BOUWVERORDENING KATWIJKInhoud Hoofdstuk
- Inleidende bepalingen
- De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen § 1 gegevens en bescheiden § 2 behandeling van de aanvraag om bouwvergunning § 3 welstandstoetsing § 4 het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem § 5 voorschriften van stedenbouwkundige aard § 6 voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen § 7 aansluitplicht op de nutsvoorzieningen
- Licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken
- Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk
- Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte § 1 staat van open erven en terreinen § 2 staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen § 3 aansluiting op de nutsvoorzieningen § 4 het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid
- Brandveilig gebruik § 1 gebruiksvergunning § 2 het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar § 3 het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand
- Overige gebruiksbepalingen § 1 overbevolking § 2 staken van het gebruik § 3 gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen § 4 het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid § 5 watergebruik § 6 installaties
- Slopen § 1 omgevingsvergunning voor het slopen § 2 uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen § 3 verplichtingen tijdens het slopen § 4 vrij slopen
- Welstand
- Overige administratieve bepalingen
- Handhaving
- Straf-, overgangs- en slotbepalingen Bijlagen gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning gebruikseisen voor bouwwerken gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties opslag brandgevaarlijke stoffen vervallen kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buiten- riolering op erven en terreinen vervallen reglement van orde van de stadsbouwmeester tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1 brandmeldinstallaties tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5 ontruimingsalarminstallaties) tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8 vluchtrouteaanduiding HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1 In deze verordening wordt verstaan onder: bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders; Bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet; bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en woningtoezicht; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit; hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm; Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Omgevingsvergunning voor het slopen: vergunning voor een sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; straatpeil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 2 In deze verordening wordt mede verstaan onder: – bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; –gebouw: een gedeelte van een gebouw. Artikel 1.2 Termijnen Vervallen. Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente
- Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: a. het gebied binnen de bebouwde kom; b. het gebied buiten de bebouwde kom.
- Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. HOOFDSTUK 2 DE AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET BOUWEN Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning Vervallen. Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens Vervallen. Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden Vervallen. Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen Vervallen. Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740 uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1; (vervallen). Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave
- De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009, niet rechtvaardigen. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning Vervallen. Artikel 2.1.7 Bouwregistratie Vervallen. Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen Vervallen. Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag Vervallen. Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening Vervallen. Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen Vervallen. Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening Vervallen. Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek Vervallen. Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning Vervallen. Paragraaf 3 Welstandstoetsing Artikel 2.3.1 Welstandscriteria Vervallen. Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en
- dat de grond raakt, of
- waarvan het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen Vervallen. Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling Vervallen. Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen Vervallen. Artikel 2.5.3A Brandweeringang Vervallen. Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen. Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.8 Ontheffing voor overschrijdingen van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg Vervallen. Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken Vervallen. Artikel 2.5.11 Ligging achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.14 Ontheffing voor overschrijdingen van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen Vervallen. Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen Vervallen. Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken Vervallen. Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen Vervallen. Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen Vervallen. Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen Vervallen. Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken Vervallen. Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen Vervallen. Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken Vervallen. Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte Vervallen. Artikel 2.5.28 Ontheffing voor overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogte Vervallen. Artikel 2.5.29 Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid Vervallen. Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid: indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties Vervallen. Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties Vervallen. Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties Vervallen. Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid Vervallen. Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten Vervallen. Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen. Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen. Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen. Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen. Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen. Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen. Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen. HOOFDSTUK 3 LICHT-BOUWVERGUNNINGPLICHTIGE BOUWWERKEN Artikel 3.1 Gereserveerd Artikel 3.2 Welstandscriteria Gereserveerd HOOFDSTUK 4 PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen. Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie Vervallen. Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw Vervallen. Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen Vervallen. Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten Vervallen. Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein Vervallen. Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein Vervallen. Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder Vervallen. Artikel 4.11 Bouwafval Vervallen. Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen Vervallen. Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming Vervallen. HOOFDSTUK 5 STAAT VAN OPEN ERVEN EN TERREINEN, AANSLUITING OP DE NUTSVOORZIENINGEN EN WEREN VAN SCHADELIJK EN HINDERLIJK GEDIERTE Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen Vervallen. Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen Vervallen. Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen. Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen Vervallen. Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard Vervallen. Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen Vervallen. Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen Vervallen. Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen. Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen. Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen. Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen. Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen. Artikel5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen toepassing Vervallen. Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen. Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel 5.4.1 Preventie Vervallen. HOOFDSTUK 6 BRANDVEILIG GEBRUIK Paragraaf 1 Gebruiksvergunning Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk Vervallen. Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning Vervallen. Artikel 6.1.3 In behandeling nemen Vervallen. Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing Vervallen. Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning Vervallen. Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning Vervallen. Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden Vervallen. Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel 6.2.1 Gebruikseisen voor bouwwerken Vervallen. Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen Vervallen. Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen Vervallen. Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen Vervallen. Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen Vervallen. Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid Artikel 6.4.1 Hinder in verband met de brandveiligheid Vervallen. HOOFDSTUK 7 OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN Paragraaf 1 Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen Vervallen. Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens Vervallen. Paragraaf 2 Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid Vervallen. Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne Vervallen. Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen Vervallen. Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1(Vervallen) Zie toelichting. Artikel7.3.2Hinder Vervallen. Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie Vervallen. Paragraaf 5 Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water Vervallen. Paragraaf 6 Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties Vervallen. HOOFDSTUK 8 SLOPEN Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning Vervallen. Artikel8.1.3In behandeling nemen Vervallen. Artikel8.1.4Termijn van beslissing Vervallen. Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen Vervallen. Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.1.7Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen omgevingsvergunning voor het slopen vereist voor het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel slopen van: geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voor zover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein Vervallen. Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen. Artikel8.3.3.Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.3.4.Plichten van degene die sloopt Vervallen. Artikel8.3.5.Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest Vervallen. Artikel8.3.6.Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen Vervallen. Paragraaf 4 Vrij slopen Artikel8.4.1.Sloopafval algemeen Vervallen. HOOFDSTUK 9 WELSTAND Artikel9.1De advisering door de stadsbouwmeester De stadsbouwmeester adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De stadsbouwmeester baseert zijn advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. De stadsbouwmeester heeft een plaatsvervanger, voor wie dezelfde bepalingen gelden. Artikel9.2De stadsbouwmeester De stadsbouwmeester is deskundig op het gebied van architectuur en ruimtelijke kwaliteit. De stadsbouwmeester is onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. De stadsbouwmeester wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris of diens plaatsvervanger. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur Vervallen. Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De stadsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: - op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; - de werkwijze van de stadsbouwmeester; - op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van de zittingen; - de aard van de beoordeelde plannen; - de bijzondere projecten. De stadsbouwmeester kan in zijn jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 9.5Termijn van advisering De stadsbouwmeester brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen een week nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de stadsbouwmeester een langere termijn dan genoemd in het vorengenoemde lid van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderingen en mondeling toelichten De behandeling van bouwplannen door de stadsbouwmeester is openbaar. De stadsbouwmeester maakt voor iedere zitting door middel van een publicatie melding op welke dag, welke plaats en welk tijdstip hij plannen behandelt. Hij vermeldt tevens in de publicatie dat inwoners bij de secretaris van de stadsbouwmeester de volledige agenda kunnen opvragen. Bij de kennisgeving van aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen wordt tevens aangegeven dat de zittingen van de stadsbouwmeester openbaar zijn en de secretaris van de stadsbouwmeester op verzoek aangeeft in welke zitting een bepaald bouwplan wordt behandeld. De openbaarheid geldt zowel voor de beoordeling als de adviezen. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de stadsbouwmeester in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. In het geval dat het bouwplan door de stadsbouwmeester wordt beoordeeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de stadsbouwmeester een uitnodiging te ontvangen voor de zitting, waarin de aanvraag wordt beoordeeld. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de stadsbouwmeester dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid kan bestaan in de toelichtende fase en de concrete advisering. Artikel9.7Vorm waarin het advies wordt uitgebracht De stadsbouwmeester adviseert en motiveert zijn advies schriftelijk. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel9.8Uitsluiting van gebieden en categorïen bouwwerken Vervallen. HOOFDSTUK 10 OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel 10.1De aanvraag om woonvergunning Vervallen. Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen Vervallen. Artikel10.3Overdragen vergunningen Vervallen. Artikel10.4Overdragen mededeling Vervallen. Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens almede onbruikbaar verklaarde standplaatsen Vervallen. Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Vervallen. HOOFDSTUK 11 HANDHAVING Artikel11.1Stilleggen van de bouw Vervallen. Artikel11.3Overtreding van het verbod tot ingebruikneming Vervallen. Artikel11.3Stilleggen van het slopen Vervallen. Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek Vervallen. HOOFDSTUK 12 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel12.1Strafbare feiten Vervallen. Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek Vervallen. Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Vervallen. Artikel12.4Vervallen Vervallen. Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding Vervallen. Artikel12.6Slotbepaling 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- 2.Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 24 november 2011 en alle daarin aangebrachte wijzigingen. 3.Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing of toestemming of een aanvraag omgevingsvergunning, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze bouwverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden voor deze wijziging, tenzij de aanvrager aangeeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als 'bouwverordening'. Bijlagen Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1 en 3.1 Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden alsbedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening Vervallen. Artikel 2 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens enbescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening Vervallen. Artikel 3 Funderingsplan Vervallen. Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens Vervallen. Artikel 5 Bouwveiligheidsplan Vervallen. Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen Vervallen. Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen Vervallen. Toelichting bijlage 1 Hoofdlijnen van de jurisprudentie – Ingevolge artikel 6 eerste lid van bijlage 1 bij de (Model-)bouwverordening dient de schaal van de tekeningen van het bouwwerk 1:100 te zijn. In verband met de grootte van het te bouwen gebouw is in casu niet voldaan aan dit gestelde schaalvereiste. De Voorzitter ARRS: Gelet op de praktische problemen (de gestelde schaaleis maakt de tekeningen volstrekt onhandelbaar) wordt in het niet – geheel – voldoen aan het bepaalde in voornoemd artikel 6 onvoldoende aanleiding gezien om tot schorsing van de bouwvergunning over te gaan. De aanvraag is niet onzorgvuldig beoordeeld. Ook is niet gebleken dat niet is voldaan aan de in artikel 2.1.3 van de (Model-)bouwverordening gestelde eisen ten aanzien van de bij de aanvraag over te leggen bescheiden. Wnd. Vz. ARRS, 7 juni 1993, BR 1993, p. 975, Afvalverwerkingsinstallatie Beilen. Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning Vervallen. Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken Vervallen. Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties Vervallen. Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen Vervallen. Bijlage 6 Vervallen. Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen. Bijlage 8 Vervallen. Bijlage 9 Reglement van orde van de stadsbouwmeester Artikel 1
- Naast de advisering over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen adviseert de stadsbouwmeester burgemeester en wethouders omtrent andere zaken waarbij het esthetisch aspect of het landschapsschoon is betrokken.
- De stadsbouwmeester is bevoegd, ook ongevraagd, burgemeester en wethouders voorstellen te doen die kunnen strekken tot verfraaiing van de gemeente, of van zijn inzichten aangaande desbetreffende aangelegenheden te doen blijken. Artikel 2
- De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen die gebruik wenst te maken van het spreekrecht, dient zich hiervoor tenminste 2 werkdagen voor de dag van de zitting aan te melden bij de secretaris van de stadsbouwmeester.
- Per zitting worden voor maximaal 3 bouwplannen insprekers toegestaan. Latere verzoekers om inspreekrecht wordt hiertoe de gelegenheid geboden in de volgende zitting(en) van de stadsbouwmeester, zulks in volgorde van aanmelding van het daartoe strekkende verzoek. Artikel 3
- De nieuw te benoemen stadsbouwmeester kan op aanbeveling van de stadsbouwmeester door burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad worden voorgedragen.
- Alvorens burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad een voordracht doen, worden met de sollicitanten gesprekken gevoerd, dit in aanwezigheid van de portefeuillehouder, de zittende stadsbouwmeester, het hoofd van de afdeling, de teamleider Vergunningen alsmede de secretaris van de stadsbouwmeester. Artikel 4 Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde van de stadsbouwmeester Katwijk”. Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1 (brandmeldinstallaties) Vervallen. Bijlage 11 Tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5 (ontruimingsalarminstallaties) Vervallen. Bijlage 12 Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8 Vluchtrouteaanduiding Vervallen.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.