VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN WONINGEN ALS TWEEDE WONING De raad van de gemeente Harderwijk; gelezen de voorstellen van burgemeester en wethouders van 9 maart 1976, nr. 2247 en van 21 december 1993, nr 2; gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN WONINGEN ALS TWEEDE WONING Artikel1 1.Onverminderd het bepaalde in andere verordeningen is het verboden een woning te gebruiken, in gebruik te geven of te doen gebruiken als tweede woning of voor recreatieve doeleinden. 2.Onder het gebruiken, in gebruik geven of doen gebruiken van een woning als tweede woning of voor recreatieve doeleinden wordt in ieder geval verstaan het beschikbaar hebben of houden van een woning, zonder dat men er zijn hoofdverblijf in heeft en een redelijke termijn is verstreken, na welke het beschikbaar hebben of houden van de woning niet meer geacht kan worden te geschieden met het doel de woning te gebruiken, in gebruik te geven of te doen gebruiken voor permanente bewoning. Artikel2 Het verbod, vervat in artikel 1, geldt niet ten aanzien van een woning welke op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening als tweede woning in de zin van deze verordening in gebruik is. Artikel3 Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in artikel 1, lid 1 van deze verordening ontheffing verlenen en aan een zodanige ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorwaarden en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van de belangen die de verlening van de ontheffing beoogt. Artikel4 1.Overtreding van de bij deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen of niet-naleving van voorschriften, welke aan een ontheffing zijn verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie, terwijl als bijkomende straf openbaarmaking van het gerechtelijk vonnis kan worden bevolen. Gew.rb. 24 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.