De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2000; b e s l u i t : onder intrekking van de VERORDENING SUBSIDIERING GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK VORMINGSONDERWIJS OP OPENBARE LAGERE SCHOLEN, vastgesteld in de raadsvergadering van 28 maart 1996 en gewijzigd bij raadsbesluit van 16 juli 1998; vast te stellen de navolgende “VERORDENING SUBSIDIERING GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK VORMINGSONDERWIJS OP OPENBARE BASISSCHOLEN”. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet: artikel 50 en 51 van de Wet op het primair onderwijs (Staatsblad 1998, 228); school: een school voor openbaar basisonderwijs; een instelling voor godsdienstonderwijs: zijnde een kerkelijke gemeente, een plaatselijke kerk of een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens haar statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stelt; een instelling voor levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: een organisatie op geestelijke grondslag die zich blijkens de statuten het geven van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ten doel stelt; Artikel2Subsidiëring Aan de daartoe aangewezen instellingen wordt ten laste van de gemeente Krimpen aan den IJssel een subsidie toegekend als tegemoetkoming in de kosten verbonden aan het verzorgen van lessen in godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan scholen bedoel in artikel 1, onder b, mits de gemeenteraad daartoe jaarlijks een bedrag beschikbaar stelt en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Artikel3Organisatie 1.Het godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt in de gebouwen van de betrokken scholen gegeven aan de leerlingen van de groepen 6 en 7 op een school voor openbaar basisonderwijs, voor zover de ouders, voogden en verzorgers daartegen geen bezwaar hebben. 2.De voor het godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs bestemde uren vallen binnen de schooltijden en worden voor elke school vastgesteld op hetzelfde tijdstip in overeenstemming met de door de instelling voor godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aangewezen leraren. 3.De door de verantwoordelijke instellingen aangewezen leraren gedragen zich naar de aanwijzingen gegeven door de directeur van de school en verstrekken alle inlichtingen die de directeur verlangt. 4.De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienstonderwijs dan wel levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ligt bij de instellingen die dit onderwijs verzorgen. 5.De lessen worden gegeven in de Nederlandse taal. 6.De lokalen worden, zo nodig verwarmd en verlicht, kosteloos beschikbaar gesteld. 7.Indien over het bepaalde in het tweede lid geen overeenstemming kan worden bereikt, beslist het college van burgemeester en wethouders. Artikel4Het subsidiebedrag Het in artikel 2 bedoelde subsidie wordt berekend naar een jaarbedrag per groep per wekelijks lesuur ad ƒ 2.624,00 voor het jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.