Bouwverordening 2010 Inhoud Hoofdstuk
- Inleidende bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 4 Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente 4 Hoofdstuk
- De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden 5 Artikel 2.1.5 Het onderzoek naar bodemverontreiniging 5 Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem 5 Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen 6 Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard 6 Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling 6 Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen 6 Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten 6 Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn 7 Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn 7 Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn 7 Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn 7 Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg 8 Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken 8 Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn 9 Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn 9 Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn 10 Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn 10 Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen 11 Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen 11 Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken 11 Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen 12 Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen 12 Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn 12 Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn 12 Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn 13 Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen 13 Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken 13 Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen 14 Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken 14 Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte 14 Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte 14 Artikel 2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid 15 Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 15 Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen 18 Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding 18 Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet 18 Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet 18 Artikel 2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming 19 Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting van voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën 19 Artikel 2.7.5 Eis tot infiltratie van regenwater 19 Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen 20 Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen 20 Hoofdstuk
- Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden 21 Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw 21 Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden 21 Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen 21 Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten 21 Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein 22 Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein 22 Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder 22 Artikel 4.11 Bouwafval 23 Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden 23 Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen 23 Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming 24 Het is verboden na de bouw van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is verleend, het bouwwerk in gebruik te geven of te nemen, indien het bouwwerk niet gereed is gemeld bij het bouwtoezicht. 24 Hoofdstuk
- Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen 24 Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen 24 Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen 24 Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten 24 Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen 25 Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding 25 Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet 25 Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet 25 Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering 25 Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering 26 Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen 26 Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen 26 Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid 26 Artikel 5.4.1 Preventie 26 Hoofdstuk
- Overige gebruiksbepalingen Paragraaf 1 Overbevolking 27 Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen 27 Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens 27 Paragraaf 2 Staken van het gebruik 27 Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid 27 Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne 27 Artikel 7.3.1 Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in afwijking van de bestemming (artikel 352 MBV oud) 27 Artikel 7.3.2 Hinder 28 Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid 28 Artikel 7.4.1 Preventie 28 Paragraaf 5 Watergebruik 28 Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water 28 Paragraaf 6 Installaties 28 Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties 28 Hoofdstuk
- Slopen Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen 29 Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen 29 Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen 29 Artikel 8.1.7 Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen 30 Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen 30 Artikel 8.2.1 Sloopmelding 30 Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor 31 Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen 31 Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein 31 Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden 31 Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen 31 Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt 31 Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest 32 Paragraaf 4 Vrij slopen 32 Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen 32 Hoofdstuk
- Welstand Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie 33 Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie 33 Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur 33 Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording 33 Artikel 9.5 Termijn van advisering 34 Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 34 Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat 34 Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 34 Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken 35 Hoofdstuk
- Overige administratieve bepalingen Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften 36 Hoofdstuk
- Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek 37 Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen 37 Artikel 12.6 Slotbepaling 37 Tekst bouwverordening 2010 Toelichting Bouwverordening 2010 Bijlage A Bijlage B
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.