← Nederland

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard 2011 (Lingewaard)

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011HoofdstukIBegripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet, waarbij in Lingewaard de Politieke Avond moet worden gezien als een commissie als bedoeld in de Gemeentewet, zoals ook is vastgesteld in artikel 51 sub a van het Reglement van Orde Lingewaard 2009; Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders; Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. HoofdstukIIVoorzieningen voor raadsleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum. Artikel3Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel5Reiskosten Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een vergoeding van de reiskosten op basis van maximaal de kosten van het openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel6Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. Artikel7Cursus, congres, seminar of symposium Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen (gemeentelijk) belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Artikel8Computer en internetverbinding In plaats van een computer, bijbehorende apparatuur en software verleent het college op aanvraag van een raadslid een vergoeding voor aanschaf en/of gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software en de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding. De vergoeding voor hetgeen is genoemd in lid 1 bedraagt € 20,- per maand. Artikel9Kinderopvang Niet van toepassing Artikel10Spaarloonregeling/levensloopregeling Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting

  1. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel10aFietsregeling Niet van toepassing Artikel11Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel12Compensatie korting werkloosheidsuitkering In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel13Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel
  2. Artikel13aZiektekostenvoorziening Niet van toepassing Artikel13bVoorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. HoofdstukIIIVoorzieningen voor wethouders Artikel14Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor een gemeente met een inwoneraantal zoals vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. Artikel15Reiskosten woon-werkverkeer Niet van toepassing Artikel16Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten voor reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten. Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling
  3. Artikel17Dienstauto Niet van toepassing. Artikel18Verblijfkosten Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakt verblijfkosten tijdens reizen gemaakt ten behoeve van de gemeente, zoals bedoeld bij artikel 16 en is genoemd bij lid 1 sub c. Artikel19Buitenlandse dienstreis Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan kaders voor de toestemming vaststellen. Artikel20Cursus, congres, seminar of symposium De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen (gemeentelijk) belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel21Computer en internetverbinding In plaats van een computer, bijbehorende apparatuur en software verleent het college op aanvraag van een wethouder een vergoeding voor aanschaf en/of gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software en de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding. De vergoeding voor hetgeen is genoemd in lid 1 bedraagt € 10,- per maand. Artikel22Mobiele telefoon Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Privégebruik van de mobiele telefoon, zoals bedoeld in lid 1, is niet toegestaan. De maandelijkse onkostenvergoeding voor de wethouder in verband met de component telefoonkosten wordt verminderd tot een bedrag van € 25,-. Artikel23Spaarloonregeling/levensloopregeling De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
  4. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel23aFietsregeling De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
  5. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel24Reis- en pensionkosten en verhuiskosten De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders; verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel25Kinderopvang Niet van toepassing. HoofdstukIVVoorzieningen voor commissieleden Artikel26Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is maximaal het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum. De vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid wordt door de raadsfracties zelf aan de commissie- c.q. P.A.-leden verstrekt uit het vaste deel van de fractievergoeding, waarbij de fractie de hoogte van het bedrag bepaalt, dit met inachtneming van het gestelde in lid
  6. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid of wethouder; uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. Artikel27Reis- en verblijfkosten Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een vergoeding van de reiskosten op basis van maximaal de kosten van het openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel28Buitenlandse excursie of reis Niet van toepassing. Artikel29Cursus, congres, seminar of symposium Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier, die deze inhoudelijk beoordeelt. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen (gemeentelijk) belang is in verband met de vervulling van het commissielidmaatschap. Artikel30Computer en internetverbinding Niet van toepassing. HoofdstukVDe procedure van declaratie Artikel31Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door betaling uit eigen middelen; of rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. Artikel32Declaratie van vooruit betaalde kosten Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel33Rechtstreekse facturering bij de gemeente De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar. Artikel34Gebruik creditcard Niet van toepassing HoofdstukVICiteertitel en inwerkingtreding Artikel35Intrekking oude regeling De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007 wordt ingetrokken. Artikel36Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  7. Artikel37Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Lingewaard
  8. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 16 december 2010.De raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,w.g. Th.G.L. Greep w.g. H.H. de Vries

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.