Verordening Wet Kinderopvang Gemeente Culemborg 2006De raad van de gemeente Culemborg; gelezen het voorstel van het college van 20 juni 2006 gelet op artikel 26 van de Wet Kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening VERORDENING WET KINDEROPVANG GEMEENTE CULEMBORG 2006 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; de wet: de Wet Kinderopvang; HOOFDSTUK2.VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE Artikel2Te verstrekken gegevens Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: naam en adres van de ouders; naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; offerte van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind per jaar, de kostprijs en de aanvangsdatum van de opvang. inkomensgegevens overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Artikel3Inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: de geldigheidsduur van de indicatie; de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. de hoogte van de ouderbijdrage Artikel4Weigeringsgronden Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: de ouders reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of één van de ouders niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet. HOOFDSTUK3.AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel5Te verstrekken gegevens bij de aanvraag Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: naam, adres en burgerservice-nummer van de ouders; naam, geboortedatum en burgerservice-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind per jaar, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. HOOFDSTUK4VERLENGING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel6Weigeringsgrond Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel7Ingangsdatum van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel8De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar en dient elk jaar opnieuw te worden aangevraagd. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel9Omvang van de kinderopvang Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouders is aangevraagd. In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel10Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder. Artikel11De bevoorschotting van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt - na het indienen van de maandelijkse factuur van het kindercentrum op gastouderbureau – in de vorm van een voorschot uitbetaald. Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. HOOFDSTUK5VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel12Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen acht weken na afloop van de periode waarover een tegemoetkoming is ontvangen vast. Artikel13Verrekening met de voorschotten De vastgestelde tegemoetkoming wordt binnen acht weken, na vaststelling, uitbetaald onder verrekening van de betaalde voorschotten. HOOFDSTUK6VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER Artikel14Inlichtingenplicht De ouders doen het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. De ouders verstrekken desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van de ouders die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. HOOFDSTUK7.SLOTBEPALINGEN Artikel15hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in de verordening is bepaald indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel16Inwerkingtreding Deze verordening treedt op 1 juli 2006 in werking; Op 1 juli 2006 vervalt de verordening Wet Kinderopvang Culemborg 2004, vastgesteld bij raadsbesluit van 25 november 2004. Artikel17Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Kinderopvang gemeente Culemborg 2006. Vastgesteld bij raadsbesluit van 22 juni 2006De griffier, De voorzitter,P.J.Peters R. van Schelven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.