Verordening langdurigheidstoeslag 2009 De raad van de gemeente Harderwijk; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 december en 6 januari 2009 gelet op artikel 8, eerste lid onderdeel d en 36 van de Wet werk en bijstand, overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te regelen. b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening; Verordening langdurigheidstoeslag 2009 A.Algemene bepalingen Artikel1-Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand Referteperiode: een periode van 24 maanden voorafgaand aan de peildatum. Peildatum: de datum waartegen een langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. Artikel2-Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. B.Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3-Personenkring Recht op langdurigheidstoeslag bestaat voor de zelfstandig wonende inwoner van de gemeente. Studenten behoren niet tot de personenkring van rechthebbenden. Artikel4-Langduriglaag inkomen Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 120 procent van de bijstandsnorm. Artikel5-Hoogtevan de langdurigheidstoeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: Voor gehuwden € 486,00; Voor een alleenstaande ouder € 436,00; en Voor een alleenstaande € 341,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.