Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2011De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2011; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op het positieve advies d.d. 9 juli 2009 van de monumentencommissie van de gemeente Kaag en Braassem; b e s l u i t : vast te stellen de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2011 Artikel1Begrippen a. Monument: beschermd gemeentelijk monument welk onherroepelijk is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst; b. Beschermd gemeentelijk dorpsgezicht: beschermd gemeentelijk dorpsgezicht welk onherroepelijk is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst; c. Gemeentelijke monumentenlijst: lijst zoals bedoeld in artikel 1 onder b van de Erfgoedverordening van de gemeente Kaag en Braassem; d. Restauratiewerkzaamheden: bouwkundige maatregelen die strekken tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, alsmede tot behoud en herstel van monumentale waarden; werkzaamheden aan een monument, het normale onderhoud te boven gaand, die voor de instandhouding ervan noodzakelijk zijn; e. Onderhoudswerkzaamheden: sober en doelmatig uit te voeren periodieke werkzaamheden, die er op gericht zijn de bouwkundige staat van een monument in stand te houden of toekomstig groot onderhoud of restauratie te voorkomen of uit te stellen, met als doel het wind- en waterdicht houden van het monument;f. Subsidiabele kosten: de kosten van restauratiewerkzaamheden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn om een monument of de onderdelen van een monument, die zijn benoemd in de gemeentelijke monumentenlijst of naar het oordeel van burgemeester en wethouders van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden, monumentale waarde bezitten, te herstellen of te conserveren; g. Eigenaarde (toekomstig) eigenaar, de erfpachter, de houder van een recht van opstal of een appartementsrecht. Artikel2Beschikbaar budget De gemeenteraad neemt jaarlijks een besluit waarin het subsidieplafond voor de gemeentelijke monumenten is vastgelegd. Artikel3Subsidie 1Burgemeester en wethouders kunnen de eigenaar van een monument éénmaal per 5 jaar een subsidie toekennen voor het in stand houden van een monument. 2De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1 onder f tot een maximum van € 10.000,= per gemeentelijk monument. 3De subsidiabele kosten worden bepaald aan de hand van noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid. 4Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, in bijzondere gevallen, in het belang van de monumentenzorg, afwijken van de bepalingen van deze verordening; de maximale subsidie kan hierbij ten hoogste met 10% worden verhoogd. Artikel4Kosten van voorzieningen 1Onder subsidiabele kosten worden die kosten gerekend die zijn geraamd voor:a. de bouwkosten c.q. aanneemsom die betrekking hebben op de restauratie van het monument;b. het architectenhonorarium, de constructeur en de kosten voor het dagelijkse toezicht naar evenredigheid van verhouding tussen de subsidiabele en niet subsidiabele kosten;c. bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek, dat noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de monumentale waarde, voor zover dit niet blijkt uit de beschrijving van het monument;d. heffingen zoals leges voor omgevingsvergunning;e. de verschuldigde BTW voor zover deze niet teruggevorderd kan worden bij de belastingdienst;f. installaties ter voorkoming van brand- of blikseminslag. 2Voor zover de kosten van voorzieningen op grond van een verzekering worden gedekt of op andere wijze worden vergoed, blijven deze kosten bij het bepalen van de subsidiabele kosten buiten beschouwing. Artikel5De aanvraag 1De aanvraag om subsidie wordt op een door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier ingediend. 2Naast het in het eerste lid genoemde formulier dient de aanvraag te bevatten:a. een bouwkundig rapport betreffende de bestaande toestand van het monument;b. een technische werkbeschrijving en motivering van de aanvraag, eventueel aangevuld met een bouwhistorische en/of archeologische omschrijving;c. bouwkundige tekeningen, die de bestaande en de te maken toestand aangeven;d. detailtekeningen van onderdelen welke bepalend zijn voor de monumentale waarde e. een gespecificeerde begroting van de werkzaamheden;f. kleurenfoto’s van het monument, de belendingen/directe omgeving. 3Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager, van wie de aanvraag niet aan de leden 1 en 2 voldoet, in de gelegenheid zijn aanvraag binnen 4 weken aan te vullen. 4Indien de aanvraag, ook na de aanvulling zoals aangegeven in lid 3, niet voldoet aan de leden 1 en 2 wordt de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard en niet verder in behandeling genomen. Artikel6Afwijzing subsidie De subsidie wordt niet toegekend indien:a. met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of niet in voldoende mate wordt gediend;b. de kosten van de voorzieningen niet geacht worden in een redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat;c. met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat op de aanvraag om een bijdrage is beslist, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 10, lid 2;d. voor de te treffen voorzieningen een omgevingsvergunning is aangevraagd en deze is geweigerd. Artikel7Toekenning en voorwaarden voor subsidie 1De hoogte van de toegekende subsidie is voorlopig; als na het treffen van de voorzieningen blijkt dat de werkelijke kosten afwijken van de goedgekeurde aanvraag, zullen de subsidiabele kosten opnieuw worden bepaald waarna de toegekende subsidie kan worden bijgesteld. 2De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst met inachtneming van het bepaalde in artikel 2 van deze verordening. 3Aanvragen om subsidie, waarop gelet op lid 2 van dit artikel niet positief kan worden beslist, worden voor dat jaar afgewezen door burgemeester en wethouders. 4Aanvragen als bedoeld in lid 3 behoeven niet opnieuw te worden ingediend maar worden in het eerstvolgende jaar, waarin door de gemeenteraad een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2 is vastgesteld, in de oorspronkelijk ingediende volgorde als eerste in behandeling genomen. 5Binnen 26 weken na toekenning van de subsidie moet met de werkzaamheden een aanvang worden gemaakt. 6De voorzieningen dienen binnen 2 jaar na de toekenning van de subsidie zijn getroffen. 7Binnen 3 maanden na de eerste oplevering dient de aanvrager een gespecificeerde geldelijke verantwoording met betalingsbewijzen aan burgemeester en wethouders voor te leggen. 8Burgemeester en wethouders kunnen bij het besluit tot toekenning van subsidie nadere voorwaarden stellen in het belang van het behoud van monumentale waarden. Artikel8Uitbetaling 1Uitbetaling van de subsidie vindt in elk geval niet eerder plaats dan nadat de voorzieningen schriftelijk zijn gereed gemeld onder overlegging van de originele facturen van erkende bedrijven en een verklaring dat deze zijn betaald. 2Voorts vindt uitbetaling van de subsidie niet eerder plaats dan nadat de voorzieningen en betalingsbewijzen door burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. 3Indien de voortgang van de werkzaamheden dat rechtvaardigt kan een voorschot van ten hoogste 60% van de subsidie worden uitbetaald. Het voorschot kan niet lager zijn dan € 2500,=. Artikel9Advies monumentencommissie 1Burgemeester en wethouders beslissen op grond van deze regeling niet dan nadat de monumentencommissie is gehoord. 2Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, in het belang van de monumentenzorg, afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel10Bijzondere bepalingen 1Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van deze verordening, met uitzondering van het bepaalde in artikel 3, lid 4, mandateren aan de secretaris van de monumentencommissie. 2Op verzoek van de eigenaar kan vooruitlopend op de te nemen beslissing over de subsidieverlening door burgemeester en wethouders met de werkzaamheden worden gestart nadat de subsidiabele kosten zijn beoordeeld. 3Burgemeester en wethouders kunnen gehoord de monumentencommissie, in het belang van de monumentenzorg, afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel11Handhaving en toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaald bij of krachtens deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel12Overgangsbepaling 1Het subsidieplafond of het in de begroting opgenomen subsidiebudget is maatgevend en kan niet worden overschreden. 2De conform de subsidieverordening van de voormalige gemeente Jacobswoude vastgelegde rechten ten aanzien van de spaarregeling blijven onverkort van kracht en vervallen/verminderen conform de spaartermijn in de regeling. Artikel13Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2011”. Artikel14Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2011. 2Deze verordening vervalt van rechtswege met ingang van 1 januari 2012. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van deraad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 7 februari 2011de griffier, de voorzitter,drs. B.S.M. Sepers mr. K.M. van der Velde-Menting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.