Reintegratieverordening 2005 De raad van de gemeente Rijnwaarden, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 augustus 2004, gelet op de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), Overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid onder a WWB, artikel 35 Ioaw en artikel 35 Ioaz de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot het ex artikel 7 WWB, artikel 34 Ioaw en artikel 34 Ioaz bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, B E S L U I T vast te stellen de hierna volgende “Reïntegratieverordening 2005” Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze verordening verstaat onder de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, nummer 375); Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de Ioaw of de Ioaz; bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in de WWB (artikel 5, sub c); Anw-er: persoon die een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het Centrum Werk en Inkomen; niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): een persoon als bedoeld in artikel 6 onder a. van de wet, maar ouder dan 18 jaar. belanghebbende: een persoon die behoort tot de doelgroep en die aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden; werknemer: belanghebbende die een dienstverband heeft met een werkgever die daarvoor subsidie ontvangt op grond van deze verordening of diegene met een arbeidsovereenkomst op basis van de opstapbaan of een vangnetbaan; doelgroep: de doelgroep zoals omschreven in artikel 1 van de Wet Participatiebudget. voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a van de wet; een instrument binnen een reïntegratietraject dat ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen; arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht waarbij de werknemer gedetacheerd kan worden bij een instantie of bedrijf in de collectieve of marktsector. opstapbaan: een gesubsidieerde arbeidsplaats voor maximaal twee jaar (met inbegrip van de proefplaatsing of stage) met het doel om zich te kwalificeren voor een reguliere baan; proefplaatsing: werken met behoud van uitkering gedurende maximaal 6 maanden voor minimaal 20 uur per week als bedoeld in artikel 11 van deze verordening; stage: gedurende maximaal 9 maanden voor minimaal 20 uur per week stage als bedoeld in artikel 10 van deze verordening; vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie bij organisaties zonder winstoogmerk; vangnetbaan baan: een gesubsidieerde arbeidsplaats die door burgemeester en wethouders kan worden ingezet voor afbouw van ID- en WIW-banen; inleenvergoeding: vergoeding die door de werkgever wordt betaald als bijdrage in de salariskosten van de vangnetbaan; traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door burgemeester en wethouders aan hem opgelegd geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen van betaalde arbeid; wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon dat van toepassing is op de werknemer, exclusief werkgeverslasten. Artikel 2 Opdracht aan burgemeester en wethouders Burgemeester en wethouders bieden ondersteuning aan belanghebbenden. Burgemeester en wethouders zorgen voor een voldoende gevarieerd aanbod van reïntegratie-instrumenten. Burgemeester en wethouders kunnen bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. Burgemeester en wethouders bevorderen de beschikbaarheid van voorzieningen voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor belanghebbende, voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of voor deelname aan een voorziening, of voor het bereiken van het doel van een traject of een voorziening. Hoofdstuk 2 Doel en doelgroep Artikel 3 Doel van de ondersteuning Burgemeester en wethouders kunnen aan een belanghebbende ondersteuning bieden bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel niet bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke participatie. Artikel 4 Vorm van de ondersteuning Burgemeester en wethouders stellen voorzieningen beschikbaar, die een traject ondersteunen. Onder voorzieningen worden verstaan: een onderzoek naar en verslag over de mogelijkheden van de belanghebbenden, scholing, begeleiding, loonkostensubsidies, bemiddeling, bevordering van zelfstandige maatschappelijke participatie, betaald of onbetaald werk, schuldhulpverlening en nazorg. Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 9 van de wet niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorzieningen die beschikbaar zijn en die adequaat en toereikend zijn voor het doel dat beoogd wordt. Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. Artikel 5 Onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen voordat besloten wordt tot een traject en/of tot de inzet van reïntegratie-instrumenten een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van de reïntegratie-instrumenten of andere vormen van begeleiding. Artikel 6 Verplichtingen Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet of van andere wetten gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen: het verstrekken van de inlichtingen aan burgemeester en wethouders die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of een geschikte voorziening; het verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in artikel 6; het naar vermogen deelnemen aan de verschillende onderdelen van het traject; na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het traject of van de voorzieningen belemmert; anderszins het slagen van een traject te kunnen bevorderen. Artikel 7 Beperkingen Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar mening van burgemeester en wethouders in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de aanvrager. Evenmin bestaat recht op ondersteuning indien: het netto-inkomen van het gezin hoger is dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; het vermogen meer bedraagt dan het gestelde in de beleidsregel omtrent de vermogensvaststelling. De kosten van een NUG/Anw-reïntegratietraject bedraagt maximaal € 2.500,--. Burgemeester en wethouders kunnen van degene zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder e. en f. een bijdrage in de kosten van de voorziening verlangen. Hoofdstuk 3 Werk als instrument voor reïntegratie Artikel 8 Opstapbanen Een opstapbaan kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling. De opstapbaan heeft als doel de belanghebbende, door betaald werk, sneller op regulier werk te plaatsen. De duur van de opstapbaan bedraagt maximaal twee jaar, met een loonkostensubsidie welke maximaal 110% bedraagt van het wettelijk minimumloon; De loonkostensubsidie wordt gebaseerd op het aantal arbeidsuren (minimaal 20 uur per week); De werkgever biedt de belanghebbende een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd aan. De arbeidsovereenkomst gaat in op de dag dat deze is ondertekend door de belanghebbende en door de werkgever. Onderdeel van de arbeidsovereenkomst vormt een ondertekend trajectplan. Indien belanghebbende zich niet houdt aan de in de arbeidsovereenkomst en het trajectplan opgenomen verplichtingen, of anderszins niet meewerkt aan de realisatie van het trajectplan,kan de werkgever belanghebbende met onmiddellijke ingang ontslaan met inachtneming van de bepalingen hierover in het Burgerlijk Wetboek` Artikel 9 Proefplaatsingen Een proefplaatsing kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling. De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid. Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing geïndiceerd is. De proefplaatsing kan maximaal zes maanden duren. Artikel 10 Stages Een stage kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling. De stage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied. Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een stage geïndiceerd is. De stage duurt maximaal negen maanden. Artikel 11 Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling of, als dat vooralsnog niet mogelijk is, zelfstandige maatschappelijke participatie. Vrijwilligerswerk heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, werkritme op te laten doen en/of behouden. Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk. Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door burgemeester en wethouders aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende geen perspectief of pas op (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en dat inzet van de voorziening wenselijk is. Artikel 12 Vangnetbanen De voormalige In- en doorstroombanen en Wiw-dienstbetrekkingen worden omgezet in een vangnetbaan. Plaatsing in een vangnetbaan heeft ten doel om belanghebbende gedurende de afbouw van de voormalige “In- en Doorstroombanen” en “Wiw-dienstbetrekkingen” te laten participeren op de arbeidsmarkt door middel van betaalde arbeid; Tijdens de afbouw wordt onderzocht of er andere mogelijkheden van (reguliere) arbeid zijn of door in de persoongelegen factoren geen uitstroom mogelijk is. Een vangnetbaan is een tijdelijke voorziening en kan een onderdeel van een trajectplan vormen; Hoofdstuk4Subsidies voor de werkgever Artikel 13 Doel van de subsidies voor de werkgever Burgemeester en wethouders kunnen een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij betreffende werkgever voor een belanghebbende mogelijk te maken (alleen toepasbaar bij artikel 8 tot en met artikel 12). Artikel 14 Duur en hoogte subsidie opstapbaan De duur van de subsidie bedraagt minimaal een periode van zes maanden en maximaal twee jaar. De hoogte van de subsidie wordt door burgemeester en wethouders vastgesteld en bedraagt 110% van het wettelijk minimumloon. De loonkostensubsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk van kracht is en naar rato van een voltijds dienstverband. Artikel 15 Duur en hoogte subsidie vangnetbaan De duur en de hoogte van de subsidie worden door burgemeester en wethouders vastgesteld op basis van gemaakte afspraken met de werkgever. Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie voor onbepaalde tijd opzeggen of wijzigen met in achtneming van een (opzeg)termijn van zes maanden. Artikel 16 Aanvullende voorwaarde Aan de loonkostensubsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een trajectplan door werkgever en belanghebbende wordt opgesteld waarin de voorgenomen ontwikkeling van de belanghebbende wordt vastgelegd. De werkgever en belanghebbende kunnen bij het opstellen van het traject door burgemeester en wethouders worden ondersteund. Het trajectplan moet door burgemeester en wethouders worden goedgekeurd. Artikel 17 De aanvraag De loonkostensubsidie dient voor aanvang van de opstapbaan te worden aangevraagd. Recht op loonkostensubsidie voor de opstapbaan ontstaat pas na toekenning op de aanvraag. Het dienstverband op grond van de opstapbaan kan pas ingaan na toekenning van de loonkostensubsidie. Op de verlening van een loonkostensubsidie is afdeling 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Artikel 18 Samenloop van subsidies Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door burgemeester en wethouders, reeds langs andere weg subsidie wordt verstrekt. Artikel 19 Definitieve vaststelling Burgemeester en wethouders stellen de definitieve loonkostensubsidie telkens na afloop van het kalenderjaar of na afloop van de overeengekomen periode vast op basis van de door burgemeester en wethouders te bepalen en door de werkgever aan te leveren documenten. Artikel 20 Voorschotten Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten verstrekken als aan de voorwaarden van de subsidieverstrekking, zoals bedoeld in artikel 16 tot en met 19, is voldaan. Voorschotten worden eerst verrekend met de definitief vastgestelde subsidie of met voorschotten over een zelfde of een volgend kalenderjaar. Ontvangt een werkgever meerdere subsidies, kunnen voorschotten op de ene subsidie met een definitief vastgestelde andere subsidie op grond van deze verordening worden verrekend. Artikel 21 Nadere regels Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden stellen met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidies. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond vaststellen voor de subsidies aan werkgevers. Hoofdstuk 5 Afstemming en terugbetaling Artikel22Afstemming en terugbetaling Een persoon die door burgemeester en wethouders een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan plaatsvinden. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, artikel 7, alsmede de verplichtingen die burgemeester en wethouders aan de aangeboden voorziening hebben verbonden, na te komen. Burgemeester en wethouders kunnen een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening en die niet voldoet aan het gestelde in het eerste of tweede lid een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening. Burgemeester en wethouders kunnen van een belanghebbende niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening en die niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk laten terugbetalen. Hoofdstuk 6 Premies Artikel 23 Vrijlating onkostenvergoeding vrijwilligerswerk Burgemeester en wethouders kunnen de onkostenvergoeding die een uitkeringsgerechtigde ontvangt vrijlaten indien: na onderzoek is gebleken dat vrijwilligerswerk het hoogst haalbare is; mogelijkheden op regulier werk niet meer aan de orde is; de uitkeringsgerechtigde een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft (huidige fase 4); het vrijwilligerswerk wordt verricht bij organisaties zonder winstoogmerk De hoogte van onkostenvergoeding welke mag worden vrijgelaten is gebaseerd op grond van artikel 31 lid 2 onderdeel k. Dit bedrag is afgestemd op de fiscale forfaitaire vrijwilligersregeling, zoals die op grond van de Coördinatiewet sociale verzekeringen geldt voor de werknemersverzekeringen. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 24 Beleid Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere beleidsregels vaststellen Artikel 25 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de “Reïntegratieverordening 2005”. Artikel 26 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.