Verordening geluidmeetdienst gemeente Boarnsterhim De raad van de gemeente Boarnsterhim; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 1994; overwegende dat het door de in werking treding van de Algemene Wet Bestuursrecht (Staatsblad 1992/315) noodzakelijk is de "Geluidmeetdienstverordening" aan te passen aan deze wet; gelet op het bepaalde in de Wet Geluidhinder, de Algemene Wet Bestuursrecht alsmede de Gemeentewet; B E S L U I T : vast te stellen de volgende "Verordening regelende de organisatie en de uitvoering van de in artikel 162, lid 1, van de Wet Geluidhinder omschreven taak (Geluidmeetdienstverordening)". Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: wet: Wet Geluidhinder van 16 februari 1979, Staatsblad 99; de minister: de minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne; bestuursorgaan: burgemeester en wethouders. Artikel2 Het gemeentebestuur draagt zorg dat de voor een goede uitvoering van de taken door de Wet aan hem opgelegd, noodzakelijke geluidsmetingen worden verricht. Artikel3 1.Vanwege het bestuursorgaan zullen de in artikel 2 genoemde metingen worden verricht voor zover zij kunnen worden uitgevoerd met behulp van een elementaire handmeetapparatuur en/of integrerende geluidsniveaumeter. 2.Vanwege het bestuursorgaan zullen de in artikel 2 genoemde metingen, voor zover zij niet zijn begrepen onder lid 1 van dit artikel, worden verricht door de geluidmeetdienst van de regio noord of door een ander door het bestuursorgaan aan te wijzen deskundig bureau. Artikel4 Vanwege burgemeester en wethouders verricht het in artikel 3 lid 2 bedoelde bureau of genoemde geluidmeetdienst geluidmeet- en rekenwerkzaamheden als genoemd in: a. hoofdstuk II van de Wet = Toestellen; b. hoofdstuk III van de Wet = Recreatie-inrichtingen; c. hoofdstuk IV van de Wet = Inrichtingen; d. hoofdstuk V van de Wet = Zones rond industrieterreinen; e. hoofdstuk VI van de Wet = Zones langs wegen; f. hoofdstuk VII van de Wet = Zones langs spoorwegen; g. hoofdstuk VIII van de Wet = Andere geluidzones; h. hoofdstuk XIV van de Wet = Geluidbewaking; i. hoofdstuk XVII van de Wet = Geluidisolatie van gebouwen. Artikel5 De directeur van de hoofdafdeling II kan geluidmetingen doen verrichten en het bestuursorgaan gevraagd dan wel ongevraagd adviseren ten aanzien van alle aangelegenheden die van belang zijn voor de goede uitvoering van de taken, zoals die bij of krachtens de Wet aan het bestuursorgaan zijn opgedragen. Artikel6 De vaststelling van de geluidbelasting heeft plaats met in acht neming van de door de minister krachtens de artikelen 73, 102, 116 en 163 van de Wet gestelde regels. Artikel7 1.Het ingevolge artikel 141 van de wet jaarlijks aan de minister over te leggen overzicht van de door het bestuursorgaan noodzakelijk geachte maatregelen tot bestrijding van geluidhinder in de volgende vijf jaren (indicatief Meerjarenprogramma Geluid), alsmede van de door het bestuursorgaan geraamde daarvoor benodigde uitgaven ten laste van het rijk, zullen in overleg met de directeur van de hoofdafdeling II worden opgesteld. 2.In dit overzicht worden ook de kosten van het technisch en administratief in stand houden van de geluidmeetdienst Boarnsterhim ten laste van het rijk opgenomen. Artikel8 De financiële tegemoetkomingen van de minister voor het in stand houden van de geluidmeetdienst Boarnsterhim zullen worden besteed voor het doel waarvoor zij zijn gegeven. Artikel9 1.Deze verordening treedt in werking de achtste dag na bekendmaking. 2.De datum van ingang wordt geacht te zijn 1 januari 1994. 3.Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Geluidmeetdienst gemeente Boarnsterhim". Grou, 18 januari 1994. De raad voornoemd, de secretaris, mevrouw A.M.E. van der Sluijs de voorzitter, Y. Dijkstra
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.