Controllerstatuut Provincie Limburg 2006CONTROLLERSTATUUT PROVINCIE LIMBURG 2006 Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 definities In dit statuut wordt verstaan onder: controlling: het geheel van toetsende en adviserende activiteiten en maatregelen dat is gericht op het verkrijgen van een situatie waarin: de werking van de organisatie transparant is; de organisatie doelgericht, doelmatig en doeltreffend werkt; de informatievoorziening aan management en bestuur over producten, middelen, maatschappelijke effecten en werkprocessen, juist is en tijdig plaatsvindt; risico’s inzichtelijk en aanvaardbaar zijn; audit: doorlichting op rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van een organisatieonderdeel of beleidsveld; administratieve organisatie: het geheel van maatregelen gericht op het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van financiële en bedrijfsvoeringgegevens, gericht op het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen en doen functioneren en beheren van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; Unit Control : de Unit Control van de Provincie Limburg zoals bedoeld in bijlage 1. Hoofdstuk 2 Positie en bevoegdheden van de controllers Artikel 2 Controllers De controlling wordt uitgeoefend door een of meer door Gedeputeerde Staten te benoemen controllers. De in dit statuut omschreven bevoegdheden worden door de controllers zelfstandig uitgeoefend. . De functie van controller is onverenigbaar met enig ander dienstverband binnen de provinciale organisatie. Gedeputeerde Staten, of namens hen de secretaris/algemeen directeur, zijn opdrachtgever van de controllers. Artikel 3 Onafhankelijkheid De controllers hebben een een onafhankelijke en onpartijdige positie binnen het provinciale apparaat. De bevoegdheden van de controllers kunnen niet worden ingeperkt door die van provinciale commissies of instanties met een vergelijkbare taakstelling. De lijnverantwoordelijkheid van de secretaris/algemeen directeur ziet op beheersmatige en P&O-aangelegenheden van de controllers. De controllers dienen de jaarplanning en het werkplan af te stemmen met de secretaris/algemeen directeur. Artikel 4 Onbevooroordeeldheid, integriteit en Gedragscode De controllers zijn onbevooroordeeld en integer in hun functioneren. De controllers streven de hoogste mate van objectiviteit na bij het verzamelen, evalueren en communiceren van informatie over de resultaten van het beleid en de doelmatigheid en rechtmatigheid van handelen. De controllers houden geheim al hetgeen hen in het kader van hun functioneren als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als een vertrouwelijke aangelegenheid te hunner kennis is gekomen. De controllers oefenen hun taken en bevoegdheden uit met inachtneming van het bepaalde in de Gedragscode voor Registercontrollers, die is vastgesteld door de Vereniging van Registercontrollers. Artikel 5 Waarborg De controllers worden op geen enkele wijze benadeeld als gevolg van het uitoefenen van hun taken krachtens dit statuut. Hoofdstuk 3 Reikwijdte van de bevoegdheden Artikel 6 Advisering en ondersteuning De controllers adviseren Gedeputeerde Staten en de directie gevraagd en ongevraagd. Indien het provinciebelang dit naar hun oordeel vereist en gehoord Gedeputeerde Staten, zijn de controllers bevoegd zich rechtstreeks tot Provinciale Staten te richten. De controllers ondersteunen en adviseren desgevraagd bijzondere commissies uit Provinciale Staten waaronder de Controle Commissie en de Commissie van Voorbereiding als bedoeld in de Verordening op de controle commissie en de commissie van voorbereiding van Provinciale Staten 2006. De ondersteuning en advisering geschiedt met inachtneming van het bepaalde in de Verordening ambtelijke bijstand en fractie-ondersteuning Provincie Limburg 2003. De controllers onderhouden de contacten met de Gemeenschappelijke provinciale rekenkamer Noord-Brabant en Limburg (“Zuidelijke Rekenkamer”) en coördineren het doorgeleiden van provinciale gegevens naar deze rekenkamer. Voor zover door de accountant gekeken wordt naar het functioneren van de gehele organisatie of belangrijke aspecten daarvan zijn de controllers vanwege hun expertise en onafhankelijkheid naast de directie het aanspreekpunt van de accountant. Artikel 7 Gebruik van informatiebronnen De controllers zijn te allen tijde bevoegd om, langs hiërarchische weg of, zonodig, rechtstreeks en binnen de grenzen van de wet, informatie- en gegevensbronnen en bestanden te onderzoeken of te laten onderzoeken, processen en systemen te toetsen en te doen wat zij overigens noodzakelijk achten, teneinde hun taken te kunnen vervullen. Provinciale ambtenaren zijn verplicht hieraan hun medewerking te verlenen. Artikel 8 Relatie met afdelingen De controllers zijn niet in uitvoerende zin betrokken bij de planning- en controltaken van de provinciale afdelingen. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 9 Ondersteuning controllers De controllers kunnen administratief worden ondersteund door andere medewerkers van de Provincie Limburg. Aan de controller(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.