling wordt aangeboden naar tijdgelang berekend. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks 1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend voor de in de tarieventabel genoemde bedragen tot maximaal het voor een overeenkomstig huishouden geldende tarief voor een 140 liter restcontainer en een 140 liter gft-container. Voor de in hoofdstuk 2, onderdeel 2 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk3Nadere bepalingen Artikel10Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, de tweede termijn twee maanden na de eerste termijn. 2In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet, de overige zeven termijnen telkens een maand later. 3Indien het totale bedrag van de op één aanslagbiljet vermelde aanslagen kleiner is dan veertig euro of groter dan vierduizend euro dan dient de aanslag binnen de termijnen genoemd in het eerste lid te worden voldaan. 4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing Artikel12Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1De "Verordening afvalstoffenheffing 2003" vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Kessel op 12 november 2002 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 31 december 2009. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Kessel 2010". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 december 2009 de raadsgriffier, de voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.