Verordening Wet InburgeringDe Raad van de gemeente Urk;Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 februari 2007Gezien het advies van commissie I van 13 maart 2007Gelet op de artikelen 8, 9 vijfde lid, 23 derde lid en 35 van de Wet Inburgering;Overwegende dat de raad bij verordening regels dient vast te stellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;Besluit vast te stellen de volgende verordening:<vet> VERORDENING WET INBURGERING</vet> Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel1Begripsomschrijvingen 1In deze verordening wordt verstaan onder:a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk;b. de wet: de Wet Inburgering. 2De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen 1Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. 2Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen:a. Het verstrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal;b. Het inrichten van een gemeentelijke informatie- en adviesfunctie;c. Het geven van digitale informatie op de website van de gemeente Urk. 3Het college beoordeelt tenminste eens in de vier jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. Hoofdstuk2Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening Artikel3Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: a. Inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswet of -regeling ontvangen.b. Oudkomers die zelf geen inkomen uit werk of uitkering hebben Artikel4De samenstelling van de inburgeringsvoorziening 1Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. 2Indien de Inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening hierop wordt afgestemd. Artikel5De inning van de eigen bijdrage 1De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet wordt in ten hoogste twaalf termijnen betaald. 2Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel6Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen opleggen:a. het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;c. Het deelnemen aan voortgangsgesprekken;d. Voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;e. Het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan. Hoofdstuk3Het aanbod van een inburgeringsvoorziening Artikel7De procedure van het doen van een aanbod 1Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. 2In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en plichten vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden. 3De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt. 4Wanneer een inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening overeenkomstig het gedane aanbod. 5Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod weigert is hij zelf verantwoordelijk voor zijn voorbereiding op het inburgeringsexamen. Het college zal binnen vier weken na ontvangst van de weigering een handhavingbeschikking versturen waarmee de termijn aanvangt waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet hebben gehaald. Artikel8De inhoud van de beschikking Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval:a. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;c. de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;d. de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;e. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Hoofdstuk4De bestuurlijke boete Artikel9De hoogte van de bestuurlijke boete voor de verschillende overtredingen 1De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek bedoeld in artikel 25, vierde lid van de wet. 2De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening 3De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel10Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Hoofdstuk5Bevoegdheden college Artikel11Nadere regels en hardheidsclausule 1Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening. 2Het college is bevoegd om in bijzondere gevallen ten gunste van de inburgeringsplichtige af te wijken van bepalingen in deze verordening indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot onbillijkheden van klaarblijkelijke aard. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel12Inwerkingtreding / overgangsbepalingen 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007 2Op de in het eerste lid genoemde datum wordt de Boeteverordening Wet Inburgering Nieuwkomers, vastgesteld door de Raad op 16 december 2004, ingetrokken met dien verstande dat zij van kracht blijft ten aanzien van boetes die zijn opgelegd voor 1 april 2007. Artikel13Citeertitel De verordening wordt aangehaald als "Verordening Wet Inburgering gemeente Urk".
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.