← Nederland

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen De Bilt 2011 (De Bilt)

BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN DE BILT 2011De raad van de gemeente De Bilt; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 december 2010, met het onderwerp Beheer gemeentelijke begraafplaatsen; Overwegende dat het gewenst is om te voorzien in actuele, duidelijke en werkbare beheersregels voor de gemeentelijke begraafplaatsen; Gelet op het bepaalde in de artikelen 108 tweede lid, en 149 van de Gemeentewet en artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging; Besluit: vast te stellen de navolgende BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN DE BILT 2011 Hoofdstuk1INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats Brandenburg, gelegen aan de Eerste Brandenburgerweg 38 te Bilthoven; de gemeentelijke begraafplaats Westbroek, gelegen aan de Kerkdijk (achter de Nederlands Hervormde kerk) te Westbroek; graf: een zandgraf of keldergraf; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; particulier graf (ook wel een koopgraf genaamd): een graf waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht heeft tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het verstrooien van as. algemeen graf(ook wel huurgraf genaamd): een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; particulier urnengraf: een graf waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht heeft tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het verstrooien van as; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemene urnennis: een nis bij de gemeente in beheer waarin de gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(

  1. en)of degene die hem vervangt; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf of een algemeen urnennis is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. Hoofdstuk 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS Artikel 2. Openstelling begraafplaats(
  2. en)Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich zonder toestemming van de beheerder daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel 3. Ordemaatregelen Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(
  3. en)hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden direct van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. Het is verboden zonder toestemming van de beheerder met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(
  4. en)te rijden: elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; sneller dan 10 km per uur. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het vierde lid. Artikel 4. Plechtigheden Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel 5. Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen. Hoofdstuk 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel 6. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan de beheerder, doch niet later dan 36 uur na het overlijden. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. Het lijk, dan wel het omhulsel, danwel de asbus of urn, moet zijn voorzien van een (duurzaam) identiteitskenmerk. De gegevens van dit kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 36 uur na het overlijden schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel 7. Gebouwen en muziekinstallatie Het gebruik van de op de begraafplaats Brandenburg aanwezige aula alsmede van de muziekinstallatie of het orgel moet uiterlijk 36 uur na overlijden worden aangevraagd bij de beheerder. De aula , de muziekinstallatie en het orgel staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager. Artikel 8. Over te leggen stukken Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder of diens plaatsvervanger. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. Artikel 9. Wijze van begraven Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist Het is verboden om in een kist of andere omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan verteerbare grafgiften. Bij het ter begraving aanbieden van de kist of een ander lijkomhulsel dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd aan de beheerder volgens een door het college vast te stellen model, omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt , zal de aanbieder tevens een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998 moeten overleggen. 4 Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in vorige leden. Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 15.00 uur; op vrijdag van 9.00 tot 14.00 uur; op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur. Het tijdstip van begraven of het bezorgen van as vereist de instemming van de beheerder. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. Hoofdstuk 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN Artikel 11. Indeling graven en asbezorging Op de begraafplaats Brandenburg kunnen worden uitgegeven: particuliere graven en particuliere urnengraven; particuliere urnennissen; particuliere gedenkplaatsen. Op de gemeentelijke begraafplaats Westbroek kunnen worden uitgegeven: particuliere graven; particuliere gedenkplaatsen; particuliere urnengraven, welke uitsluitend mogen worden opgericht op de daarvoor speciaal bedoelde urnentuin, een en ander voor zover die tuin daartoe nog ruimte biedt. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel asbussen met of zonder urnen kunnen worden bijgezet in particuliere urnengraven en bepalen tevens de afmetingen van deze urnengraven. Bij de vaststelling van de in het derde en vierde lid bedoelde nadere regels kan onderscheid worden gemaakt tussen de twee gemeentelijke begraafplaatsen. Artikel 12. Algemene graven De algemene graven worden onderverdeeld in: Algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het begraven van lijken gedurende een periode van 10 jaren; Algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het begraven van lijken gedurende een periode van 25 jaren. In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven. In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet. Op de begraafplaats Westbroek worden geen algemene graven opgericht. Artikel 13. Volgorde van uitgifte De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(
  5. en)niet bezwaarlijk is. Artikel 14. Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Het bepaalde in artikel 11, vijfde lid, is overeenkomstig van toepassing Artikel 15. Termijnen particuliere graven Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
  6. en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar of voor onbepaalde tijd recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige reden bestaan. Artikel 16. Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. De bovenkant van een grafkelder mag niet meer dan 0.50 meter boven het maaiveld uitkomen. Van het bepaalde in lid 2 kan het college ontheffing verlenen ten behoeve van de bouw van een mausoleum. Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed verwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving ten name van een rechtspersoon is slechts mogelijk , indien daar gewichtige redenen voor bestaan. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel 18. Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Artikel 19. Sluiting van graven Op aanvraag van de rechthebbende kan het college een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd. Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard. Hoofdstuk 5. GRAFBEDEKKINGEN Artikel 20. Vergunning grafbedekking Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. De belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. Het bepaalde in artikel 11, vijfde lid, is daarbij overeenkomstig van toepassing. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Het college kan ontheffing verlenen van de door hem vastgestelde nadere regels Grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende op het particuliere graf of de aanvrager van een algemeen graf te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast, storm, dieren en andere van buitenkomende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening van de rechthebbende of aanvrager. Artikel 21. Onderhoud door de gemeente Het college voorziet in het één maal per jaar schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg van een basis onderhoud aan de winterharde beplantingen. Het hiervoor verschuldigde tarief zal bij afzonderlijke verordening worden vastgesteld. Bij eventuele verzakking van het gedenkteken zal de rechthebbende of gebruiker in kennis worden gesteld op de in artikel 22, zesde lid, bedoelde wijze. Artikel 22. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. Verwijderde beplanting wordt, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, direct worden vernietigd, zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enige schadevergoeding. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. Artikel 23. Niet-blijvende grafbeplanting Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. Artikel 24. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enige schadevergoeding. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. De grafbedekking die niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Gedurende de in het tweede lid genoemde termijn kan de rechthebbende voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid de grafbedekking verwijderen. Hoofdstuk 6. RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN Artikel 25. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Hoofdstuk 7. GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP Artikel 26. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven Het bepaalde in dit artikel is uitsluitend van toepassing indien een deel van de begraafplaats, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de Lijkbezorging, ter beschikking is gesteld van een kerkgenootschap. Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 10, tweede lid, 14 en 22, derde lid, van deze verordening. Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden onderhouden. Hoofdstuk 8. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING Artikel 27. Lijst Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Hoofdstuk 9. INRICHTING REGISTER Artikel 28. Voorschriften Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken. Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Hoofdstuk 10. SLOTBEPALINGEN Artikel 29. Intrekking oude regeling Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening, wordt de Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De Bilt gehouden op 31 oktober 2002 en in werking getreden op 1 januari 2003, ingetrokken. Artikel 30. Overgangsbepaling Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek van 1 januari 2003 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek van 1 januari 2003 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 31. Strafbepaling Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4 en 9 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Overtreding van de artikelen 3, 4 en 9 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 32. Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking. Artikel 33. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen De Bilt 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.