Afvalstoffenverordening voor de gemeente PurmerendDe raad van de gemeente Purmerend; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 maart 2008 nr. 08-34; gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Purmerend Paragraaf1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: wet: Wet milieubeheer; inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzameldienst of andere inzamelaar, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzameldienst of andere inzamelaar geplaatste inzamelmiddelen of –voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd bewaarmiddel ten behoeve van één huishouden; inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; clusterplaats: locatie waar huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddel naar toe worden gebracht; inzameldienst: de krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; andere inzamelaars: de krachtens artikel 7, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 11; gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.22 van de wet een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, niet zijnde chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders; binnenstad: het gebied tussen De Where, de grachtengordel, het Noordhollandsch kanaal en de Beemsterringvaart; buitengebied: lijst van adressen, vastgesteld door het college, die gezamenlijk het buitengebied vormen; laagbouw: woningen met een tuin, alsmede een woonboot, -ark, een stacaravan, een woonwagen en een al dan niet demontabel vakantiehuisje indien gebruikt door een particuliere huishouding; gestapelde bouw: woningen, niet zijnde laagbouw; milieustraat: de milieustraat op lokaal niveau, gevestigd aan de Van IJsendijkstraat 186 te Purmerend. college: college van burgemeester en wethouders van Purmerend. Artikel2Beslistermijn 1.Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel3Indiening aanvraag Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. Artikel4Voorschriften en beperkingen 1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van de bescherming van het milieu. 2.De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel5Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel6Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de bescherming van het milieu; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een jaar na de datum waarop de vergunning of ontheffing is verleend dan wel indien van de vergunning of ontheffing gedurende langer dan een jaar geen gebruik is gemaakt; indien de houder dit verzoekt. Paragraaf2INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Artikel7Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars 1.Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2.Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. 3.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een aanwijzing op verzoek als bedoeld in het tweede lid. Artikel8Afzonderlijke inzameling 1.Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: grof tuinafval; tuinafval in zakken; klein chemisch afval en klein gevaarlijk afval; verpakkingsglas; vlak glas; oud papier en karton; textiel; tapijt, bankstellen en matrassen; afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA); (tuin)grond; bouw- en sloopafval; puin; gips; dakbedekkingen; harde plastics, met uitzondering van kunststof verpakkingen; autobanden; hout (A-, B-,en C-hout); asbest en asbesthoudend afval; metalen; grof huishoudelijk afval; huishoudelijk restafval; kunststof verpakkingen; papieren en kartonnen verpakkingen. 2.Door de inzameldienst kan groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk worden ingezameld. 3.Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel9Inzamelen 1.De inzameling kan plaatsvinden via: een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen; een inzamelvoorziening op wijkniveau; de milieustraat op lokaal niveau. 2.Het college kan aanwijzen via welk inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling wordt aangeboden. Artikel10Frequentie van inzamelen 1.Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per twee weken ingezameld nabij elk perceel dat beschikt over een voor deze categorie huishoudelijke afvalstof door de gemeente beschikbaar gesteld inzamelmiddel. 2.Huishoudelijk restafval wordt tenminste eenmaal per week ingezameld nabij elk perceel dat beschikt over een voor deze categorie huishoudelijke afvalstof door de gemeente beschikbaar gesteld inzamelmiddel. 3.Papier en karton wordt tenminste eenmaal per twee weken ingezameld nabij elk perceel dat beschikt over een voor deze categorie huishoudelijke afvalstof door de gemeente beschikbaar gesteld inzamelmiddel. 4.Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente nabij elk perceel worden ingezameld. Artikel11Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning 1.Het is verboden zonder inzamelvergunning van het college huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. 2.De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen. 3.Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor: de inzameldienst of andere inzamelaars; personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. 4.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid. Paragraaf3TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Artikel12Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars, de houders van een inzamelvergunning en aan personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel13Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen 1.Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of de andere inzamelaars. 2.Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houders van een inzamelvergunning. Artikel14Afzonderlijk ter inzameling aanbieden 1.Het is verboden om de in artikel 8 onderscheiden categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. 2.In afwijking van het eerste lid mag groente-, fruit- en tuinafval ongescheiden met het huishoudelijk restafval worden aangeboden, indien door de gemeente geen inzamelmiddel voor het groente- fruit- en tuinafval is verstrekt. 3.Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars aanwijzen aan wie de in het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. Artikel15Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel op een clusterplaats 1.Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 9, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is aangewezen verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan, via dat inzamelmiddel, op een clusterplaats. 2.Het is voor de gebruiker van een perceel verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 3.Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een clusterplaats ter inzameling moeten worden aangeboden. 4.Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden. 5.Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van een perceel is verstrekt kan het college regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan. 6.Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan het college eisen stellen aan het te gebruiken inzamelmiddel. 7.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere plaatsen en wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. 8.Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden met dit inzamelmiddel. Artikel16Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen 1.Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening. 2.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 3.Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moeten worden aangeboden. 4.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen dan krachtens het derde lid is bepaald. 5.Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening. Artikel17Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau 1.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 2.Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau. 3.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4.Het verbod in artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau overeenkomstig dit artikel. Artikel18Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de milieustraat 1.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via de milieustraat aan te bieden dan de categorieën waarvoor de milieustraat krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 2.Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden bij de milieustraat. 3.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via de milieustraat aan te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4.Het verbod in artikel 15, zevende lid en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de milieustraat overeenkomstig dit artikel. Artikel19Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel 1.Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 9 ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2.Het college kan regels stellen over de wijze waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aangeboden moeten worden. 3.Het college kan regels stellen over het maximale gewicht, de afmetingen en het volume waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. 4.Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. Artikel20Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden 1.Het college stelt per gedeelte van het grondgebied de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald. Artikel21Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald, kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars. Paragraaf4INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN Artikel22Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld. Artikel23Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst 1.Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst. 2.Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 22 aangewezen categorieën bedrijfsafvalstoffen, voorzover degene die gebruik maakt van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane belastingplicht op grond van de vigerende Verordening Reinigingsheffingen. 3.Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 22 aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden. 4.Het is verboden de krachtens artikel 22 aangewezen bedrijfsafvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. Artikel24Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst 1.Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. 2.Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels. Paragraaf5ZWERFAFVAL Artikel25Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1.Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.Het verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming voorziet in de beoogde bescherming van het milieu. Artikel26Achterlaten van straatafval 1.Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden, containers of soortgelijke voorwerpen. 2.Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden, containers of soortgelijke voorwerpen. Artikel27Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1.Het is verboden afvalstoffen, zich al dan niet bevindend in inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen, die ter inzameling gereed staan, te doorzoeken en te verspreiden. 2.Het is verboden: tegen afvalstoffen die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen; inzamelmiddelen die ter inzameling op een clusterplaats gereed staan omver te werpen. Artikel28Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in en nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig door de houder of beheerder wordt geledigd; zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in het openbare gebied dat binnen 30 meter is gelegen van de inrichting, achtergebleven afval, voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd. Artikel29Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze binnen 30 meter van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen. Artikel30Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1.Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2.Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: direct na het ontstaan van de verontreiniging indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden. Paragraaf6OPSLAG AFVALSTOFFEN EN AUTOWRAKKEN Artikel31Verbod opslag van afvalstoffen 1.Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een inzamelvergunning. Artikel32Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken. Paragraaf7SLOTBEPALINGEN Artikel33Strafbepaling Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten: Artikel 11: inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning artikel 12: verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen artikel 13: verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen artikel 14: afzonderlijk ter inzameling aanbieden artikel 15: ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel op een clusterplaats artikel 16: ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen artikel 17: ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau artikel 18: ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de milieustraat artikel 19: ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel artikel 20: dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden artikel 23: ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst artikel 24: het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst artikel 25: voorkomen van diffuse milieuverontreiniging artikel 26: achterlaten van straatafval artikel 27: voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen artikel 28: afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren artikel 29: wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal artikel 30: zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden artikel 31: verbod opslag van afvalstoffen artikel 32: afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Artikel34Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de coördinator en de medewerkers Handhaving. 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen. Artikel35Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking. 2.Op de in het eerste lid genoemde datum word ingetrokken de Afvalstoffenverordening Purmerend
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.