Wegsleepverordening 2010 De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 mei 2010; gelet op de overwegingen van de commissie Grondgebied van 18 mei 2010; overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen; gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening, inclusief toelichting “Wegsleepverordening 2010” Artikel1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; b. de raad: de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel; c. RVV 1990 het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; d. wet: de Wegenverkeerswet 1994; e. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; f. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder a van het RVV 1990 (zie toelichting); g. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet (zie toelichting). Artikel2Aanwijzing van de wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Artikel3Plaats van bewaring van voertuigen en openingstijden a.Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Veilingweg 65 in Rotterdam. b.De in lid a. genoemde bewaarplaats is 7 dagen per week, 24 uur per dag geopend. Artikel4Kosten overbrengen en bewaren voertuigen a.De kosten van het voorrijden, verslepen en bewaren van een voertuig zijn weergegeven in onderstaande tabel: Alle dagen Voorrijden € 129,00 Verslepen € 82,00 Bewaren 1e dag € 44,00 ieder volgende dagdeel € 24,00 Indien de eigenaar c.q. gerechtigde tot het gebruik van het voertuig, zich op de plaats van dat voertuig meldt nadat het wegsleepbedrijf een aanvang met het verslepen van het voertuig heeft gemaakt, maar het verslepen niet is voltooid, zullen de kosten voor het voorrijden in rekening worden gebracht bij de eigenaar c.q. gerechtigde tot het gebruik van het voertuig. Indien de eigenaar c.q. gerechtigde tot het gebruik van het voertuig, het voertuig reeds verwijderd heeft voordat het wegsleepbedrijf Krimpen aan den IJssel heeft bereikt zullen de kosten voor het voorrijden in rekening worden gebracht bij de eigenaar c.q. gerechtigde tot het gebruik van het voertuig. Alle bedragen in artikel 4 zijn inclusief BTW. De bedragen worden eenmaal per jaar (voor het eerst op 1 januari 2012) gewijzigd conform het prijsindexcijfer voor consumentenprijzen. Artikel5Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening overeenkomstig van toepassing. Artikel6Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 1 september 2010; Deze verordening wordt aangehaald als “Wegsleepverordening 2010”. Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 3 juni 2010. De griffier, De voorzitter, Bijlage 1 - BIJLAGE BIJ DE TOELICHTING OP DE WEGSLEEPVERORDENINGVeiligheid op de weg en vrijheid van het verkeerAls gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: Plaats op de wega.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990). Laten stilstaanb.een voertuig is tot stilstand gebracht: op een kruispunt, rotonde of een overweg; op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; in een tunnel; bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers; op de rijbaan langs een busstrook; op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus; langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990; op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo’n weg (zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.) Parkerenc.een voertuig is geparkeerd: bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; voor een inrit of een uitrit; buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; binnen een erf, waarbij - voor zover het een motorvoertuig betreft – geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990). Bevel of aanwijzingd.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon (zie artikel 82 RVV 1990). Gevaarlijk of hinderlijk gedrage.een voertuig is zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd (zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel). ToelichtingHiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is. In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegenVerwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt; op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover: het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen; op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord C1of G7 van die bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren. ToelichtingHiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn voorgaand onder a tot en met i nader aangeduid. Toelichting op de verordeningHet uitvoeren van de wegsleepregeling is een bevoegdheid van het gehele college. Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. Uitgebreide werkingOp grond van de WVW 1994 mogen op de weg staande voertuigen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Ook kunnen voertuigen worden weggesleept die fout zijn geparkeerd, zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid. Een voertuig kan niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, kan bijvoorbeeld als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval zou het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar kunnen volstaan. Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwangWanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig of het alleen binnen Krimpen aan den IJssel wegslepen/verplaatsen) door het college. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet vereist, maar is wel mogelijk. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleengebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaren beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging. Artikel 170 e.v. Wegenverkeerswet 1994 (WVW)In de WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: de aanwijzing van de plaats(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.