← Nederland

Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2011 (Limburg)

VERORDENING OP HET ONDERZOEKSRECHT VAN PROVINCIALE STATEN 2011 Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: enquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, van de Provinciewet enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewet onderzoek: een onderzoek niet zijnde een enquête commissie: een commissie ex artikel 80 Provinciewet, niet zijnde een enquêtecommissie. doelmatigheid: de vraag in hoeverre met de gegeven middelen het maximale resultaat is bereikt of gegeven het resultaat, in hoeverre dit met minimale inspanning is bereikt; doeltreffendheid: de mate waarin de vooraf gestelde doelen van provinciaal beleid ook daadwerkelijk zijn bereikt; controlecommissie: commissie zoals bedoeld in de Verordening op de controlecommissie van Provinciale Staten 2011; Hoofdstuk 2 Een enquête Artikel 2 Instellen van een enquête/enquêtecommissie 1Op voorstel van een of meer van hun leden en met inachtneming van het advies van de controlecommissie kunnen Provinciale Staten besluiten een enquête in te stellen naar het door Gedeputeerde Staten of de Commissaris der Koningin gevoerde beleid. 2De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan een door Provinciale Staten in te stellen enquêtecommissie, die bestaat één lid per fractie, zijnde minimaal 2 leden van de controlecommissie, eventueel aangevuld met andere leden van Provinciale Staten. 3Voor ieder lid wordt een vaste plaatsvervanger aangewezen. 4De leden en plaatsvervangers worden op voordracht door het Presidium benoemd door de Commissaris der Koningin. Hij informeert Provinciale Staten. 5 De voorzitter en de onderzoekscoördinator stellen in overleg met de statengriffier en de (provincie)secretaris, voor zover een beroep wordt gedaan op zijn ambtelijk apparaat, een concept plan van aanpak op. 6Het plan van aanpak wordt in de eerste vergadering van de enquêtecommissie besproken en, na eventuele wijzigingen, vastgesteld. Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter 1De leden van de enquêtecommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2De voorzitter is tevens lid van de enquêtecommissie. 3De voorzitter is belast met: het leiden van de beraadslaging en de zitting; het handhaven van de orde; het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt en hetgeen noodzakelijk is om de voortgang van de werkzaamheden van de commissie te bevorderen; het vertegenwoordigen van de enquêtecommissie in vergaderingen met Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en commissies uit Provinciale Staten en bij contacten met derden. Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap 1Het lidmaatschap van de enquêtecommissie eindigt indien: Provinciale Staten besluiten tot opheffing van de enquêtecommissie; een lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten; de commissie besluit een lid van zijn enquêtecommissie te horen; een lid ontslag neemt; een lid wordt ontslagen. 2Een lid van de enquêtecommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij het Provinciale Staten en de voorzitter van de commissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte. 3De Commissaris der Koningin kan een lid ontslaan, wanneer deze naar het oordeel van de commissie niet langer geschikt is of in staat is zijn lidmaatschap te vervullen. De Commissaris neemt niet eerder een besluit dan nadat hij het Presidium heeft gehoord en Provinciale Staten heeft geïnformeerd. 4In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 5De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden. Artikel 5 Bevoegdheden van de enquêtecommissie 1De enquêtecommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte. 2De enquêtecommissie kan buiten de in artikel 151b, eerste lid, van de Provinciewet genoemde 1personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. 3De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. 4De enquêtecommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking. 5De enquêtecommissie kan haar bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien tenminste drie van haar leden aanwezig zijn. 6 De enquêtecommissie besluit met meerderheid van stemmen. 7Het Reglement van orde voor de statencommissies Provincie Limburg 2010 is niet van toepassing. Artikel 6 Ambtelijke bijstand 1De griffier der Staten wijst ter ondersteuning van de enquêtecommissie een onderzoekscoördinator aan die de commissie adviseert en ondersteunt bij haar taken. De adviezen van de\ onderzoekscoördinator zijn ter ondersteuning van de commissie; de commissie blijft zelf verantwoordelijk voor de invulling van haar onderzoekstaken. De commissie legt verantwoording over de invulling van haar onderzoekstaken af aan Provinciale Staten. 2De onderzoekscoördinator is geen lid van de commissie. 3De onderzoekscoördinator is bij iedere zitting aanwezig. 4Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de griffier der Staten aangewezen vervanger. 5De onderzoekscoördinator is verantwoordelijk voor de organisatie en de ondersteuning van de commissie. 6Alle activiteiten van de leden vallen onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Artikel 7 Zittingen 1De voorzitter van de enquêtecommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis. 2De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen tenminste twee weken voor de zitting op. 3Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld. 5De getuigen en deskundigen ontvangen op hun daartoe strekkend verzoek schadeloosstelling, door de commissie op vertoon van de schriftelijke oproeping of de akte van dagvaarding, te begroten overeenkomstig het bepaalde omtrent getuigen en deskundigen krachtens artikel 57 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken. Artikel 8 Getuigen en deskundigen 1Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt, wordt daarvan een procesverbaal opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige omschrijving van de oproeping behelst en door de voorzitter en de onderzoekscoördinator wordt ondertekend. 2Wanneer een getuige of deskundige weigert te antwoorden, of weigert de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk de redenen van die weigering, zo die gegeven zijn, inhoudt, en door de voorzitter en de onderzoekscoördinator wordt ondertekend. 3De schriftelijke aantekening van de afgelegde verklaringen of gegeven berichten wordt aan de getuigen of deskundigen voorgelezen of ter inzage verstrekt en door dezen ondertekend. Artikel 9 Geheimhouding 1De enquêtecommissie kan in een besloten vergadering geheimhouding opleggen omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. Het bepaalde in artikel 91, eerste lid, van de Provinciewet is hierop van toepassing. 2De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de enquêtecommissie haar opheft. 3Voor zover de in het eerste lid bedoelde bescheiden deel uitmaken van het eindverslag van de enquêtecommissie, worden deze onder oplegging van geheimhouding aan Provinciale Staten, aan leden van Provinciale Staten of aan Gedeputeerde Staten overgelegd, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 25 en 55 van de Provinciewet. Artikel 10 Toehoorders en de pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde isverboden. 3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Artikel 11 Geluid en beeldregistraties Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 12 Verslaglegging zitting 1De onderzoekscoördinator draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting. 2Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang. 3Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de onderzoekscoördinator. Artikel 13 Beraadslagingen 1De enquêtecommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht. 2De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. Artikel 14 Afronding onderzoek 1 Na afronding van het onderzoek door de enquêtecommissie worden haar bevindingen rechtstreeks voorgelegd aan Provinciale Staten. 2De beëindiging van het onderzoek wordt op de reguliere wijze bekend gemaakt. Artikel 15 Archivering 1Na beëindiging van de enquête bewaren Provinciale Staten de processen-verbaal en de overige bescheiden van de enquête gedurende een door hen te bepalen periode. Hierbij wordt rekening gehouden met het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2De beheerder van het provinciaal archief wordt schriftelijk geïnformeerd over de bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de enquête-commissie geheim dienen te blijven. Hierbij wordt rekening gehouden met het bepaalde in de Archiefwet 1995. 3De commissie bepaalt gedurende welke periode voornoemde bescheiden geheim zijn. Hoofdstuk 3 Een onderzoek niet zijnde een enquête Artikel 16 Instellen van een onderzoek/commissie 1Op voorstel van een of meer van hun leden en met inachtneming van het advies van de controlecommissie kunnen Provinciale Staten besluiten een onderzoek in te stellen naar de doeltreffendheid of doelmatigheid van provinciaal beleid. 2De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan een door Provinciale Staten in te stellen bijzondere commissie, die bestaat één lid per fractie, zijnde minimaal 2 leden van de controlecommissie, eventueel aangevuld met andere leden van Provinciale Staten. 3De opdracht zoals bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een concrete onderzoeksopdracht, een invulling van de ambtelijke ondersteuning en een budget voor externe ondersteuning. 4De artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, 4, 6, 9, 10, 11 en 15, zijn van overeenkomstige toepassing op een onderzoek niet zijnde een enquête. Artikel 17 Bevoegdheden van de commissie 1De commissie kan binnen het kader van de aan haar verstrekte opdracht inlichtingen vragen aan de Commissaris der Koningin, de gedeputeerden, ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen en aan bij de aangelegenheid belanghebbende of betrokken burgers. Deze medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. 2De commissie kan de personen genoemd in het eerste lid uitnodigen tot het bijwonen van een vergadering van de commissie voor het verstrekken van inlichtingen of adviezen. 3De commissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. Deze uitvoering vindt plaats onder haar verantwoordelijkheid. 4 Het Reglement van orde voor de statencommissies Provincie Limburg 2010 is niet van toepassing. Artikel 18 Ambtelijke bijstand 1De griffier der Staten wijst ter ondersteuning van de commissie een onderzoekscoördinator aan die de commissie adviseert en ondersteunt bij haar taken. De adviezen van de onderzoekscoördinator zijn ter ondersteuning van de commissie; de commissie blijft zelf verantwoordelijk voor de invulling van haar onderzoekstaken. De commissie legt verantwoording over de invulling van haar onderzoekstaken af aan Provinciale Staten. 2De onderzoekscoördinator is geen lid van de commissie. 3De onderzoekscoördinator is bij iedere zitting aanwezig. 4Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de griffier der Staten aangewezen vervanger. 5De onderzoekscoördinator is verantwoordelijk voor de organisatie en de ondersteuning van de commissie. 6Alle activiteiten van de leden vallen onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Artikel 19 Vergaderingen en besluitvorming 1De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig acht of als ten minste twee leden hem dit met opgave van redenen verzoeken. 2De voorzitter bepaalt de dag, plaats en uur van de vergadering en draagt zorg voor de tijdige, indien nodig schriftelijke, oproeping van de leden. 3Voor de eerste maal van de zittingsperiode geschiedt de oproeping ter vergadering door de onderzoekscoördinator. 4De commissie kan alleen geldige besluiten nemen indien tenminste drie van haar leden aanwezig zijn. 5De commissie besluit bij gewone meerderheid van stemmen. Artikel 20 Openbaarheid 1De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. 2De commissie kan achter gesloten deuren vergaderen, indien ten minste drie van de aanwezig leden of de voorzitter het nodig achten dat de deuren worden gesloten. De commissie beslist vervolgens of achter gesloten deuren zal worden vergaderd. Artikel 21 Verslaglegging 1De onderzoekscoördinator draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen. 2Het verslag van de vergadering van de commissie is openbaar. 3Het verslag van een niet-openbare vergadering wordt niet aan de leden toegestuurd, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de onderzoekscoördinator. Dit verslag wordt in een besloten vergadering door de commissie vastgesteld. Tevens neemt de commissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag. 4Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de onderzoekscoördinator ondertekend en, indien dit niet-openbaar wordt verklaard, door deze laatste bewaard. Artikel 22 Rapportage 1De commissie legt de resultaten van verricht onderzoek neer in een onderzoeksrapport, waarin zij tevens conclusies en aanbevelingen opneemt. 2 De commissie legt dit rapport voor aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten brengen binnen een maand na ontvangst daarvan hun wensen en bedenkingen ter kennis van de commissie 3 De commissie zendt de resulaten van verricht onderzoek, een beleidsmatige vertaling daarvan, en de wensen en bedenkingen van gedeputeerde staten onverwijld rechtstreeks aan Provinciale Staten. De commissie voorziet het onderzoeksrapport zo nodig van een behandeladvies. 4 Na toezending aan Provinciale Staten zijn de resultaten van verrichte onderzoeken openbaar, tenzij de commissie anders besluit. 5De adviezen omtrent beleidsonderzoeken van Gedeputeerde Staten kunnen door de voorzitter van de commissie worden toegelicht in de vergadering van Gedeputeerde Staten. 6De adviezen omtrent beleidsonderzoeken door Provinciale Staten kunnen door de voorzitter worden toegelicht hetzij in de vergadering van Provinciale Staten hetzij in de vergadering van de desbetreffende statencommissie. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 23 Inwerkingtreding Deze verordening treedt onmiddellijk in werking na bekendmaking. Artikel 24 Intrekking en overgangsbepaling De “Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten”, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten d.d. 18 november 2005 (Prov. Blad 2005, nr. 83) vervalt bij de inwerkingtreding van dit besluit. Artikel 25 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2011. Provinciale Staten voornoemd, W.P.G.M. Scheepens, plv. voorzitter Mw. Drs. J.J. Braam, griffier Uitgegeven, De griffier, Maastricht, 1 maart 2011

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.