← Nederland

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant- Zuidoost (Deurne)

Obsah (11)Artikel 2Artikel 7Artikel 13Artikel 14Artikel 19Artikel 20Artikel 24Artikel 25Artikel 29Artikel 32Artikel 36

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant- ZuidoostGemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant- Zuidoost Voorwoord Voor u ligt de aangepaste Gemeenschappelijke regeling Veiligheids

Artikel 2

Begripsbepalingen1e lid: In dit artikel zijn onder de leden l en m twee functies toegevoegd: de directeur GHOR, de nieuwe wettelijke functionaris, die de opvolger is van de Regionaal Geneeskundig Functionaris en de coördinerend gemeentesecretaris, een nieuwe functie; de Wet schrijft niet voor dat het hier een gemeentesecretaris betreft, maar op grond van de taken en verantwoordelijkheden is daarvoor in deze regio wel gekozen. Artikel 3 DoelDe bestuurlijke ambitie is om te komen tot een eenduidige bestuurlijke aansturing van aspecten op het terrein van spoedeisende hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing en afstemming op het terrein van het veiligheidsbeleid in de gemeenten. Met uitzondering van de “Ambulancezorg” zijn de terreinen vastgelegd in de Wet Artikel 4 Taken en bevoegdhedenDe taken van de Veiligheidsregio zijn de activiteiten die het samenwerkingsverband ontplooit in het kader van de doelstelling. Deze taken zijn grotendeels in de Wet neergelegd. Met het van kracht worden van de Wet veiligheidsregio’s worden de Brandweerwet en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen ingetrokken. Daarnaast kan het gaan om taken waarvoor gemeenten expliciete publiekrechtelijke bevoegdheden overdragen aan de Veiligheidsregio. Artikel 5 Integrale afstemmingVooralsnog is een integrale afstemming tussen Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio en het Regionaal College van politie vereist bij de uitvoering van de taken, zoals in de wet vastgelegd. Op grond van de Wet dient de noodzakelijke integrale afstemming geregeld te worden per convenant. De besturen van Regionaal College en het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio regelen daarin tenminste: de onderwerpen waarover integrale besluitvorming moet plaatsvinden; de wijze waarop besluitvorming plaatsvindt; welke inspanningen (personeel en middelen) worden geleverd door de betrokken partijen om de uitvoering van de integrale besluiten te realiseren. Artikel 6 OrganenDit

Artikel 7Samenstelling Algemeen Bestuur

De Wet bepaalt in artikel 11 dwingend dat het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Dit in afwijking van de Wgr. Hierdoor kent het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio dezelfde samenstelling als het Regionaal College van politie, waardoor de samenwerking en afstemming tussen beide organen betrekkelijk eenvoudig is. Omdat het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is gekoppeld aan de functie van burgemeester, heeft het geen zin de zittingsperiode aan een bepaalde termijn te verbinden. Om die reden is in dit artikel geen regeling opgenomen over de zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur. De vervanging van de burgemeester in zijn functie is geregeld in artikel 77 van de Gemeentewet. Omdat op grond van dat artikel de acterend burgemeester lid is van het Algemeen Bestuur, eindigt het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur dan ook, op het moment, dat men ophoudt burgemeester te zijn van de vertegenwoordigde gemeente. Op dat moment wordt de voormalige burgemeester vervangen door zijn plaatsvervanger (waarnemer) overeenkomstig artikel 77 Gemeentewet. Artikel 8 Werkwijze Algemeen BestuurIn artikel 22 , eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is geregeld dat het Algemeen Bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: vaststellen vergaderschema; opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering; besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het 3e lid. Artikel 9 Besluitvorming.1e Lid: Voor de toepassing van de stemverdeling gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Voor de stemverhouding is uitgegaan van de verdeelsleutel zoals die ook wordt gehanteerd bij de gemeenschappelijke regeling van het SRE. Gezien het feit dat in het Algemeen Bestuur alleen burgemeesters zitting hebben is het aantal gemeentelijke stemmen verenigd in één stemgerechtigde. Op basis van de inwoneraantallen per 1-1-2009 zou dit betekenen: Asten 1 stem Bergeijk 1 stem Best 2 stemmen Bladel 1 stem Cranendonck 2 stemmen Deurne 2 stemmen Eersel 1 stem Eindhoven 14 stemmen Geldrop-Mierlo 3 stemmen Gemert-Bakel 2 stemmen Heeze-Leende 1 stem Helmond 6 stemmen Laarbeek 2 stemmen Nuenen 2 stemmen Oirschot 1 stem Reusel-de Mierden 1 stem Someren 1 stem Son en Breugel 1 stem Valkenswaard 2 stemmen Veldhoven 3 stemmen Waalre 1 stem (totaal 50 stemmen) Artikel 10 Samenstelling Dagelijks Bestuur2e Lid: Het is niet gewenst de evenredige geografische verdeling over de regio dwingend op te leggen. Dit ontneemt het Algemeen Bestuur de mogelijkheid criteria op grond van kwaliteiten, persoonlijke interesses et cetera van kandidaten in voldoende mate mee te nemen in de keuze van samenstelling van het Dagelijks Bestuur. Dit mede in verband met de operationele rol die de leden van het Dagelijks Bestuur gebruikelijkerwijs vervullen als (plv) voorzitter Veiligheidsregio. 4e Lid: De zittingsperiode parallel aan de zittingsperiode van de colleges van Burgemeester en Wethouders is opgenomen om wijzigingen en roulatie in samenstelling van Dagelijks Bestuur mogelijk te maken. Artikel 11 Taak en bevoegdheden Dagelijks Bestuur1e Lid: Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en vice-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er portefeuillehouders per te onderscheiden aandachtsveld worden aangesteld. Te denken valt daarbij aan: brandweerzorg; geneeskundige hulpverlening en regionale ambulancevoorziening; multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing; integrale afstemming gemeentelijk veiligheidsbeleid ( b.v. prostitutiebeleid, drugsbeleid etc.) Combinatie van portefeuilles is mogelijk. 2e Lid In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: opstellen agenda, uitnodiging vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering. 3e Lid ad c Tot de strategische regionale plannen worden onder andere gerekend: het regionaal beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de Wet; het regionaal crisisplan als bedoeld in artikel 16 van de Wet. Artikel 12 Taak en bevoegdheden Dagelijks BestuurDit

Artikel 13Vergaderingen Dagelijks Bestuur

Dit

Artikel 14Voorzitter, vice-voorzitter, secretaris

Artikel 11, 2e lid van de Wet bepaalt dat de korpsbeheerder ingevolge de Politiewet 1993 voorzitter is van de Veiligheidsregio. Hoewel de Wet dit niet voorschrijft ligt het in de lijn der verwachting om dan ook de plaatsvervangend korpsbeheerder te doen aanwijzen als plaatsvervangend voorzitter van de Veiligheidsregio. Hierdoor wordt het makkelijker om de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio en het Regionaal College voor de politie te combineren. De directeur van de ambtelijke organisatie fungeert als ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. Hij kan deze taak binnen de ambtelijke organisatie mandateren aan bijvoorbeeld de directiesecretaris. Artikel 15 BestuurscommissiesOmwille van korte heldere bestuurslijnen wordt in beginsel terughoudend omgegaan met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Het Algemeen Bestuur dient vooraf toestemming van alle raden te hebben alvorens tot instelling van een commissie over te kunnen gaan. Dit op grond van Wgr artikel 25 lid 2 Artikel 16 Commissies van adviesTenminste wordt ingesteld een adviescommissie financiën. Onder voorzitterschap van de betreffende portefeuillehouder in het Dagelijks Bestuur bestaat deze commissie uit een aantal (maximaal 7) inhoudsdeskundigen. De aanstelling van de leden gebeurt op voordracht van het Algemeen Bestuur. De voorgedragen leden hoeven niet per definitie lid te zijn van dit Algemeen Bestuur (b.v. controllers van deelnemende gemeenten). Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen leden van commissie van advies die geen burgemeester, wethouder of lid van een gemeenteraad zijn een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen ontvangen. In voorkomende gevallen zal hierover door het Algemeen Bestuur een besluit worden genomen. Artikel 17 Werkgroepen, overlegvormenGerelateerd aan de onder artikel 11 bedoelde portefeuilles kan het bestuur besluiten tot het instellen van bestuurlijke werkgroepen c.q. klankbordgroepen. Ook hiervoor geldt dat op voordracht van het Algemeen Bestuur de leden worden aangesteld en dat de voorgedragen leden niet per definitie lid behoren te zijn van dit Algemeen Bestuur. Als voorzitter treedt op de portefeuillehouder van het betreffende aandachtsveld in het Dagelijks Bestuur. Voor het eventueel toekennen van vergoedingen voor leden van werkgroepen en overlegvormen geldt eveneens hetgeen in de toelichting op artikel 16 is aangegeven. Artikel 18 Dagelijks bestuur (Informatie en verantwoordingsplicht)Dit

Artikel 19Voorzitter (Informatie en verantwoordingsplicht)

Dit

Artikel 20Algemeen bestuur (Informatie en verantwoordingsplicht)

Omdat het hier een gemeenschappelijke regeling van de colleges betreft, beperkt de verantwoordingsplicht van de leden van het Algemeen Bestuur zich tot de colleges. De colleges zijn ingevolge de Gemeentewet informatie- en verantwoordingsplichtig naar de gemeenteraad. Artikel 21 Ambtelijke organisatieDe plicht om een organisatiebesluit door de raad te laten vaststellen is uit de gemeentewet verwijderd. Er is geen plicht voor het vaststellen van een dergelijk besluit door het Dagelijks Bestuur in de plaats gekomen. Ook de Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft een dergelijk besluit niet voor. Binnen de Veiligheidsregio bestaat echter wel behoefte aan een dergelijk besluit. Artikel 22 DirecteurenberaadVoor de afstemming binnen het directeurenberaad is gekozen voor een belangenbehartiging vanuit de kolommen. De directeur Veiligheidsregio fungeert als technisch voorzitter van het overleg. De coördinerend gemeentesecretaris wordt op voordracht vanuit de gemeenschappelijke gemeentesecretarissen aangesteld door het bestuur van de Veiligheidsregio. In de regel zal de voordracht komen vanuit het regionaal overleg van gemeentesecretarissen. De coördinerend gemeentesecretaris waarborgt de belangen van de gemeenten in het directeurenberaad enerzijds en de inbedding van de crisisbeheersing- en rampenbestrijdingsoptiek in het overleg van gemeentesecretarissen anderzijds. In tegenstelling tot de overige leden van de veiligheidsdirectie beschikt de coördinerend gemeentesecretaris niet over bevoegdheden in de “eigen, oranje kolom” (de gemeenten). Hij vervult vooral een adviserende, stimulerende, diplomatieke rol. Bij niet nakomen van de regionaal vastgelegde afspraken door een van de gemeenten kan sturing plaatsvinden door bestuurlijke beïnvloeding door het Algemeen Bestuur. Artikel 23 Personeel Dit

Artikel 24Rechtspositie

Dit

Artikel 25Begroting

De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal dertien weken voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten. Gekozen is voor een ruimere termijn dan de wettelijke zes weken, om de gemeenten voldoende tijd te geven te reageren en de colleges in de gelegenheid te stellen het gevoelen van de gemeenteraad in te winnen. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met de Veiligheidsregio in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven. Conform artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de begroting uiterlijk 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, gezonden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Artikel 26 RekeningHet Algemeen Bestuur stelt de rekening vast vóór 1 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. Artikel 27 Verdeling der kosten6e Lid: Voor de toepassing van de kostenverdeling gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers Artikel 28 Verdeling der kostenDit

Artikel 29Verdeling der kosten

Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen. De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat de Veiligheidsregio alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. Artikel 30 Financiële voorschriftenDe verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV-artikel 212 en 213 en is daarmee niet strijdig met hetgeen is bepaald in artikel 4, lid 2 onder g van deze gemeenschappelijke regeling. Artikel 31 ArchiefbescheidenDit

Artikel 32Toetreding en uittreding

Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten (art. 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen) over toetreding en uittreding. In een bijlage bij de Wet zijn de gemeenten aangewezen waarvan de colleges een gemeenschappelijke regeling moeten treffen terzake van regionale brandweer en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit betekent dat gemeenten alleen kunnen uittreden uit deze gemeenschappelijke regeling of toetreden tot deze regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s in deze bijlage wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten zelfs verplicht over te gaan naar een andere gemeenschappelijke regeling. Artikel 33 Wijziging of opheffingGekozen is voor wijziging van de Gemeenschappelijk regeling alleen ingeval alle colleges hierover eensluidend besluiten. Dit doet recht aan de intentie tot samenwerking zoals dit al decennia lang in onze regio aanwezig is. Artikel 34 Geschillen en klachtenDe bedoeling van dit artikel is om geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen eerst op intergemeentelijk niveau te doen beslechten. Dit middels een bemiddelende rol van de commissaris van de Koning. Mochten de partijen er op dit niveau niet uitkomen, dan staat de weg naar Gedeputeerde Staten op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. weer volledig open. Voor de behandeling van klachten is de Veiligheidsregio verplicht een voorziening te treffen. Artikel 35 Overgangs- en slotbepalingenDit

Artikel 36Citeertitel

Dit

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.