← Nederland

Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Uitgeest 2010 (Uitgeest)

Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Uitgeest 2010Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Uitgeest

  1. Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 27 januari 2011, nummer R2010.0092, gepubliceerd op 9 februari 2011, in werking getreden op 19 februari
  2. Gebaseerd op art. 149 van de Gemeentewet en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel2Groepspeelruimte In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2 netto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar. Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel3Buitenspeelruimte De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte. De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind; ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel4Aanwijzing toezichthouders Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels. Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Artikel5Onderzoek door de toezichthouder De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. De toezichthouder onderzoekt periodiek(de frequentie vindt plaats in overleg met de GGD Kennemerland) of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften. Artikel6Vastleggen onderzoeksresultaten De toezichthouder legt zijn oordeel, naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het inspectierapport aan onverwijld de houder van de peuterspeelzaal, die een afschrift daarvan ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na ontvangst openbaar. Indien bij een onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, tekortkomingen zijn geconstateerd zendt de toezichthouder een afschrift van het inspectierapport aan burgemeester en wethouders. Artikel7Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel8Overgangsbepaling Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze verordening. Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de tiende dag volgend op haar bekendmaking. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Uitgeest 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.