← Nederland

Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie Rijnwoude (Rijnwoude)

Obsah (12)Artikel 1Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6Artikel 7Artikel 8Artikel 9Artikel 10Artikel 11Artikel 12

Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie RijnwoudeDe raad van de gemeente Rijnwoude b e s l u i t : vast te stellen de navolgende verordening op de rekenkamercommissie Rijnwoude: Artikel1Be

Artikel 1

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze modelverordening is gekozen om de begrippen doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet is genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee willen wij voorkomen dat gemeenten in de verordening een eigen definitie hanteren. Wel wordt in deze

uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten. Voor de duidelijkheid; een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur omvat géén controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet.

Artikel 2

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel 81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze verordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met 5 externe leden. De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamer zal hebben. Gekozen is voor een samenstelling van 5 leden, inclusief de voorzitter, van buiten de gemeenteraad en commissie. De taak van de rekenkamercommissie is herleid aan het bepaalde in artikel 182 van de Gemeentewet. Onderzoek wordt uitgevoerd naar ( maatschappelijke ) effecten van gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffend van het gemeentelijk beleid, van het gemeentelijk beheer en van de gemeentelijke organisatie. Ook is dergelijk onderzoek mogelijk bij instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. Denk hierbij aan gemeenschappelijk regelingen waaraan de gemeente deelneemt en gesubsidieerde privaatrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 3In het tweede lid is een zittingstermijn van vier jaar genoemd.

Doordat de twee nieuwe leden niet tegelijk met de reeds zittende leden worden benoemd ontstaat overlap. Daarmee wordt continuïteit bereikt in de ervaring bij de leden met het werk van deze commissie bij zowel reguliere als ook bij een onvoorziene wisseling van de bezetting van de commissie.

Artikel 4

De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 5

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.

Artikel 6

In dit artikel is het recht op de vergoeding die de leden voor hun werkzaamheden ontvangen, vastgelegd. De vergoeding wordt gebaseerd op het gestelde in de Verordening vergoeding externe leden commissie voor de bezwaarschriften, externe leden gemeentelijke rekenkamercommissie en burgerlid Welstandscommissie. Onder vergadering wordt tevens verstaan een gemandateerde overlegsituatie (zie artikel 1). In dit geval komen de leden van de rekenkamercommissie eveneens voor een vergoeding in aanmerking. Dit sluit aan bij de ontstane praktijk, waarmee voorkomen wordt dat bij elke overlegsituatie de aanwezigheid van de voltallige rekenkamercommissie gewenst is.

Artikel 7De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris.

Deze wordt door de raad benoemd op voordracht van de rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.

Artikel 8

Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde kunnen zaken geregeld worden zoals de rol van de voorzitter, het bijeenroepen van de commissieleden voor een vergadering, stemmingen, verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten enzovoorts. In dit artikel zijn met betrekking tot de besluitvorming in de vergadering van de commissie enkele voorwaarden vastgelegd, welke in ieder geval als zodanig in het reglement moeten worden opgenomen.

Artikel 9

De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercom-missie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaalde gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor de redenen aan de raad mededelen.

Artikel 10

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Vervolgens wordt het college de gelegenheid geboden om te reageren op het conceptonderzoeksrapport en de conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen. Jaarlijks dient de commissie een jaarverslag van haar activiteiten aan te bieden aan de gemeenteraad. Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement van orde verder kunnen worden geregeld.

Artikel 11

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

Artikel 12,13, 14 en 15.

Deze artikelen behoeven geen

.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.