← Nederland

Financiële verordening gemeente Westervoort 2008 (Westervoort)

Financiële verordening gemeente Westervoort 2008RAADSBESLUIT Nummer : 5 Datum : 2 november 2009 Onderwerp : De raad van de gemeente Westervoort; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de eerste wijziging van de : Financiële verordening gemeente Westervoort 2008 Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Afdeling: Iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een verantwoordelijkheid aan de directie of het college. Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Westervoort en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Indicator: De streefwaarde die aangeeft wat bereikt moet worden c.q. is, binnen een bepaalde periode en voor een bepaald budget, voor de beleidsdoelen, maatschappelijke effecten en te leveren prestaties. Hoofdstuk2Begroting en verantwoording Artikel2Programma-indeling 1De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vast. 2De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten; de te leveren goederen en diensten; de baten en lasten 3De raad stelt op voorstel van het college per programma indicatoren vast met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. Artikel3Inrichten begroting en jaarstukken 1Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. 2Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4Kaders begroting 1Het college biedt jaarlijks aan de raad de voorjaarsnota ter vaststelling aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 6 en de jaarstukken. 2De uiterste datum van aanbieding van deze nota door het college en het moment van vaststelling door de raad worden jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke planning. Artikel5Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigen 1De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen 2Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan voor welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3Indien het college voorziet, dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aan de raad gemeld. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van beleid. 4Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen legt het college - indien het bedrag van informatieplicht (art 6 lid 2) wordt overschreden - vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor. Artikel6Tussentijdse rapportages Het college informeert de raad door middel van: de voorjaarsnota en een najaarsnota over de realisatie van de begroting van de gemeente over het lopende jaar. In deze rapportages worden uiteenzettingen over de uitvoering en – eventueel - de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: de lasten en baten per programma; het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b; de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; het resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen c en d; de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten in de rapportages worden afwijkingen tussen ramingen en realisatie boven € 5.000,00 toegelicht. overzicht afwijkingen lopend jaar.Als extra informatie bij de beoordeling van de komende programmabegroting wordt een overzicht van grote budgetafwijkingen (> € 25.000,00) van het lopende jaar verstrekt. Hoofdstuk3Financieel beleid Artikel7Waardering en afschrijving vaste activa Het college biedt periodiek (bij elke nieuwe raadsperiode) een (bijgestelde) nota aan over de waardering activering en afschrijving van de vaste activa. De nota behandelt in ieder geval: de afschrijvingstermijnen van investeringen in materiële en immateriële activa; de wijze van afschrijving; een omschrijving van activa met meerjarig maatschappelijk nut zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten; hoe om te gaan met bijdragen van derden en aanwending van reserves bij investeringen in activa met meerjarig maatschappelijk nut. De nota als bedoeld in de aanhef van dit artikel maakt onderdeel uit van deze verordening. Artikel7aVoorziening voor oninbare vorderingen 1Voor openstaande vorderingen betreffende de gemeentelijke belastingen en heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Jaarlijks wordt in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting nader ingegaan over hoeveel benodigd en beschikbaar is. 2Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vordering. Artikel8Kostprijsberekening 1Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente Westervoort wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2Bij de indirecte kosten worden betrokken: De bijdragen aan de onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa; De kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa Voor rioolrecht, reinigingsheffing en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. 3De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij de begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. Artikel9Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en leges. 1Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrechten, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en overige lokale heffingen. 2Het college biedt periodiek de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons. De raad stelt de nota vast. 3Het college biedt periodiek een nota aan met de kaders voor de prijzen van gemeentelijke diensten anders dan genoemd in het tweede lid. De raad stelt de nota vast. 4De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden. Artikel10Financieringsfunctie 1Het college zorgt bij de uitoefening van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma's binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren. Het beheersen van de risico's verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's en kredietrisico's. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht. het uitzetten van de overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen die officieel onder Nederlands of anderszinds EU-toezicht staan en minimaal een AA-rating hebben afgegeven door een erkend ratingbureau, of bij instellingen aan wiens waardepapier door een bancaire toezichthouder in een EUlidstaat een solvabiliteitsvrije status is toegekend. overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is; voor het aantrekken van financieringen wordt één offerte aangevraagd bij een huisbankier en een offerte bij een geldmakelaar; geldgevers van de gemeente Westervoort zijn financiële instellingen die officieel onder Nederlands of anderszins EU-toezicht staan en minimaal een A-rating hebben van een erkend ratingbureau, publiekrechtelijke en semi-publiekrechtelijke lichamen en overheidsinstellingen; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro; voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de renterisico dreigt te worden overschreden 3Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt - indien mogelijk - het college zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. Hoofdstuk4Financieel beheer en internet controle Artikel11Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeriingskredieten en voor het maken van kostencalculaties; het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en geldende wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en geldende wet- en regelgeving. Artikel12Interne controle Ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties zorgt het college voor en legt vast de regels voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid vande beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Artikel13Misbruik en oneigenlijk gebruik Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Hoofdstuk5Financiële organisatie Artikel14Financiële organisatie Het college draagt de zorg voor en legt vast; een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;. de verdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de baten en lasten aan de producten van de productenraming en productenrealisatie. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel15Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking 1 dag na bekendmaking in Westervoort Post. Artikel15aOvergangsartikel Investeringen die zijn geactiveerd voor de ingang van de werking van deze verordening worden afgeschreven volgens de destijds vastgestelde afschrijvingtermijnen en methodiek. Artikel16Inwerkingtreding citeerartikel 1Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2008 en werkt terug tot 1 januari

  1. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Westervoort 2008". 2Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Westervoort2008". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad voornoemd d.d. 2 november 2009,de griffier, de voorzitter,ing. J.A.M.G. van Bodegom mr. J.J.G.M. GeukersBij 5e lid artikel 7 van de “financiële verordening gemeente Westervoort 2008”1 Toelichting1op de artikelen Artikel 1 Definities Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten. Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening gedefinieerd. Artikel 2 Programma-indeling Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma's worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat het college de producten aan de programma's toewijst. Op grond vaan artikel 189 van de Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen hij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192 van de Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht. Overigens bepaalt het artikel niet, dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken overhoop moeten worden gehaald. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als de indeling en de aanwezige indicatoren goed zijn bevallen kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. Een programma is gebaseerd op de drie w vragen wat willen we bereiken, wat gaan we ervoor doen en wat mag het kosten. Vooral voor de eerste twee vragen zullen in de pratijk indicatoren nodig zij. Aan de hand van die indicatoren kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Aan de hand van indicatoren kan gemeten worden in welke mate de geformuleerde doelstellingen behaald worden. Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken. In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Zo wordt in het eerste lid het college opgedragen de productenraming bij de begroting te voegen en evenzo de productenrealisatie bij het jaarverslag. Dit zijn geen standaardverplichtingen in het BBV. Wel moet men opletten, dat de productenrealisatie bij het jaarverslag wordt gevoegd en niet bij de jaarrekening. Anders gaat deze deel uitmaken van de accountantscontrole, hetgeen niet de bedoeling van de wet is. In het 2e lid wordt de verplichting uit het BBV nader uitgewerkt aandacht te besteden aan voorgenomen investeringen en het verloop hiervan. Artikel 4 Kaders begroting De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel 4 gaat over de voorjaarsnota waarin het meerjarige budgettaire kader wordt vastgesteld. Dat vormt de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gegeven het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad expliciet een budgettair kader vaststelt. Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en investeringskredieten. Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op programmaniveau. Voor begrotingswijzigingen doet het college gedurende het jaar voorstellen aan de raad. Naast lopende uitgaven doet de gemeente investeringen. Deze uitgaven worden bij de begrotingsbehandeling meegenomen. De raad kan daarbij aangeven welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Op deze wijze kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag blijft wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan. Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op tafel die bij het opstellen van de ontwerp-begroting nog niet waren voorzien. Het laatste lid regelt de autorisatie van deze investeringskredieten. Artikel 6 Tussentijdse rapportages Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad zijn de tussentijdse rapportages. Op basis hiervan wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering. Het derde lid bepaalt over welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het college zich in de rapportage moet verantwoorden. Artikel 7 Waardering en afschrijving vaste activa. De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 7 bepaalt, dat het college een nota over de waardering, activering en afschrijving van vaste activa aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota kan de raad het kader vaststellen voor de waardering en afschrijving van de vaste activa. De bepalingen die, wanneer de tekst van de Gemeentewet letterlijk wordt genomen, zouden moeten worden opgenomen in deze verordening, worden nu opgenomen in een afzonderlijke nota die gelijktijdig met de verordening wordt vastgesteld. Omdat de raad de verordening vaststelt en daarmee ook het waarderings- en afschrijvingsbeleid aan zich moet houden is opgenomen dat de nota onderdeel uitmaakt van de verordening. Artikel 7a Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de oninvorderbaarheid van vorderingen kan de gemeente een voorziening treffen. Onderscheid wordt gemaakt tussen gemeentelijke belastingen en heffingen (zogenaamde bulkfacturen) en de overige vorderingen. Voor de bulkfacturen wordt een voorziening getroffen op basis van een ervaringspercentage van de oninbaarheid van posten over een aantal jaren.. Jaarlijks zal in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting het aanwezige saldo en het gewenste saldo worden opgenomen.De overige vorderingen worden individueel beoordeeld. Artikel 8 Kostprijsberekening In dit artikel staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten. Lid 1 bepaalt, dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten die direct met De dienst samenhangen. Het tweede lid bepaalt, dat onder de indirecte kosten ook worden verstaan bijdrage aan voorzieningen en de compensabele btw. Het rentecomponent van de kapitaallasten die van invloed zijn op de kostprijs is gebaseerd op het omslagpercentage. Artikel 9 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en leges. Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, heffingen en leges is een bevoegdheid van de raad die niet kan worden gedelegeerd. Daar waar het publiek belang in het geding is, is het aan de raad om het publiek belang te definiëren.Het eerste lid bepaalt, dat de raad de tarieven voor de belastingen, rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige lokale heffingen jaarlijks vaststelt. Het tweede en derde lid bepalen, dat de raad periodiek kaders voor de prijzen voor gemeentelijkediensten en de verhuur en verkoop van onroerend goed vaststelt. Het vierde lid bepaalt, dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen ter kennis van de raad worden gebracht. Artikel 10 Financieringsfunctie De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het middelenbeheer. In het eerste en tweede lid van dit artikel worden richtlijnen voor de uitvoering van de financieringsfunctie gegeven en staan de kaders voor het financieel beleid die bij de uitvoering in acht moeten worden genomen opgesomd. In het derde lid wordt aangegeven, dat de gemeente bij het verstrekken van leningen, het afgeven van garanties en het aangaan van financiële participaties alleen uit hoofde van depublieke functie mag handelen. Ook moeten bij dergelijke transacties zekerheden worden ingebouwd. Reden kan zijn dat indien een dergelijk verzoek aan de gemeente wordt gedaan andere financieringsinstanties er blijkbaar niet al te veel vertrouwen meer in hebben. Artikel 11 Administratie In dit artikel zijn de algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze moeten voldoen. Artikel 12 Interne controle De accountant toets jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de financiële beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Dit artikel draagt het college op hiervoor – ook tussentijds - maatregelen te treffen. Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik Dit artikel bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het treffen van voldoende beoordelingsmaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. Het treffen van afdoende beleid op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik maakt deel uit van het rechtmatigheidoordeel van de accountant. Overigens is het natuurlijk zo dat de afweging om hiervoor in meer of mindere mate regels voor te stellen een politiek besluit is dat bij de gemeenteraad en het college thuishoort. Artikel 14 Financiële organisatie Het college wordt onder de letters a tot en met d opgedragen regels die de financiële organisatie betreffen vast te leggen in besluiten. Onder e en f wordt het college opgedragen de kostenverdeelsleutels voor het toerekenen van kosten aan producten vast te leggen. In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële organisatie gegeven waaraan het college bij het samenstellen van regels voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven. In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan de organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functie aan functionarissen. In de onderdelen c tot en met e worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en de verantwoording daarover. Wijzigingen financiële verordening 2008 ten opzichte van de financiële verordening 2003 2003 2008 Artikel
  2. Definities Artikel
  3. DefinitiesToegevoegd verklaring indicator. Verwijderdteksten doelmatigheid, doeltreffendheid Artikel
  4. Programmabegroting Artikel
  5. Programma-indelingTeksten aangepast. Strekking blijft hetzelfde Artikel
  6. producten Artikel
  7. Inrichten begroting en jaarstukken Artikel
  8. Kaders begroting Artikel
  9. Kaders begroting Artikel
  10. Uitvoering begroting Artikel 4 Autorisatie begroting eninvesteringskredieten en begrotingswijzigingenOmschrijving geactualiseerd. Artikel
  11. Interne controle Artikel
  12. Interne controle Artikel 7 Tussentijdse rapportages en informatie Artikel 6 Bestuursrapportages Artikel 8 Jaarstukken Artikel 3 Inrichten begroting en Jaarstukken Artikel 9 Financiële positie Vervallen. In de nieuwe verordeningbeschreven in artikel 4 Artikel 10 Waardering & Afschrijving vasteactiva Artikel 6 en bijlage 2 (nota activeren,waarderen en afschrijven) Artikel 11 Voorziening voor oninvorderbareverordeningen Artikel 6a Voorziening voor oninvorderbareverordeningen Artikel 12 Reserves en voorzieningen Vervallen. Reservenota vormt vast onderdeelprogrammabegroting Artikel 13 Kostprijsberekening Artikel 7 Artikel 8 Vaststellen hoogte belastingen,rechten heffingen en leges Artikel 14 Financieringsfunctie Artikel 9 Artikel 15 Registratie bezittingen, activa envermogen vervallen Artikel 16 tot en met 22 betreffende diverseparagrafen uit begroting Vervallen. Deze zaken worden op grond vanBBV in de begroting behandeld Artikel 23 Verstrekte subsidies Vervallen Artikel 24 administratie Artikel 10 Artikel 25 Financiële administratie Vervallen. Is geregeld in het BBV Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel 26 Financiële organisatie Artikel 13 Artikel 27 Aanbesteding en inkoop Vervallen. Is geregeld in debudgethouderesregeling enaanbestedingsregeling openbare werken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.