Nr. 340 Gemeenteblad van Enschede De directeur van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Enschede; gelet op punt 40 van het Overzicht VII DMO van het vigerende Mandaatbesluit 2003 dat de directeur de bevoegdheid verschaft om namens het college ter zake beleidsregels vast te stellen; gelet op titel 4.3 ‘’Beleidsregels’’ van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de artikelen 8 en 31, lid 2, onderdeel j van de Wet werk en bijstand en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Verordening werk en bijstand; overwegende dat het om redenen van rechtszekerheid en doelmatigheid wenselijk is om beleidsregels vast te stellen inzake het verstrekken van een eenmalige premie/bonus gericht op arbeidsinschakeling, besluit vast te stellen de Beleidsregels arbeids- en flexbonus WWB 2010-2011 Artikel1Gebruikmaking van wettelijke bevoegdheid Het college maakt, gelet op artikel 8 van de Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 2.1 van de Verordening werk en bijstand, en mede gelet op de vrijlatingsfaciliteit van artikel 31, lid 2, onderdeel j van de WWB, gebruik van de bevoegdheid tot het verstrekken van eenmalige premies, hierna genoemd: bonussen, die bijdragen aan de arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden. Artikel2Algemene bepaling Het college kan per kalenderjaar een bonus verstrekken aan een uitkeringsgerechtigde die betaalde arbeid heeft verkregen. Artikel3Arbeidsbonus (volledige uitstroom uit de WWB) De uitkeringsgerechtigde die: twee jaar of langer ononderbroken algemene bijstand heeft ontvangen, al of niet gevolgd door een (voormalige) I/D- of WIW-baan, en betaalde arbeid heeft verkregen waardoor minimaal een jaar geen beroep meer wordt gedaan op algemene bijstand, en na de laatste dag van het in b genoemde jaar tussen de 27 en 65 jaar is, heeft na dat jaar recht op een arbeidsbonus. 2.De arbeidsbonus bedraagt € 2.000,-. Artikel4Flexbonus (gedeeltelijke uitstroom uit de WWB) 1.De uitkeringsgerechtigde voor wie, naar het oordeel van het college, deeltijdarbeid ‘’het maximaal haalbare’’ is, heeft: bij het verkrijgen van betaalde arbeid in deeltijd; na de termijn waarin nog aanspraak bestaat op vrijlating van inkomsten uit arbeid op grond van artikel 31, lid 2, onderdeel o, WWB, en indien hij na de in b genoemde termijn nog algemene bijstand behoudt, recht op een flexbonus. 2.De flexbonus bedraagt 10 % van de arbeidsinkomsten, met een minimum gelijk aan de van toepassing zijnde langdurigheidstoeslag en een maximum van € 1.500,- . Artikel5Aanvullende bepalingen 1.Het college kent een bonus na afloop van een kalenderjaar ambtshalve toe. 2.Bij samenloop van een flex- en arbeidsbonus geldt de gunstigste bonus. Artikel6Slotbepalingen 1.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en hebben terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010. Deze beleidsregels gelden tot 1 januari 2012. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels arbeids- en flexbonus WWB 2010–2011. Vastgesteld op 17 juni 2010. Burgemeester en wethouders M.J.M. Meijs, Secretaris P.E.J. den Oudsten, Burgemeester
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.