Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Buren 2008 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1 Aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, of die de uitgifte van een graf of urnenruimte vraagt. 2 Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken. 3 Asbus: een bus ter berging van as van een overledene. 4 begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats "Beusichem", gelegen aan de Benedenmolenweg in Beusichem; de gemeentelijke algemene oude begraafplaats "Buren", gelegen tussen de Julianalaan en de Dreef in Buren; de gemeentelijke algemene nieuwe begraafplaats "Buren"gelegen aan de Blatumsedijk in Buren; de gemeentelijke begraafplaats "Eck en Wiel", gelegen aan de Vlissingensestraat, Verbrughweg in Eck en Wiel; de gemeentelijke begraafplaats "Ingen", gelegen aan de Brenk in Ingen; de gemeentelijke nieuwe begraafplaats "Lienden", gelegen aan de Haagsestraat in Lienden; de gemeentelijke oude begraafplaats "Lienden", gelegen aan de Oudsmidsestraat in Lienden; de gemeentelijke nieuwe begraafplaats "Maurik", gelegen aan de Homoetsestraat in Maurik; de gemeentelijke oude begraafplaats "Maurik", gelegen aan de Tielsestraat in Maurik; de gemeentelijke begraafplaats "Ravenswaaij", gelegen aan de Donkerstraat te Ravenswaaij; de gemeentelijke begraafplaats "Zoelen", gelegen aan de Beemdsestraat te Zoelen; de gemeentelijke begraafplaats "Zoelmond, gelegen aan de Donkerstraat in Zoelmond. 5 Beheerder: degene die door het college met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen is belast, bevoegd is namens het college de in of krachtens deze verordening bedoelde grafrechten te vestigen en vergunningen af te geven, of degene die hem vervangt of degene die met bepaalde deeltaken is belast. 6 College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren. 7 eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken, het doen bijzetten van asbussen en het doen verstrooien van as; 8 Gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend. 9 Grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend. 10 Grafrecht: het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf, hetzij het uitsluitend recht op een eigen graf; 11 Rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een eigen graf. 12 Urn: een siervoorwerp ter berging van een asbus. 13 Urnennis: een algemeen graf voor 1 of 2 asbussen in een columbarium. Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen urnengraf. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'algemeen graf' mede verstaan: urnennis. Hoofdstuk 2 De begraafplaatsen Artikel 3 Beheer begraafplaatsen 1 Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college. 2 Onder toezicht van het college worden een beheerder en zonodig een of meer daartoe hem vervangende personen belast met: de administratie van de begraafplaatsen; het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen; het openen en sluiten van de graven voor een begraving, opgraving of ruiming c.q. bijzetting of ruiming van een asbus; de verstrooiing van as. Artikel 4 Administratie 1 Het college is verantwoordelijk voor de administratie van de begraafplaatsen. 2 De administratie bevat een register van alle op de begraafplaatsen begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn, alsmede een register van bijgezette asbussen met de krachtens artikel 65, eerste lid, van de wet voorgeschreven gegevens. De in deze registers opgenomen gegevens zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt. 3 De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven, met hun namen en adressen en zo mogelijk aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar. 4 De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het college door te geven. 5 Van de in het tweede en derde lid bedoelde registers kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechthebbenden en gebruikers of hun rechtsopvolgers, een uittreksel verkrijgen. Artikel 5 Plattegrond Van de begraafplaatsen berust bij de administratie een plattegrond, waarop de graven genummerd zijn aangeduid. Artikel 6 Openstelling begraafplaatsen en ordemaatregelen 1 De begraafplaatsen zijn van zonsopgang tot zonsondergang toegankelijk. 2 In verband met werkzaamheden op een begraafplaats kan de beheerder of degene die hem vervangt bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk ontzeggen. 3 Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. 4 Bezoekers van de begraafplaatsen dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de aanwijzingen van personeel op te volgen. 5 Het is steenhouwers, hoveniers, fotografen en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten, verboden dit te doen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. Bij de uitvoering van werkzaamheden dienen zonodig de aanwijzingen van de beheerder te worden gevolgd. 6 Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden, behalve met toestemming van de beheerder. Motorrijtuigen waarvoor toestemming is verleend, mogen niet harder rijden dan 10 km per uur. 7 Het is verboden: met fietsen, bromfietsen of andere motorrijwielen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren; op de graven te lopen of te zitten en er gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen op te leggen; een begraafplaats te verontreinigen; zonder toestemming of opdracht van de aanvrager een uitvaart te fotograferen, te filmen, video-opnamen te maken of anderszins te registreren; zonder toestemming of opdracht van het college op de begraafplaatsen te fotograferen dan wel film- of video-opnamen te maken; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken; as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen anders dan na toestemming van de beheerder. 8 De beheerder kan bezoekers of werklieden die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden de toegang tot de begraafplaats ontzeggen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd. Artikel 7 Tijdstippen plechtigheden 1 Het begraven van lijken, het bijzetten van asbussen en de verstrooiing van as in de aanwezigheid van nabestaanden geschiedt op werkdagen van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 16.00 uur en op zaterdag tussen 9.00 en 14.00 uur. Op andere dagen en tijdstippen kunnen - ter beoordeling van de beheerder - eveneens begrafenissen, bijzettingen of andere plechtigheden plaatsvinden. 2 Het tijdstip van begraven of bezorgen van as en het gebruik van de ontvangstruimtes wordt telkens en voor elke plechtigheid afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken aanvrager, rechthebbende of gebruiker, vastgesteld. 3 Dodenherdenkingen en andere plechtigheden kunnen geschieden nadat deze ten minste een week tevoren bij de beheerder zijn gemeld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschieden worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. Hoofdstuk 3 Indeling van de begraafplaatsen, onderscheid van de graven en asbestemming Artikel 8 Indeling begraafplaatsen 1 Graven worden uitgegeven aansluitend op de reeds uitgegeven graven. 2 Het college kan de indeling van de begraafplaatsen, de bestemming van de grafvelden en het onderscheid in graven nader vast stellen en wijzigen. Artikel 9 Onderscheid en uitgifte graven 1 Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een lijk kan echter na afloop van deze termijn op verzoek van de gebruiker of andere belanghebbenden worden herbegraven in een eigen graf. 2 Eigen graven worden uitgegeven voor een termijn van dertig jaren. Deze termijn wordt telkens met tien jaar verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen twee jaar vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. 3 Het recht op een eigen graf geeft de rechthebbende het uitsluitend recht daarin te doen begraven en begraven te houden. 4 Het in het eerste en tweede lid bedoelde grafrecht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte. 5 Bestaande graven met een uitsluitend recht die voorheen zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment dat de desbetreffende begraafplaats wordt opgeheven. 6 Het college kan aan een rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening en risico doen aanbrengen van een grafkelder. Aan de vergunning kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. 7 Het college een of meer begraafplaatsen aanwijzen onder de bepaling dat graven en urnennissen alleen worden uitgegeven aan personen die in de betreffende woonkern waar de begraafplaats ligt, zijn geboren, wonen of gewoond hebben. 8 In bijzondere gevallen wanneer dit voor het beheer van de begraafplaats niet bezwaarlijk is, ter beoordeling van burgemeester en wethouders, kunnen graven op zo'n aangewezen begraafplaats ook aan andere personen of rechtspersonen worden uitgegeven. Artikel 10 Bijzetten asbussen; verstrooiing van as 1 Een asbus kan worden bijgezet in een eigen graf, een eigen urnengraf of een urnennis. 2 Een asbus kan niet worden bijgezet in een algemeen graf. 3 Een asbus kan op een eigen graf slechts in een urn worden bijgezet. 4 Urnen op een graf of in een open nis dienen stevig aan de ondergrond te worden bevestigd. 5 As kan worden verstrooid in een eigen graf en op de strooivelden gelegen op de begraafplaatsen ( nieuw) Buren en Zoelen. 6 Bijzetting van de asbus impliceert dat de rechthebbende of gebruiker opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as in die zin dat de as dient te worden verstrooid, indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig een andere bestemming kenbaar is gemaakt. Artikel 11 Capaciteit en formaat graven 1 Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: algemene graven; eigen graven; keldergraven eigen urnengraven; urnennissen. 2 Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de eigen graven kunnen plaatsvinden. Het bepaalt tevens de afmetingen van de graven en de voor het plaatsen van een gedenkteken of beplanting beschikbare afmetingen van een graf. 3 Kindergraven zijn algemene of eigen graven voor kinderen tot een leeftijd van 5 jaar, met het formaat van 100 bij 100 cm. 4 Sommige typen graven of bepaalde diensten zijn soms niet, niet meer of nog niet, en niet voor alle termijnen, beschikbaar. Een aanvrager heeft geen recht op levering. Hoofdstuk 4 Vereisten voor begraving of bijzetting Artikel 12 Over te leggen stukken 1 Degene die een lijk wil doen begraven of as wil bezorgen, geeft daartoe opdracht door middel van een door de beheerder vast te stellen formulier. 2 Degene die een lijk wil doen begraven of een asbus wil doen bijzetten of gebruik wil maken van de ontvangstruimten, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk 3 werkdagen of 72 uur voorafgaand aan de dag of het tijdstip waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. Daarbij wordt aangegeven ten aanzien van welke van de in artikel 9, 10 en 11 bedoelde typen graven men een grafrecht wil vestigen. 3 Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 4 Bij de in het tweede en derde lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd. 5 Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het vierde lid bedoelde verlof of document ook het in het derde lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd. 6 Indien de begraving of de bijzetting in een bestaand eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bezorgd, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Artikel 13 Aanwijzing graf; controle bescheiden 1 De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aanvrager, door de beheerder. 2 Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 12 en 14 opgenomen vereisten is voldaan, en alleen bij begraving van een lijk, de beheerder de identiteit van het lijk heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat. 3 Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. 4 Het is verboden om een lijk te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.