Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2008 gemeente Krimpen aan den IJsselOntwerp-besluit De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2008; b e s l u i t : de Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2008 gemeente Krimpen aan den IJssel vast te stellen. TOESLAGENVERORDENINGWETWERKENBIJSTAND 2008 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder : de wet: de Wet Werk en Bijstand (hierna te noemen: WWB); alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; alleenstaande ouder : de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; gehuwden: de personen die gehuwd zijn en beiden 21 jaar of ouder zijn en beiden jonger dan 65 jaar zijn; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; woning: een woning, een woonwagen en een woonschip; i. woonkosten: - indien een huurwoning wordt bewoond: de geldende huurprijs per maand verschuldigd als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag (conform artikel 5 en artikel 27 Wht); indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de onroerende-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten. nettominimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel in de ziekenfondspremie. De loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel 37 van de Wet Werk en Bijstand. 2.Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die met een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. 3 Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij is gehuwd. Artikel2Categorieën 1.Voor belanghebbenden aan wie bijstand volgens de wet als toeslag kan worden verleend, geldt een categorieaanduiding. 2.De categorieën worden aangeduid als: alleenstaande; alleenstaande ouder; gehuwde. Hoofdstuk2.Toeslagen- en kortingenbeleid Artikel3Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders 1.De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag. 3.De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, op wie het tweede lid niet van toepassing is, 10% van het netto minimumloon. 4.Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar, alsmede inwonende eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond van de Wet studiefinanciering dan wel een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand met verlaging op grond van artikel 6 van deze verordening ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken toeslag. 5.De uitwonende alleenstaande van 18 tot en met 20 jaar ontvangt geen toeslag, maar een door burgemeester en wethouders in de richtlijnen vast te stellen bijzondere bijstand, indien de individuele omstandigheden daartoe noodzaken. Artikel4Verlaging voor gehuwden 1.De bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, wordt lager vastgesteld indien de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar, alsmede inwonende eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond van de Wet op studiefinanciering, dan wel een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken bijstandsnorm. 3.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon. Artikel5Verlaging in verband met ontbreken van woonkosten De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen kosten zijn verbonden. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar 17% van het netto minimumloon. De in het tweede lid bedoelde verlagingen vinden bij voorrang plaats op de toeslag. Artikel6Verlaging toeslag voor alleenstaanden van 21 jaar De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor een alleenstaande van 21 jaar, die geen woning deelt met een ander, vastgesteld op 10% van het netto minimumloon. De toeslag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor een alleenstaande van 21 jaar, die een woning deelt met een ander, vastgesteld op nihil. Artikel7Anti-cumulatiebepaling Indien voor de belanghebbende een combinatie van een lagere toeslag en één of meer verlagingen in verband met het delen van respectievelijk het ontbreken van woonkosten of samenloop van deze verlagingen onderling van toepassing is, bedraagt de totale verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon. Hoofdstuk3.Categoriale bijzondere bijstand Artikel8Bijzondere bijstand Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking van bijzondere bijstand op individuele en categoriale wijze. Het college is bevoegd de bijzondere bijstand vorm te geven binnen de wettelijke kaders en is tevens bevoegd beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de bijzondere bijstandsverlening in de vorm van richtlijnen. Hoofdstuk4.Overige tegemoetkomingen Artikel9Tegemoetkomingen Burgemeester en wethouders zijn belast met de verstrekking van tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die de raad uit oogpunt van aanvullende inkomensondersteuning verantwoord vindt. Artikel 8, tweede lid geldt dienovereenkomstig voor de vorengenoemde tegemoetkomingen, bijdragen en toeslagen die uit de wet of door de raad vastgestelde inkomensvoorzieningen voortvloeien. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel10Richtlijnen In aanvulling op artikel 8 en 9 is het college bevoegd om de algemene bijstand vorm te geven binnen de wettelijke kaders en is tevens bevoegd beleidsregels vast te stellen ter uniformering van de algemene bijstandsverlening in de vorm van richtlijnen. Artikel11Uitvoering en mandatering Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van de door burgemeester en wethouders te nemen bijstandsbesluiten, voor zover het individuele aanspraken op uit kering betreft: Volgens de WWB. Volgens de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand. Volgens de uitkerings- en uitvoeringsvoorschriften van de minister SZW, alsmede volgens de door het college vastgestelde richtlijnen, te mandateren aan de directeur sector Samenleving (SSL), zulks onder nader door de burgemeester en wethouders te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen. De reikwijdte van het mandaat betreft tevens het instellen van bezwaar en beroep namens de gemeente, met inbegrip van procesmandaat. De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet voor: het vaststellen van de beleidsregels in de vorm van richtlijnen; het nemen van besluiten op ingekomen bezwaarschriften. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van beheersbesluiten inzake de verlenging van bijstand, evenals het nemen van besluiten met betrekking tot de inrichting van de administratieve organisatie, te mandateren aan de directeur SSL, zulks onder nader door burgemeester en wethouders te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen. De onder 2 en 4 genoemde regeling geldt evenzeer voor de uitvoering van de producten en processen, vermeld in het jaarlijks vast te stellen sectorplan, voor zover zij geen betrekking hebben op de uitvoering van de WWB, maar op andere wettelijke regelingen. Artikel12Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.