HOOFDSTUK1- Algemene bepalingen Artikel1- Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand; Referteperiode: de 60 maanden in welke belanghebbende een inkomen op bijstandsniveau heeft ontvangen en welke zijn gelegen in de periode van 72 maanden voorafgaand aan de peildatum. Peildatum: de datum waartegen langdurigheidtoeslag wordt aangevraagd. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan' moet worden gelezen 'de referteperiode'. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van de referteperiode als inkomen gezien. Artikel2-Uitvoering De uitvoering van de verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. HOOFDSTUK2– Recht op langdurigheidtoeslag Artikel3– Doelgroep Tot de doelgroep behoren personen als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, die op de pijldatum in de gemeente Culemborg woonachtig zijn. Artikel4– Laag, langdurig inkomen Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als in een periode van 72 maanden voorafgaande aan de peildatum gedurende de referteperiode van 60 maanden een inkomen is ontvangen dat niet hoger was dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 van de wet, vermeerdert met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet. Indien door detentie langer dan 26 weken geen regulier inkomen is ontvangen wordt de periode van 60 maanden verlengd met de periode dat de detentie langer dan 26 weken heeft geduurd. Artikel5– Uitzicht op inkomensverbetering Van uitzicht op inkomensverbetering als genoemd in artikel 36 lid 1 van de wet, is in ieder geval sprake als de aanvrager op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, of een studie volgt als genoemd in de WSF
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.