Verordening Reinigingsrechten 2007, vijfde wijzigingOnderwerp : 5e wijziging verordening Reinigingsrechten 2007 De raad van de gemeente Westervoort; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 november 2011; gelet op de Gemeentewet artikel 229,eerste lid aanhef en onderdeel b en artikel 15.33 Wet Milieubeheer besluit vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van Reinigingsrechten 2007, vijfde wijziging HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80) 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afvalstoffen geldt. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan; Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalanderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel8Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede maanden later. 2De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Alternatief bij heffing per incidentele gebeurtenis In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede drie maanden later. In afwijking van het eerste gelid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 1.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel9Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichten die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel10Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel11Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel12Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel13Wijze van heffing 1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel14Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 15,00. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel16Termijnen van betaling 1De aanslagen moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede drie maanden later. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel 1De ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffen 2002 en op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2002 van 10 januari 2001, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 19 december 2005, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking in de Westervoort Post. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad voornoemd d.d. 12 december 2011, de griffier, de voorzitter, ing. J.A.M.G. van Bodegom mr. J.J.G.M. Geukers TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING Hoofdstuk 1: tarieven afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: € 154,00 2.1 Onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit artikel, bedraagt de belasting per lediging van: 2.2 een container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen: € 9,10 2.3 een container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen: € 7,20 3.1 in afwijking van het bepaalde in lid 1 en lid 2 van dit artikel, bedraagt het belastingtarief voor belastingplichtigen, aan wie een verzamelcontainer beschikbaar is gesteld: € 242,00 4.1 in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 van dit artikel, bedraagt het belastingtarief voor alleenwonenden en aan wie een verzamelcontainer beschikbaar is gesteld: € 181,00 4.2 indien zij op 1 januari van enig belastingjaar alleenwonend zijn, 75% van het belastingtarief genoemd in lid 3.1 van dit artikel, naar boven afgerond op hele euro’s. Het belastingtarief bedraagt dan: € 181,00 4.3 Het tarief voor het ophalen van grofvuil bedraagt € 25,00 5 Bij gebruik van een ondergrondse container gelden de volgende tarieven 5.1 De belasting bedraagt per perceel € 154,00 5.2 De kosten per registratie/vuilniszak bedragen € 1,25 5.3 De kosten voor de vervanging van een afvalpas/pasje voor een ondergrondse container bedraagt € 10,00 Hoofdstuk 2: tarieven reinigingsrecht 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: € 154,00 2.1 Onverminderd het bepaalde in lid van dit artikel, bedraagt de belasting per lediging van: 2.2 een container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen: € 9,10 2.3 een container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen: € 7,20 Hoofdstuk 3: Diversen 3.1 Wisseling van een mini-container per container[1] € 14,00 [1] Afspraak met Sita
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.