Uitvoeringsregeling kwalit.simpuls natuur en landschap Noord-Holland 2010Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland Gelet op artikel 136 van de Provinciewet en artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied; Gelet op artikel 4, vijfde lid, van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Noord-Holland 2008; Gelet op ons besluit van 6 oktober 2009, nr. 2009/55369, tot een gefaseerde invoering van het Stelsel Natuur en Landschapsbeheer en vaststelling van de Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschap Noord-Holland. Hebben besloten tot volledige invoering van het stelsel voor natuur- en landschapsbeheer (SNL), onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door de Europese Unie, en daarvoor vast te stellen het wijzigingsbesluit voor de Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschapsbeheer Noord-Holland (SVNL) en de hierop gewijzigde regeling, zoals hierna volgend. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1(begripsbepalingen) In deze regeling wordt verstaan onder: agrarisch beheerpakket: in bijlage 3, onderdeel B, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland beschreven pakket, bestaande uit instapeisen, beheereisen en, voor zover in het betreffende agrarische beheerpakket opgenomen, administratieve of aanvullende verplichtingen; ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 7; beheerpakket landschap: in bijlage 6, onderdeel B, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland beschreven pakket, bestaande uit instap- en beheereisen; beheertype: een agrarisch beheerpakket, een beheerpakket landschap, een landschapselement en/of een natuurbeheertype; DLG: de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Economische Zaken, Landbouwen Innovatie. functieverandering: het omzetten van landbouwgrond in natuurterrein; gecertificeerde begunstigde: begunstigde als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland, met dien verstande dat voor de toepassing van de in artikel 5, onderdeel a, van de onderhavige regeling opgenomen uitzondering onder gecertificeerde begunstigde mede wordt verstaan Staatsbosbeheer, mits zij beschikt over een geldig certificaat natuurbeheer, afgegeven door of namens gedeputeerde staten; investeringsplan: plan als bedoeld in artikel 10, eerste lid; investeringssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 8; landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30); landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent; landbouwgrond: binnen de provincie gelegen stuk grond waarop een landbouwactiviteit wordt uitgevoerd, niet zijnde gronden als bedoeld in onderdeel t, andere gronden met als hoofdfunctie natuur of gronden als bedoeld in artikel 5a van de Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; landschapselement: in bijlage 6, onderdelen A.1 of A.2, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland opgenomen onderdeel van het landschap; minister: de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.1 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland; natuurbeheertype: in bijlage 1, tweede kolom, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland opgenomen soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurkwaliteit: op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan aangegeven gewenst kwaliteitsniveau van het beheertype, gebaseerd op de Index Natuur en Landschap; natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur, die ingevolge artikel 2.1, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland is begrensd, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 van de onderhavige regeling is verstrekt; plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013: Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1698/2005; realisatieplan: plan als bedoeld in artikel 17, vierde lid; subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel 15; Artikel2(subsidieplafond en openstelling) 1.Wij kunnen een subsidieplafond vaststellen voor de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede een subsidieplafond voor de subsidie functieverandering, bedoeld in artikel 15. Wij kunnen daarbij bepaalde categorieën van aanvragers of investeringssubsidies uitsluiten. 2.Wij kunnen een openstellingsperiode vaststellen voor het indienen van een aanvraag investeringssubsidie of een subsidie functieverandering. Een dergelijk besluit wordt uiterlijk zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het Provinciaal Blad. 3.Als op grond van het tweede lid besloten is een openstellingsperiode te hanteren en op grond van het eerste lid tevens een subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt het besluit waarin het subsidieplafond wordt vastgesteld uiterlijk zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het Provinciaal Blad. Artikel3(rangschikking: volgorde van ontvangst) 1.Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst. 2.Als een subsidieplafond is vastgesteld rangschikken wij per subsidieplafond aanvragen tot subsidieverlening met dezelfde ontvangstdatum door loting voor zover op die datum het subsidieplafond wordt overschreden. 3.Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking. 4.Als een aanvraag naar ons oordeel onvolledig is, wordt de aanvraag voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn ontvangen op de datum waarop eerste indiening heeft plaatsgehad plus het aantal dagen tussen de dag dat de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb op de hoogte is gesteld van de onvolledigheid van de aanvraag en de dag waarop de ontbrekende gegevens en bescheiden zijn ontvangen. 5.Indien een openstellingsperiode is vastgesteld, zijn het eerste tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing voor de afhandeling van aanvragen die in dezelfde openstellingsperiode zijn ontvangen. 6.Wij kunnen met gecertificeerde begunstigden afspraken maken over meerjarige subsidieplafonds voor elke gecertificeerde begunstigde. Dergelijke afspraken worden vastgelegd in een door ons en de gecertificeerde begunstigde te ondertekenen overeenkomst. Aanvragen binnen meerjarenovereenkomsten worden behandeld voor zover de aanvragen binnen de in de meerjarenovereenkomst gestelde kaders passen. Het tweede en derde lid zijn op deze aanvragen niet van toepassing. Artikel4(indiening aanvraag) Als een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een gemachtigde gaat de aanvraag vergezeld van een bewijs van machtiging. Artikel4a(beslistermijn) 1.Wij beslissen binnen dertien weken op een aanvraag. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verdaagd. 2.In afwijking van het eerste lid beslissen wij binnen zesentwintig weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste zesentwintig weken worden verdaagd. Artikel5(uitsluitingen begunstigden) Een investeringssubsidie en een subsidie functieverandering wordt niet verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van investeringssubsidies aan Staatsbosbeheer; rechtspersonen die de waterwinning als doelstelling hebben; privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b. Artikel6(anti-cumulatie) 1.Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd door ons subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling of door andere overheden, waardoor het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven, of de maximale vergoeding die op grond van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 mag worden gegeven, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om betaling boven de werkelijke kosten dan wel de hiervoor bedoelde maxima te voorkomen. 2.De aanvrager verklaart op het door of namens Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies als bedoeld in het eerste lid hij voor de betreffende activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt. Artikel6a(communautaire richtsnoeren voor staatssteun) 1.Subsidies als bedoeld in de artikelen 8 en 15 worden slechts verstrekt voor zover die verstrekking geschiedt in overeenstemming met punt 16, vierde alinea, van de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector 2007-2013 (Pb 2006/C 319/01). 2.Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, tweede lid, en het derde lid, onderdelen b en c, kunnen niet worden ingediend na 31 oktober 2013 indien de investering gericht is op een agrarisch beheerpakket, opgenomen in bijlage 3, onderdeel A.2, onderscheidenlijk een beheerpakket landschap, opgenomen in bijlage 6, onderdeel B.2, van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland. 3.Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, alsmede artikel 15 kunnen niet worden ingediend na 31 oktober 2017. Artikel6b(bewaren subsidiedocumenten) Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van deze regeling verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is vastgesteld. Hoofdstuk2Ambitiekaart Artikel7(ambitiekaart) Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten ten behoeve van de uitvoering van deze regeling een elektronische ambitiekaart met een topografische ondergrond vast, waarop: de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te realiseren natuur waarvoor wij een subsidie als bedoeld in artikel 8 of artikel 15 willen verstrekken; binnen deze begrenzing de natuurkwaliteit van alle bestaande en nog te realiseren natuur is getypeerd conform de Index Natuur en Landschap. Hoofdstuk3Investeringssubsidie natuur en landschap Artikel8(grondslag subsidie) 1.Wij kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in een natuurterrein die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende natuurterrein wijzigen met als doel: de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de realisatie en bescherming van een landschapselement op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapselement, of de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype te realiseren. 2.Wij kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in landbouwgrond die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende landbouwgrond wijzigen met als doel de realisatie van een agrarisch beheerpakket. 3.Wij kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen met als doel: de realisatie en bescherming van een binnen een natuurterrein gelegen landschapselement waarbij geen functieverandering hoeft plaats te vinden, of; de realisatie en bescherming van een buiten een natuurterrein gelegen beheerpakket landschap. 4.Wij kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor een programma van éénmalige investeringen dat is gericht op investeringen in natuurterreinen die één of meerdere van de in het eerste lid of het derde lid, onderdeel a, bedoelde doelen hebben.” Artikel9(begunstigden) 1.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan worden verstrekt aan: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, krachtens: eigendom; erfpacht; recht van beklemming; artikel 45 van de Wet inrichting landelijk gebied, of een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die wet tot 1 januari 2007 gold; rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in onderdeel a. 2.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan worden verstrekt aan een landbouwer die de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt aangevraagd beheert krachtens een zakelijk recht of een persoonlijk recht. 3.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, kan worden verstrekt aan de in het eerste lid van het onderhavige artikel bedoelde personen en samenwerkingsverbanden. 4.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, kan worden verstrekt aan de in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoelde landbouwers. 5.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan worden verstrekt aan een gecertificeerde begunstigde welke in zijn kwaliteitshandboek het onderdeel projecten heeft opgenomen en daarvoor mede door ons is gecertificeerd. 6.Indien een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v., van het onderhavige artikel bedoelde titel, onderscheidenlijk een in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoeld zakelijk of persoonlijk recht, is belast met of afgeleid van een ander recht, kan slechts een investeringssubsidie worden verstrekt voor zover dat andere recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid de inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Artikel9a(uitsluitingen) 1.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen c en e, wordt niet verstrekt voor zover op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland; hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, of hoofdstuk 3 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande natuurbeheertype door die maatregelen onmogelijk wordt. 2.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, wordt niet verstrekt voor zover op het landschapselement nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Holland; hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, of afdeling 5.1.2 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande landschapselement door die maatregelen onmogelijk wordt. 3.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt niet verstrekt voor zover op de betreffende grond nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland; of hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister. hoofdstuk 4 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland 4. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op de landbouwgrond nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland; hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister; hoofdstuk 4 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de uitvoering van het bestaande agrarisch beheerpakket daardoor onmogelijk wordt. 5.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op het beheerpakket landschap nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland, of hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister. de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland, of afdeling 5.1.3 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland 6.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op het beheerpakket landschap nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland; hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden, of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland. 7.Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel c, wordt niet verstrekt voor zover op het beheerpakket landschap nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 7 van de Uitvoeringsregeling agrarisch natuurbeheer Noord-Holland; hoofdstuk 6 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister, of afdeling 5.1.3 van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland; tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande beheerpakket landschap door die maatregelen onmogelijk wordt. Artikel9b(prétoets) 1.Wij kunnen bepalen dat een aanvraag voor een investeringssubsidie pas kan worden ingediend indien die aanvraag vergezeld gaat van een positief préadvies van de DLG omtrent de wenselijkheid, alsmede de efficiëntie en effectiviteit van de voorgestelde investering. Een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, of het vierde lid van dat artikel ten behoeve van landbouwgrond die op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01 kan pas worden ingediend indien: de begunstigde schriftelijk aangeeft welk natuurbeheertype hij voornemens is op het betreffende natuurterrein te realiseren. De grenzen van het betreffende natuurterrein worden op een bijgevoegde kaart aangegeven; Wij hebben ingestemd met de realisatie van dat natuurbeheertype op het betreffende natuurterrein, én de ambitiekaart door ons is aangepast zodat de realisatie van het natuurbeheertype op dat natuurterrein in overeenstemming is met het natuurbeheerplan. 2.De onderdelen a tot en met c van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, of het vierde lid van dat artikel wordt ingediend ten behoeve van een natuurterrein dat op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01. Artikel10(aanvraag subsidie) 1.Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie een vermelding welk van de in artikel 8 bedoelde investeringsdoelen het betreft een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd. de motivering voor het treffen van de maatregelen de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd een gespecificeerde begroting één of meer topografische kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het natuurterrein, landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap waarvoor subsidie wordt aangevraagd is aangegeven; 2.Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen wij de aanvrager om aanvullende informatie vragen. 3.Onverminderd artikel 9, zesde lid, gaat een aanvraag tot verlening van een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 vergezeld van een verklaring van geen bezwaar van: de eigenaar van het betreffende natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap, én, in voorkomend geval, de erfpachter van het betreffende natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap, indien de aanvrager een ander is dan de eigenaar. Onderdeel b is niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door de erfpachter, bedoeld in dat onderdeel 4.Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie door een begunstigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder v., of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, waar een hiervoor bedoelde begunstigde deel uitmaakt dient voor het betreffende natuurterrein tevens vergezeld te gaan van een overeenkomst met de Landinrichtingscommissie. 5.In afwijking van het eerste lid gaat een aanvraag tot verlening van een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, vergezeld van: een lijst van de natuurterreinen of landschapselementen ten behoeve waarvan de bedoelde investeringen worden verricht; een vermelding per natuurterrein of landschapselement op welke natuurbeheertype of landschapselement de investeringen betrekking hebben; een vermelding per natuurterrein welk van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde investeringsdoelen het betreft; een vermelding per natuurterrein of landschapselement van de oppervlakte waarop de investeringen betrekking hebben; een vermelding van de natuurterreinen waarop een investering als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, betrekking heeft; een vermelding per natuurterrein of landschapselement van de hoogte van de investering; een vermelding van de looptijd van het totale programma van éénmalige investeringen en per natuurterrein of landschapselement de spreiding van de verschillende investeringen binnen die looptijd; één of meerdere elektronische kaarten met daarop de buitengrenzen van het natuurterrein of het landschapsbeheertype waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd. Wij kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan de in de eerste volzin bedoelde kaarten moeten voldoen. Artikel11(subsidievoorwaarden) 1.Een investeringssubsidie kan worden verleend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: de betreffende maatregelen in het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, dragen naar ons oordeel bij aan de realisatie van het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven en in artikel 8 bedoelde investeringsdoel; het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven investeringsdoel is in overeenstemming met het natuurbeheerplan zoals dat op de datum van aanvraag van de betreffende subsidie gold; de maatregelen die het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, beschrijft realiseren deze omzetting, verhoging van de kwaliteit, realisatie of aanleg als vermeld in onderdeel a efficiënt en effectief; er is geen aanvang gemaakt met de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen vóórdat: de taxatie, bedoeld in artikel 20, derde lid, door de DLG is uitgevoerd, indien de aanvraag voor een investeringssubsidie vergezeld gaat van een aanvraag voor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15, dan wel de ontvangst van de aanvraag voor investeringssubsidie door of namens Gedeputeerde Staten is bevestigd, voor zover het andere gevallen dan onder i. betreft; de inrichtingsmaatregelen leiden tot: een natuurbeheertype dat voldoet aan de betreffende eisen zoals opgenomen in de Index Natuur en Landschap; een agrarisch beheerpakket, beheerpakket landschap of landschapselement dat voldoet aan de betreffende instapeisen zoals opgenomen in de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland. 2.Onverminderd het eerste lid kan een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 slechts worden verleend indien de aanvrager schriftelijk verklaart ten minste zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, beheer gericht op de instandhouding van het natuurbeheertype of het landschapselement, dan wel de uitvoering van een agrarisch beheerpakket of beheerpakket landschap, te blijven voeren. Deze verplichting vervalt voor zover hij voor die instandhouding onderscheidenlijk uitvoering een corresponderende subsidie op grond van de Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland heeft aangevraagd en ontvangt. De subsidieaanvraag op basis van de voornoemde verordening wordt ingediend in de eerstvolgende openstellingsperiode na het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14c.” 3.Indien een subsidieontvanger subsidie ontvangt op grond van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat de subsidieontvanger toerekenbaar niet voldaan heeft aan de subsidieverplichtingen, dan is voor de resterende periode de in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde instandhoudings- respectievelijk uitvoeringsplicht weer van toepassing tot de termijn van zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen is verstreken. Artikel12(subsidieverplichtingen) De ontvanger van een investeringssubsidie: realiseert de investering conform het goedgekeurde investeringsplan onderscheidenlijk het goedgekeurde programma van éénmalige investeringen, bedoeld in artikel 8, vierde lid; brengt jaarlijks een schriftelijk verslag aan ons uit over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten, tenzij alle inrichtingsmaatregelen binnen één jaar zijn afgerond. Artikel13(subsidiabele en niet subsidiabele kosten) 1.De volgende kosten komen, inclusief BTW voor zover verrekening niet mogelijk is, in aanmerking voor subsidie: kosten voor het door derden laten opstellen van het investeringsplan; maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen; maatregelen gericht op de wijziging van de waterhuishouding; grondverzet; het plaatsen van een raster; afvoer van grond; de verwijdering van opstallen; de verwijdering van begroeiing en beplanting; maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een natuurterrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden; overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende investering. 2.De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de bouw van opstallen; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid; kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke verplichtingen of een bestaand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.