Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Asten 2011De raad van de gemeente Asten; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 2 november 2010, gehoord het advies van de commissie burgers d.d. 22 november 2010, gezien het advies van de Koepel Zorgvragers Asten, gelet op de artikelen 1, 8, 9, 11, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 27, 28, 30 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Asten 2011, met inachtneming van artikel 149 van de Gemeentewet, overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen voor het verlenen van voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning; b e s l u i t: tot het vaststellen van het hiernavolgende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Asten 2011: Hoofdstuk1 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget Artikel1Regels rond verstrekking en verantwoording Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. a.aan de aanvrager die recht heeft op een individuele voorziening; b.in verband met een individuele voorziening waarvoor ook een natura verstrekking mogelijk is; c.indien hiertegen geen overwegende bezwaren bestaan. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager een persoonsgebonden budget niet besteedt aan datgene waarvoor het gegeven is. Een persoonsgebonden budget wordt niet verstrekt aan de persoon die naar het oordeel van het college niet in staat is het budget op een verantwoorde wijze te beheren. Een persoonsgebonden budget wordt in ieder geval niet verstrekt aan de persoon: die verkeert in staat van faillissement als bedoeld in de Faillissementswet; die twee of meer schulden heeft waarvoor geen betalingsregeling is getroffen; die wegens schuldenproblematiek wordt begeleid door Maatschappelijk Werk, de Kredietbank of een hiermee vergelijkbare dienstverlenende instantie; ten aanzien waarvan door de rechter een schuldsanering is vastgesteld op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; die onder curatele is gesteld, tenzij de curator zich bereid verklaart het persoonsgebonden budget te beheren; wiens goederen onder bewind zijn gesteld, tenzij de bewindvoerder zich bereid verklaart; het persoonsgebonden budget te beheren; ten aanzien van wie misbruik of oneigenlijk gebruik van het persoonsgebonden budget is vastgesteld: die naar het oordeel van het college, gelet op in de persoon gelegen factoren, naar verwachting; j. niet in staat zal zijn het budget op een verantwoorde wijze te beheren. Indien een persoonsgebonden budget wordt geweigerd, maar overigens aan de criteria wordt voldaan van een individuele voorziening, wordt een voorziening in natura verstrekt. De omvang van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de werkelijke kosten van die voorziening, doch niet hoger dan de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhouding. Verantwoording van een persoonsgebonden budget bij aanschaf van een voorziening. Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de koop van een voorziening legt de budgethouder verantwoording af aan het college door, binnen maximaal 4 weken nadat het college daarom heeft verzocht, bewijsstukken te overleggen over de besteding van het persoonsgebonden budget. De bewijsstukken dienen op naam van de budgethouder te zijn gesteld en duidelijk aan te geven op welke voorziening deze betrekking hebben. Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Alvorens tot terugvordering overgegaan kan worden dient het toekenningbesluit geheel of gedeeltelijk ingetrokken te worden. Verantwoording PGB bij de voorziening hulp bij het huishouden. a.Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor hulp bij het huishouden legt de budgethouder, op verzoek van het college, verantwoording af aan het college of de door het college aangewezen uitvoerende instantie. De budgethouder dient de volgende bescheiden te overleggen: Kopieën van de declaratieformulieren over het voorgaande jaar; Kopieën van de betalingsbewijzen; Een kopie van de overeenkomst met de hulp of zorgaanbieder; Een kopie van het verzorgingsdiploma (alleen bij particuliere hbh2). b.De verantwoording heeft betrekking op de besteding van het persoonsgebonden budget aan datgene waarvoor het verstrekt is. Bij de verantwoording wordt rekening gehouden met een vrij besteedbaar deel van 1,5% van het beschikbaar gestelde budget, met een minimum van € 250,- en een maximum van € 1.250,- per jaar. Hoofdstuk2 Bijzondere regels over de financiële tegemoetkoming Artikel2Regels rond verstrekking en verantwoording Een financiële tegemoetkoming bestaat uit een: afgestemd bedrag; een gemaximeerde bijdrage. De kostensoorten die voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komen in de vorm van een afgestemd bedrag zijn: woningaanpassing; onderhoud, keuring en reparatie; woningsanering; tijdelijke huisvesting; huurderving; woonkosten; vervoerskosten. De kostensoorten die voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komen in de vorm van een gemaximeerd bijdrage zijn: verhuis- en inrichtingskosten; sportrolstoel. Verantwoording van de financiële tegemoetkoming dient als volgt plaats te vinden: Als de financiële tegemoetkoming wordt aangewend voor een woningaanpassing dan legt de belanghebbende verantwoording af aan het college door, terstond na realisatie van de woningaanpassing maar binnen maximaal 15 maanden na toestemming, gespecificeerde facturen en nota’s te overleggen over de besteding van de financiële tegemoetkoming. Bij de verstrekking van een afgestemd bedrag, zoals bedoeld in lid 2 onder b. t/m e. dient de aanvrager binnen maximaal 3 maanden na toestemming verantwoording af te leggen door het overleggen van betalingsbewijzen. Bij de verstrekking van een gemaximeerde bijdrage, zoals bedoeld in lid 3 onder b. dient de aanvrager binnen maximaal 3 maanden na toestemming verantwoording af te leggen door het overleggen van betalingsbewijzen. Hoofdstuk3 Eigen bijdragen en eigen aandeel Artikel3Omvang van eigen bijdragen en eigen aandeel 1.De persoon aan wie een individuele voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend is een eigen bijdrage verschuldigd. 2.De persoon aan wie een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is verleend is een eigen aandeel verschuldigd. 3.Het bepaalde in lid 1 en lid 2 blijft buiten toepassing indien: a.de voorziening bestaat uit een rolstoel of een sportrolstoel; b.de voorziening een verhuiskostenvergoeding betreft; c.de voorziening een vergoeding voor huurderving betreft; d.de voorziening een financiële tegemoetkoming voor individueel vervoer per auto of taxi betreft; e.de voorziening bedoeld is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar. 4.De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 van het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning en bedraagt nooit meer dan: a.de kostprijs van de voorziening; b.de hoogte van het verstrekte persoonsgebonden budget; c.de hoogte van de verstrekte financiële tegemoetkoming. 5.De termijn van de inning van de eigen bijdrage en/of eigen aandeel is: a.39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een bouwkundige of woontechnische voorziening; b.39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een voorziening in eigendom; c.gelijk aan de verstrekkingduur van een voorziening in natura; d.gelijk aan de verstrekkingduur van een periodiek persoonsgebonden budget; e.gelijk aan de afschrijvingstermijn die in de toekenningbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een voorziening is vermeld; f.De inning van de eigen bijdrage stopt bij overlijden van belanghebbende; 6.Vaststelling en inning van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt gedaan door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Artikel4Overgangsbepaling 1.De persoon aan wie voor 1 januari 2011 een voorziening in natura is verstrekt is tot 1 juli 2011 geen eigen bijdrage verschuldigd voor deze voorziening. 2.De persoon bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming die is verstrekt voor een woonvoorziening of een vervoersvoorziening, waarvan de aanvraag voor 1 januari 2011 is ingediend. Hoofdstuk4 Hulp bij het huishouden Artikel5Vormen van hulp bij het huishouden 1.De door het college ter compensatie van beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden te verstrekken voorziening bestaat uit: Hulp bij het huishouden in natura; Een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden. Artikel6Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De vaststelling van een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden is afgestemd op het aantal geïndiceerde uren (afgerond op halve uren). De berekening van het de hoogte van het persoonsgebondenbudget is afgeleid van het wettelijk minimumloon en de soort ingekochte zorg en vindt als volgt plaats: Bij inkoop van zorg middels: een particuliere hulp voor uitvoering van een indicatie hbh1 of hbh2 wordt het normbedrag pgb berekend op basis van 125% van het geldende minimumloon (inclusief vakantiegeld en vakantieuren); een particuliere gediplomeerde hulp voor uitvoering van een indicatie hbh2 wordt het normbedrag pgb berekend op basis van 150% van het geldende minimumloon (inclusief vakantiegeld en vakantieuren); een erkende zorgaanbieder wordt het normbedrag pgb vastgesteld op het laagste de uurtarief dat bij aanbesteding en gunning aan de zorgaanbieders tot stand is gekomen voor de betreffende geïndiceerde categorie. Bovengenoemde normbedragen pgb worden jaarlijks vastgesteld op 1 januari op basis van het dan geldende wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld en vakantieuren. De normbedragen gelden vervolgens het volledige kalenderjaar. Hoofdstuk5 Woonvoorzieningen Artikel7Type woonvoorzieningen Een woonvoorziening kan bestaan uit een financiële tegemoetkoming in de kosten van: verhuizing en (her)inrichting; woningaanpassing te betalen aan de eigenaar van de woonruimte; onderhoud, keuring en reparatie, te betalen aan de hoofdbewoner van de woonruimte of de leverancier van de voorziening; tijdelijke huisvesting, te betalen aan de hoofdbewoner van de woonruimte of de leverancier van de voorziening; huurderving, te betalen aan de eigenaar van de woonruimte; woningsanering, te betalen aan de hoofdbewoner van de woonruimte; een uitraasruimte, te betalen aan de eigenaar van de woonruimte. Een woonvoorziening kan bestaan uit een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen van niet-bouwkundige aard, te betalen aan de hoofdbewoner van de woonruimte of de leverancier van de voorziening. Artikel8Financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget woonvoorzieningen Indien de noodzaak tot een bouwkundige of woontechnische voorziening vaststaat en de kosten van de voorziening hoger zijn dan € 10.000,- dan zal het verhuisprimaat toegepast worden, zoals genoemd in artikel 11 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Asten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.