REFERENDUM-VERORDENING VOOR DE GEMEENTE NEDERLEK 1995ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: referendum: een raadplegende volksstemming, waarbij de kiezers zich uitspreken over een door de raad vastgesteld onderwerp; deelnemers: zij die krachtens de bepalingen van deze verordening gerechtigd zijn aan het referendum deel te nemen; kiezer: kiesgerechtigd is degene die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden, blijkens het bevolkingsregister van de gemeente, woonachtig is in Nederlek, mits deze uiterlijk op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient om kiesgerechtigd te zijn tevens te voldoen aan het vereiste dat deze 6 weken vóór de dag van het referendum gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren ingezetene van Nederland is; Voor de overige in deze gemeente verblijvende personen, wordt zoveel als mogelijk is van toepassing verklaard datgene wat in de Kieswet dienaangaande vermeld staat. raad: de gemeenteraad van Nederlek. Artikel2 1.Een referendum wordt gehouden onder de burgers van het gehele grondgebied van de gemeente. 2.In uitzonderingsgevallen kan de raad bepalen dat een referendum wordt gehouden onder de burgers die in één van beide kernen wonen. 3.In zijn besluit bepaalt de raad welke bepalingen van deze verordening overeenkomstige toepassing vinden. 4.Het gestelde in artikel 16, eerste en tweede lid is niet van toepassing indien van de uitzonderingsbepaling van het tweede lid gebruik wordt gemaakt. Artikel3 Een referendum kan worden gehouden tegelijk met een andere verkiezing. ONDERWERP Artikel4 Alleen een concept-besluit van de gemeenteraad kan onderwerp van een referendum zijn. De volgende concept-besluiten kunnen géén onderwerp van een referendum zijn: besluiten over voorstellen, gedaan aan de raad als beroepsinstantie voor besluiten van burgemeester en wethouders; besluiten over voorstellen, gericht op het voor kennisgeving aannemen van nota's, rapporten en dergelijke; besluiten over voorstellen inzake individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en verlening van kwijtschelding; besluiten tot het voeren van rechtsgedingen; besluiten in het kader van deze verordening; de vaststelling van de begroting en de rekening; besluiten die een zodanig spoedeisend karakter hebben dat opschorting daarvan door het instellen van een referendum de gemeente onevenredig kan benadelen. BESLISSING EN INITATIEF Artikel5 1.Een referendum kan alleen worden gehouden indien de raad daartoe heeft besloten. 2.Een verzoek aan de raad om te besluiten tot het houden van een referendum kan worden gedaan vanuit de raad of vanwege de burger(s). Artikel6 De raad besluit in elk geval over het houden van een referendum, indien is gebleken: dat geen sprake is van een uitgezonderd onderwerp als bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening, en/of het verzoek wordt ondersteund door ten minste drie leden van de raad; het verzoek is ingesteld door een aantal kiesgerechtigde inwoners van Nederlek dat tenminste overeenkomt met de helft van de kiesdeler ontleend aan de laatstelijk gehouden gemeenteraadsverkiezingen. tot het houden van een referendum op basis van een verzoek zoals in punt c. gesteld, wordt niet overgegaan, indien het verzoek één maand voor het verstrijken van de termijn waarop in het raadsbesluit is aangegeven dat de oproepingskaarten voor het referendum worden verzonden, niet wordt ondersteund door een aantal kiesgerechtigde inwoners van Nederlek dat tenminste overeenkomt met tweemaal de kiesdeler ontleend aan de laatstelijk gehouden gemeenteraadsverkiezingen. Artikel7 Wanneer de raad heeft besloten een concept-raadsbesluit aan een referendum te onderwerpen wordt het desbetreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld, met dien verstande dat het concept-besluit, zoals dat luidt na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming wordt gebracht, maar wordt aangehouden. VRAAGSTELLING Artikel8 Aan de kiezers wordt de vraag voorgelegd of zij vóór dan wel tegen het concept-besluit zijn. De vraagstelling wordt door de raad vastgesteld. De referendum-vraag wordt door een onafhankelijke redactiecommissie opgesteld. Deze commissie adviseert tevens over de informatie die aan de kiesgerechtigden beschikbaar wordt gesteld. De raad benoemt de leden van deze commissie. UITWERKING Artikel9 Nadat de raad heeft besloten een referendum te houden, bepalen burgemeester en wethouders - binnen een termijn van drie maanden - met inachtneming van advies van de betrokken raadscommissie, de datum van het referendum. Artikel10 Burgemeester en wethouders regelen de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie van het referendum. Artikel11 Burgemeester en wethouders doen openbare kennisgeving van het besluit tot het houden van een referendum. De op het raadsvoorstel, waarover het referendum wordt gehouden, betrekking hebbende stukken liggen voor een ieder ter inzage op de gemeentehuizen en eventueel op andere door burgemeester en wethouders te bepalen plaatsen. In de openbare kennisgeving wordt daarvan mededeling gedaan. PROCEDURE RONDOM DE STEMMING Artikel12 1.Ten behoeve van het referendum wordt een afzonderlijk kiesregister bijgehouden, waarin de kiesgerechtigden voor het referendum worden opgenomen. 2.Een kiesgerechtigde krijgt een afzonderlijke oproepingskaart. 3.Het bepaalde in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.