Reïntegratieverordening gemeente Ameland 2005Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand;b. Anw-ers: personen met een uitkering volgens Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI);c. Nugger: de persoon die als werkzoekende is geregistreerd bij de CWI en die geen uitkeringsgerechtigde is (niet uitkeringsgerechtigde);d. voormalige WIW-ers en ID-ers: degene die op 31 december 2003 werkzaam waren in een WIW-dienstbetrekking respectievelijk ID-baan en op grond van artikel 10 lid 2 WWB aanspraak kunnen maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling. e. jongeren: uitkeringsgerechtigden en Nuggers niet ouder dan 23 jaar;f. voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a van de wet WWB;g. de wet: de Wet Werk en Bijstand;h. het college: het college van burgemeester en wethouders;i. uitvoeringsbesluit: door het college op basis van de verordening vast te stellen uitvoeringsregels;j. arbeidsinschakeling : het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a van de wet;k. sociale activering: het verrichten van onbeloonde activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; Hoofdstuk2Beleid en financiën Artikel2Opdracht college 1Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, ANW-ers en Nuggers alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Reïntegratie beleidsplan 1Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt geïntegreerd in het jaarlijks aan te bieden beleidsverslag aan de raad. Artikel4Aanspraak op ondersteuning 1Uitkeringsgerechtigden, ANW-ers, Nuggers, alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening. Artikel5Persoonsgebonden budget 1Het college kan aan, in het reïntegratiebeleidsplan aangewezen groepen, een subsidie verstrekken in de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget. 2Onder een persoonsgebonden reïntegratiebudget wordt verstaan een subsidie ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling. Artikel6Budget- en subsidieplafonds 1Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Artikel7Verplichtingen van de cliënt 1Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2Een persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college een uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 4Indien de persoon niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel terugvorderen. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel8Algemene bepalingen voor voorzieningen 1Het college kan per cliënt verschillende voorzieningen aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daar over in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 3Het college kan een voorziening beëindigen:a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 van de wet niet nakomt;b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. 4Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 11, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:a. de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;b. de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;c. de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling;d. de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;e. de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;f. het vragen van een eigen bijdrage;g. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Hoofdstuk4Specifieke voorzieningen Artikel9Loonkosten subsidies gericht op reïntegratie 1Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon bedoeld in artikel 1 lid a, d en e een arbeidsovereenkomst sluiten gericht op arbeidsinschakeling. 2Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. 3De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. Artikel10Loonkostensubsidies gericht op participatie 1Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon bedoeld in artikel 1 lid a, d en e een arbeidsovereenkomst sluiten gericht op participatie. 2Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. 3De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. Artikel11Overige vergoedingen Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van een voorziening zoals bedoeld in artikel 7 van de wet. Het gaat hierbij in ieder geval om:a. verhuiskosten;b. reiskosten;c. kosten voor kinderopvang. Artikel12Overgangsbepalingen De uitkeringsgerechtigde die, op 31 december 2004, op grond van artikel 8 van de in de raad van december 2003 vastgestelde Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand een activeringspremie ontvangt, behoudt het recht op de activeringspremie:a. tot het moment waarop de deelname aan sociale activering van een reïntegratietraject op basis van het arbeidsplan wordt afgesloten;b. het moment waarop de op basis van het arbeidsplan te volgen scholing is afgerond. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel13Hardheidsclausle Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel14Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel15Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt op de dag van bekendmaking in werking en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.