← Nederland

Verordening toeristenbelasting 2011 (Buren)

De raad van de gemeente Buren; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2010;gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit:vast te stellen de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

  1. Hoofdstuk1Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
  2. Artikel1Begripsomschrijvingen 1Vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. 2Mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. 3Niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden. 4Vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het, gedurende het seizoen of een jaar, plaatsen van een mobiele kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, stacaravans en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, op vaste en niet-vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam ''toeristenbelasting'' een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen 1De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: 1door degene, die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of ouden van dagen verblijft; 2van een assielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarvoor nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degenen die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voor zover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf 1Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:- twee personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;- drie personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt; mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op het werkelijk aantal personen dat overnacht. 2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:- meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 35- meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 40- meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 45; ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op nietvaste standplaatsen bepaald op het werkelijk aantal overnachtingen. 3Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden. Artikel7Opteren voor niet-forfaitaire heffingsmaatstaf In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de heffingsmaatstaf vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. Artikel8Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,
  3. Artikel9Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel10Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel12Termijnen van betaling 1De voorlopige aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2De definitieve aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel14Aanmeldingsplicht De belastingplichtige in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel15Inwerkingtreding en citeerregel 1De 'Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2010’ vastgesteld op 10 november 2009 in de openbare vergadering van de raad der gemeente Buren, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. 4Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2011'.Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Buren d.d. 9 november 2010 De griffier, De voorzitter,G. van Droffelaar Drs. K.C. Tammes

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.