Subsidie- en laagrentende leningverordening particuliere woningverbetering Dichterskwartier De RAAD van de gemeente Dordrecht; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 16-11-2010, Nr. MO/480063; gelet op artikel 4:2 van de Algemene Wet bestuursrecht en artikel 108 en 149 van de Gemeentewet: b e s l u i t : Vast te stellen de navolgende Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen
(14)(STZ '80) of kunststof bekleding. 54.20 Hulpstukken Kiezelbakken, vergaarbakken en balkondoorvoeren controleren en zo nodig herstellen of vernieuwen. 54.40 Hemelwaterafvoer Ondeugdelijke leidingen geheel of gedeeltelijk vervangen. Minimaal uitvoeringsniveau: p.v.c., met aan de straatzijde een slagvast ondereind met een lengte van 2m. Beugels h.o.h. 1,5m. 55.00 RIOLERING -------------------------------- 55.01 Gietijzeren c.q. ondeugdelijke grondleidingen in kelders en kruipruimtes vervangen. Bij vervanging de riolering waterdicht, geluidsarm en stankvrij opleveren. Bij vervanging van moeilijk bereikbare leidingen deze leidingen afstoppen en een nieuw leidingverloop aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: PVC voorzien van KOMO keur incl. ontspanningsmogelijkheid. PROGRAMMA VAN AANBEVELINGEN PARTIKULIERE WONINGVERBETERING 2000 INLEIDING Het Programma van Aanbevelingen (PVA) is bedoeld als aanvulling op het Programma van Eisen - Casco. De voorwaarden zoals gesteld in de algemene inleiding op pagina 2 e.v. zijn dan ook van overeenkomstige toepassing op het PVA. Het Programma van Aanbevelingen is opgesplitst in 3 delen, te weten: deel 1. losse elementen. deel 2. warmte-isolatie deel 3. warmte-isolatie + geluidsisolatie (inpandig) Er kunnen verschillende keuze's worden gemaakt om naast het PvE - Casco andere werkzaamheden gesubsidieerd uit te voeren. Deel 2 en 3 hebben te maken met isolatiepakketten, die worden aanbevolen om gelijktijdig met de werkzaamheden aan het casco uit te voeren. Als voor een isolatiemaatregel wordt gekozen, is het sterk aan te bevelen alle onderdelen binnen het pakket uit te voeren. Er ontstaat dan een, binnen dat pakket, samenhangend isolatieplan. Deel 1 zijn een aantal losse, met name inpandige, elementen die gesubsidieerd kunnen worden uitgevoerd. Ook hier geldt dat het minimaal aangegeven uitvoeringsniveau gerealiseerd moet worden. Een hoger uitvoeringsniveau wordt niet uitgesloten doch dient in eerste instantie buiten de berekening van de subsidie gehouden. Indien onderdelen uit het Programma Van Aanbevelingen worden meegenomen in de gesubsidieerde ingreep, dient de ingreep in het geheel beschouwd verantwoord, sober en doelmatig te zijn. Dat kan betekenen dat niet volstaan kan worden met één element uit het Programma Van Aanbevelingen, maar dat bepaalde samenhangende pakketten meegenomen moeten worden. Als bijvoorbeeld de standleiding vervangen wordt, dient dat in het hele pand te gebeuren. Als bijvoorbeeld een ingreep aan de elektrische installatie plaats vindt, dient de hele installatie na de ingreep aan de eisen te voldoen. Als er bij een ingrijpende verbetering isolatiemaatregelen getroffen worden dient er bijvoorbeeld extra aandacht te zijn voor de ontluchting en ventilatie. DEEL 1. LOSSE ELEMENTEN: 05.00 TERREIN ---------------------------- 05.09 Overig algemeen Alle ondeugdelijke bouwsels van het terrein verwijderen. 05.10 Bodemvoorziening Bij wateroverlast en/of verzakking tuinen ophogen tot een ter plaatse te bepalen acceptabel peil. 05.20 Bestratingen Bestaande bestratingen tot 2 meter uit de achtergevel en het pad naar de berging herleggen. 05.30 Bergingen Kapotte en/of verrotte onderdelen van te handhaven bergingen herstellen of vervangen, dan wel bergingen in het geheel vervangen. Afmetingen van nieuwe bergingen conform de bouwverordening artikel 63. Minimaal uitvoeringsniveau: - (prefab) hout geïmpregneerde o.g., minimale wanddikte 18mm; - fundering: betonelementen; - dakopbouw: balklaag waarop underlayment d=19mm en gebitumineerde dakbedekking; - vloer: betontegels in min. 10cm schoon zandbed. 05.40 Erfscheidingen Ondeugdelijke scheidingen verwijderen. De noodzakelijke scheidingen (opnieuw) aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. perkoenpalen met gegalvaniseerd draad; 2. t.p.v. de achtergevel privacy vlechtscherm (azobe), maximaal 1,80m hoogte en 1,2m uit de gevel. 13.00 VLOEREN ------------------------------ 13.20 Vloerbeschot 13.20.20 Krakende vloerdelen doorspijkeren met getordeerde draadnagels. 14.00 DAKEN -------------------------- 14.60 Dakterrassen 14.65 Terras beloopbaar maken, Minimaal uitvoeringsniveau: drainagetegels 300x300x45 mm op tegeldragers. 15.80 TRAPPENHUIZEN ---------------------------------------- 15.80.10 Bestaand trappenhuis Indien gewenst bestaande hoofd-trappenhuizen afsluitbaar maken. Alle hierbij noodzakelijke voorzieningen treffen zoals: - deuropener / spreekinstallatie; - bellentableau / brievenbussen; - ventilatie - openingen. 15.80.20 Nieuw trappenhuis Aanbeveling: Indien het pand deel uitmaakt van een aaneengesloten verbeteringscomplex is het aan brengen van een geheel nieuw gemeenschappelijk trappenhuis dat verschillende woningen ontsluit aan te bevelen. Minimaal uitvoeringsniveau: conform "Bouwbesluit hoofdstuk II “ 21.00 SCHEIDINGEN ------------------------------------ 21.10 Wandvlak Scheuren in metselwerk uithakken, dicht zetten en voegen. Losse stukken metselwerk opnieuw (in)metselen overeenkomstig bestaande situatie. 21.40 Montage wanden Nieuwe wanden aanbrengen volgens de droge inbouw- methode. Minimaal uitvoeringsniveau: Woningscheidend: Dubbel stijl en regelwerk met 80mm minerale wol tussen beide wand delen en aan beide zijden beplaat met dubbele gipskartonplaten d=2*12.5 mm of 15mm RF plaat. Niet-woningscheidend: Enkel stijl en regelwerk, aan beide zijden beplaat met een enkele gipsplaat d= 12.5 mm Nadere eisen: Gipskartonplaten (natuurgips) toepassen met afgeschuinde kanten en glad afwerken met glasweefseltape, nooit toepassen in vochtgevoelige ruimten. Op plaatsen waar tegelwerk wordt aangebracht waterresistente (WR) gipsplaten toepassen; woningscheidende wanden doorzetten tot aan vloerconstructie; wanden dimensioneren en samenstellen in overeenstemming met eisen van sterkte en stabiliteit. 21.50 Kozijnen, ramen en deuren 21.53 Slecht functionerende binnendeuren goed draaiend en sluitbaar maken. Aangetaste en versleten deuren vervangen. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. Woningtoegangsdeuren: 40mm multiplex met cylinderslot, deurknop, 3 scharnieren en 2,5cm sponning. Minimaal 30min brandwerend; 2. Binnendeuren: hardboarddeuren. 22.00 WANDAFWERKING ------------------------------------------- 22.10 Plaatafwerking Ondeugdelijke bekledingen van buitenwanden (binnen) verwijderen en nieuwe bekleding aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: stijl- en regelwerk 50x50mm vrij van de gevel aangebracht, beplaat met gipsplaat d=12,5mm, voorzien van een dampremmende folie. 22.20 Stukadoorswerk Los stucwerk vervangen. Gescheurd en/of beschadigd stucwerk herstellen. 22.30 Waterkerende wandafwerking Van tegelvloeren losse of beschadigde tegels vervangen in overeenstemming met de bestaande situatie. Zo nodig hoekvoegen vervangen. Minimaal uitvoeringsniveau: tegels eerste soort en prijsklasse O. 22.30.01 (nieuwe) waterkerende wandafwerking Minimaal uitvoeringsniveau: wandtegels 150*150 prijsklasse 0, in: natte cel tot 1.80m hoogte (bij de douche hoek 2.25) toilet tot 1.50 m hoog keuken tot 1.50 m hoog (achter kooktoestel) en tot 0.60 m hoog boven het aanrecht. spuitwerk op overige delen. 22.50 Vensterbanken Ontbrekende vensterbanken eventueel aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: breed 20cm uitvoering 'werzalith' o.g. 23.00 VLOERAFWERKING ------------------------------------------- 23.10 Waterkerende vloerafwerkingen Zelf aangebrachte vloerafwerkingen die niet voldoen aan de eisen t.a.v. constructie, waterdichtheid e.d. verwijderen. Nieuwe vloerafwerking aanbrengen. Minimaal uitoeringsniveau: 1. Ondervloer: wbp multiplex op afschot. Afwerking: vinyl met opgezette plint; 2. Ondervloer (bij kleine opp.) metalen zwaluwstaartplaat en beton met randopstorting hoog (80mm); aansluiting vloer- wandopstorting afdichten met een rubberfolie en kitvoeg; afwerking: vloertegels (eerste soort prijsklasse 0). 23.11 Van tegelvloeren losse of beschadigde tegels vervangen in overeenstemming met de bestaande situatie. Zo nodig hoekvoegen vervangen. 23.40 Plinten Ontbrekende of zwaar beschadigde plinten aanbrengen c.q. vervangen in overeenstemming met de bestaande situatie. 24.00 PLAFONDS -------------------------------- 24.10 Plafondconstructie Ondeugdelijke constructie en afwerkingen verwijderen. Brandgevaarlijke materialen verwijderen. Nieuw plafond aanbrengen. Bij handhaving oud stucplafond gaten brandwerend dichtzetten en afwerken. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij niet-woningscheidende plafonds: rachels met 9,5mm gipsplaat; 2. bij woningscheidende plafonds: rachels met 12,5mm gipsplaat. Bij ontbrekend stucplafond. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij niet-woningscheidende plafonds rachels tegen de balklaag, 2-laags gipsplaat (9,5mm) met verspringende naden; 2. bij woningscheidende plafonds: rachels tegen de balklaag, 2- laags gipsplaat (12,5mm) met verspringende naden. In natte ruimte een W.R.-plaat toepassen. 24.30 Stucafwerking Los gescheurd of ontbrekend stucwerk eventueel herstellen in overeenstemming met de bestaande situatie. 24.40 Randaansluiting met de wand Gipsplaten naadloos tegen de wand aansluiten. Eventueel aanbrengen van plafondplinten 27.00 KEUKENS EN KASTEN ----------------------------------------------- 27.10 Keukens Ondeugdelijke keukenblokken verwijderen en nieuw keukenblok plaatsen. Granito keukenblokken vervangen. Minimaal uitvoeringsniveau: standaard keukenblok met rvs- blad, indien mogelijk minimale lengte 1,65m met drie onderkasten, een enkele spoelbak en twee bovenkasten. 28.00 SCHILDERWERK BINNEN --------------------------------------------------- 28.20 Schilderwerk aan nieuw aan te brengen onderdelen. Houtvlakken tweemaal gronden en aflakken of behandelen met een dekkende beits. 28.20.02 Nieuwe onderdelen van bestaande kozijnen en aftimmeringen gevelkozijnen tweemaal gronden en aflakken. 28.40 Sauswerk Op de in het zicht komende nieuwe plafonds en wanden sauswerk aanbrengen. 29.00 GLASWERK BINNEN -------------------------------------------- 29.01 Breukglas vervangen. Glaswerk aanbrengen in nieuwe binnendeuren en binnendeurkozijnen. 42.00 WARMTE INSTALLATIES --------------------------------------------------- 42.01 Bij deskundig ontworpen en aangelegde C.V. installaties dienen de slecht werkende c.q. lekkende onderdelen te worden vervangen in overeenstemming met de bestaande toestand. Bij vervanging van de C.V. ketel (evt. incl. warmwatertapspiraal) dient de capaciteitsberekening en gekozen keteltype te worden overlegd. De ketel dient minimaal een type te zijn met verbeterd rendement. 42.01.01 Warmte-installaties/warmwatervoorzienig Indien gewenst kan de lokale- of centrale verwarming en de warmwatervoorziening worden herzien cq aangebracht volgens de voorschriften en aanwijzingen van het ENECO. De cv-installatie (verbeterd rendement) met een capaciteit in overeenstemming met de woninggrootte en isolatiepakket, eventueel incl. tapspiraal. 45.00 VENTILATIE/ROOKGASAFVOER ------------------------------------------------------------- 45.20.00 Ventilatie Indien niet of onvoldoende aanwezig t.b.v. keuken, badkamer en w.c. ontluchting c.q. ventilatie aanbrengen. Mate van luchtverversing conform de bouwbesluit. Ontluchting bovendaks. Spleten aan onderkant deuren van keuken en badkamer. Nieuwe ontluchting niet meer dan 30 graden en geen horizontale kanalen. 45.20.01 Een mechanische ventilatie aanbrengen conform het Bouwbesluit en de NEN 1087 en NPR 1088. 45.30 Rookgasafvoeren 45.32.20 Indien een rookgasafvoer t.b.v. geiser ontbreekt, deze aanbrengen. (zie ook ENECO eisen) 51.00 GASINSTALLATIES ------------------------------------------- 51.40 De gasinstallatie conform de eisen van het ENECO herzien. 52.00 WATERINSTALLATIES ------------------------------------------------ 52.10 Aansluiting woning Hoofdtoevoerleidingen koud water controleren op gebreken en zo nodig herstellen of vervangen. Loden leidingen altijd vervangen door koper (opbouw). Elke woning apart afsluitbaar maken vanuit de woning. In niet vorstvrije-ruimten leidingen isoleren. 52.30 Toestellen, incl aansluitingen 52.30.10 Kapot en/of beschadigd sanitair vervangen. Minimaal uitvoeringsniveau: wit kristalporcelein. 52.30.20 Aansluitingen op gebreken controleren en zo nodig herzien. 52.40 Waterleiding Warm- en koudwaterleidingen op gebreken controleren en zo nodig herzien. Loden leidingen vervangen. Bij vervanging van moeilijk bereikbare leidingen deze leidingen afstoppen en een nieuw leidingverloop aanbrengen. 52.50 Wasmachine aansluiting Indien niet aanwezig aanbrengen. 55.00 RIOLERING -------------------------------- 55.1 Loden en gietijzeren c.q ondeugdelijke leidingen vervangen; waterdicht, geluidsarm en stankvrij opleveren. Bij vervanging van moeilijk bereikbare leidingen deze leidingen afstoppen en een nieuw leidingverloop aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: PVC voorzien van KOMO keur. 55.01.01 De gehele riolering herzien conform het Bouwbesluit en NEN 2672 55.50 Wasmachine aansluiting Indien niet aanwezig aanbrengen. 62.00 ELEKTRA ----------------------------- 62.01.01 De elektrische installatie conform de leveringsvoorwaarden van het ENECO, met in acht neming van de NEN 1010. 62.20 Wasmachine aansluiting Indien niet aanwezig aanbrengen. DEEL 2. WARMTE-ISOLATIE: 13.00 VLOEREN ------------------------------ 13.03 Warmte-isolatie (i.s.m. vloerafwerking (23.00) en plafonds (24.00)) Minimaal begane-grondvloeren, incl. uitvoeringsniveau:vloeren boven kelders; Rc waarde minimaal 2,5m2 K/W. Berekeningswijze conform NEN 1068 14.00 DAKEN -------------------------- 14.21 Warmte-isolatie dakvlak Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij handhaven dakbeschot: isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag; 2. bij vervanging dakbeschot:.geïsoleerde dakplaat aanbrengenin ieder geval met een Rc waarde van minimaal 2,5m2K/W. 14.24 Warmte-isolatie platte daken Minimaal uitvoeringsniveau: Zie 14.21 Dak-ventilatiepijpjes verwijderen bij isolatie aan koude zijde. Bij isolatie aan warme zijde moet de ventilatie van de luchtspouw gehandhaafd blijven. 14.52 Warmte isolatie Geïsoleerde dakramen, lichtkoepels, lantaarns en vluchtluiken toepassen. 14.60 Dakterrassen 14.61 Warmte isolati e Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij handhaven dakbeschot: isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag; 2. bij vervanging dakbeschot: geïsoleerde dakplaat aanbrengenin ieder geval met een Rc waarde van minimaal 2,5 m2K/W. 14.70 Dakkapellen 14.70.11 Warmte isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag ramen en kozijnen uitgevoerd met dubbel glas; 2. geïsoleerde prefab dakkapel uitgevoerd met dubbel glas. 14.70.30 Dakramen 14.70.31 Warmte-isolatie Geïsoleerde dakramen toepassen met ventilatie- mogelijkheid. 14.90 Dakdozen Aanbeveling: Indien een pand onderdeel uitmaakt van een aaneengesloten verbetercomplex is het geheel slopen van de bestaande kap en het aanbrengen van een nieuwe dakverdieping met een plat dak (dakdoos) al dan niet gecombineerd met een dakterras (indien geen balkon of buitenruimte voor de betreffende woning aanwezig
- is)toegestaan * Dakdozen zijn alleen komplexmatig toe te passen en slechts in die gevallen als er minimaal drie panden naast elkaar voorzien worden van een dakdoos. Minimaal uitvoeringsniveau: Conform "Bouwbesluit hoofdstuk II” 16.00 GEVELS ---------------------------- 16.03 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: Rc waarde minimaal 2,5 m2K/W Berekeningswijze conform NEN 1068. 16.20 Puien/kozijnen 16.23 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: kozijnen met dubbel glas, panelen in puien isoleren met Rc minimaal 1,3 m2K/W. 16.40 Afwerkingen 16.44 Koude bruggenBij koude bruggen isolatie aanbrengen conform advies deskundig bureau. 16.70 Gevelbehandeling 16.71 Gevelbekleding Bij toepassing van gevelbekleding met isolatie, aanbrengen conform advies deskundig bureau of volgens voorschrift fabrikant 17.00 BALKONS EN TERRASSEN/GALERIJEN ---------------------------------------------------------------------- 17.03 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: Door de gevel stekende constructies ivm. koude brug isoleren zie ook 16.44. 19.00 GLASWERK BUITEN -------------------------------------------- 19.02 Isolatie glaswerk buiten Minimaal uitvoeringsniveau: Kozijnen, ramen en deuren voorzien van dubbele beglazing. (U = ten hoogste 4,2 W/m2K) 22.00 WANDAFWERKING ------------------------------------------- 22.10.01 Isolatie Indien nodig i.v.m. geluidwering of warmte-isolatie een voorzetwand aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. voorzetwand bouwmuur/ woningscheidend en t.pl.v. scheidingen met trappenhuis, bergingen en winkels; stijl- en regelwerk met gipskartonplaat d=12.5 mm gevuld met 50 mm minerale wol en dampremmende laag; 2. voorzetwand gevel; stijl en regelwerk met gipskartonplaat d=12.5 mm gevuld met isolatie en dampremmende folie tot een meter uit de gevel. Rc waarde conform het Bouwbesluit 2003. 24.00 PLAFONDS ------------------------- 24.03 Warmte isolatie in samenhang met dakconstructi eMinimale eis: Rc waarde conform het Bouwbesluit 2003. Berekeningswijze conform de NEN 1068. DEEL 3. WARMTE-ISOLATIE + GELUIDSISOLATIE (inpandig) 13.00 VLOEREN ------------------------------ 13.01 Geluidisolatie (i.s.m. vloerafwerking (23.00) en plafonds (24.00)) Minimaal uitvoeringsniveau: 1. woningscheidend (verblijfsruimte): Llu;k = 0 dB; contactgeluid Ico = 5 dB 2. niet woningscheidend (verblijfsruimten): Llu;k = -20 dB; 3. woningscheidend (geen verblijfsruimte) Llu;k = -5dB; contactgeluid Ico = 0 dB 13.02 Brandwerendheid Minimaal Brandwerendheid in minuten uitvoeringsniveau: conform “ Bouwbesluit 2003. 13.03 Warmte-isolatie (i.s.m. vloerafwerking (23.00) en plafonds (24.00)) Minimaal uitvoeringsniveau: begane grondvloeren, incl. vloeren boven kelders; Rc minimaal 2,5 m2K/W. Berekeningswijze conform NEN 1068. 14.00 DAKEN --------------------------- 14.02 Brandwerendheid Minimaal Brandwerendheid in minuten. Uitvoeringsniveau: conform Bouwbesluit 2003. 14.03 Warmte-isolatie (i.s.m. plafonds (24.00) Minimaal uitvoeringsniveau: Rc minimaal 2,5 m2K/W. Berekeningswijze conform NEN 1068. 14.20 Dakvlak 14.21 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij handhaven dakbeschot: isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag; 2. bij vervanging dakbeschot: geïsoleerde dakplaat aanbrengenin ieder geval Rc waarde minimaal 2,5 m2K/W. 14.24 Warmte-isolatie platte daken Minimaal uitvoeringsniveau: Zie 14.21. Dak-ventilatiepijpjes verwijderen bij isolatie aan koude zijde. Bij isolatie aan warme zijde moet de ventilatie van de luchtspouw gehandhaafd blijven. 14.50 Dakdoorbreking 14.52 Warmte isolatie Geïsoleerde dakramen, lichtkoepels, lantaarns en vluchtluiken toepassen. 14.60 Dakterrassen 14.61 Warmte isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. bij handhaven dakbeschot: isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag; 2. bij vervanging dakbeschot: geïsoleerde dakplaat aanbrengenin ieder geval Rc waarde minimaal 2,5 m2K/W. 14.70 Dakkapellen 14.70.11 Warmte isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. isolatie aan buitenzijde aanbrengen, indien dit niet mogelijk is dan aan binnenzijde met dampremmende laag ramen en kozijnen uitgevoerd met dubbel glas; 2. geïsoleerde prefab dakkapel uitgevoerd met dubbel glas. 14.70.30 Dakramen 14.70.31 Warmte-isolatie Geïsoleerde dakramen toepassen met ventilatie- mogelijkheid. 14.90 Dakdozen Aanbeveling: Indien een pand onderdeel uitmaakt van een aaneengesloten verbeteringskomplex is het geheel slopen van de bestaande kap en het aanbrengen van een nieuwe dakverdieping met een plat dak (dakdoos) al dan niet gecombineerd met een dakterras (indien geen balkon of buitenruimte voor de betreffende woning aanwezig
- is)toegestaan * Dakdozen zijn alleen komplexmatig toe te passen en slechts in die gevallen als er minimaal drie panden naast elkaar voorzien worden van een dakdoos. Minimaal uitvoeringsniveau: Conform Bouwbesluit 2003. 15.00 TRAPPEN ------------------------------ 15.01 Geluidisolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. Dichte trappen, indien woningscheidend, aan de onderzijde voorzien van rachels vrij van de trap constructie met mineraalwol plaat dik 60 mm, spouw ten minste 150 mm en twee lagen gipsplaat (12,5 mm ) met verspringende naden. De constructie mag niet star aan de trap worden bevestigd. 2. Niet woningscheidend -20 dB rachels tegen de balklaag 2 lagen gipsplaat ( 9 mm )met verspringende naden . 15.02 Brandwerendheid Minimaal brandwerendheid in minuten. Uitvoeringsniveau: conform Bouwbesluit 2003. 16.00 GEVELS ---------------------------- 16.03 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: Rc minimaal 2,5 m2K/W. Berekeningswijze conform NEN 1068. 16.20 Puien/kozijnen 16.23 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: kozijnen met dubbel glas (U = ten hoogste 4,2 W/m2K) panelen in puien isoleren met Rc minimaal 1,3 m2K/W. 16.40 Afwerkingen 16.44 Koudebruggen Bij koudebruggen isolatie aanbrengen conform advies van een deskundig adviesbureau. 16.70 Gevelbehandeling 16.71 Gevelbekleding Bij toepassing van gevelbekleding met isolatie, aanbrengen conform advies van een deskundig bureau of volgens voorschrift fabrikant. 17.00 BALKONS EN TERRASSEN/GALERIJEN ---------------------------------------------------------------------- 17.02 Brandwerendheid (indien deel uitmakend van een vluchtweg) Minimaal uitvoeringsniveau: Brandwerendheid in minuten conform Bouwbesluit 2003. Indien aanwezig een naastliggende woning bereikbaar maken door toepassing van een zgn. doortrapbaar, overstapbaar of wegklapbaar tussenschot. 17.03 Warmte-isolatie Minimaal uitvoeringsniveau: Door de gevel stekende constructies ivm. koude brug isoleren zie ook 16.44. 19.00 GLASWERK BUITEN -------------------------------------------- 19.02 Isolatie glaswerk buiten Minimaal uitvoeringsniveau: Kozijnen, ramen en deuren voorzien van dubbele beglazing. (U = ten hoogste 4,2 W/m2K) 21.00 SCHEIDINGEN ------------------------------------ 21.01 Geluidisolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. woningscheidend: 0 db 2. niet woningscheidend: - tussen woon-en slaapkamer; - 15 dB (contact- + luchtgeluid); - tussen slaapkamers onderling; - 20 dB (contact- + luchtgeluid); - conform NEN 1070; 3. - geen bewoonde ruimte -5 dB. 21.02 Brandwerendheid Minimaal uitvoeringsniveau: Brandwerendheid in minuten conform “Bouwbesluit hoofdstuk II”. 22.00 WANDAFWERKING ------------------------------------------- 22.10.01 Isolatie Indien nodig i.v.m. geluidwering of warmte-isolatie een voorzetwand aanbrengen. Minimaal uitvoeringsniveau: 1. voorzetwand bouwmuur/ woningscheidend en t.pl.v. scheidingen met trappenhuis, bergingen en winkels; stijl- en regelwerk met gipskartonplaat d=12.5 mm gevuld met 50 mm minerale wol en een dampremmende laag; 2. voorzetwand gevel; stijl en regelwerk met gipskartonplaat d=12.5 mm gevuld met isolatie en dampremmende folie tot een meter uit de gevel. Rc waarde conform “Bouwbesluit hoofdstuk II”. 24.00 PLAFONDS -------------------------------- 24.01 Geluidisolatie ism vloeren(13.00) en vloerafwerking(23.00)Minimaal uitvoeringsniveau: 1. woningscheidend: 0 db; 2. niet woningscheidend: - tussen woon-en slaapkamer; - 15 dB (contact- +luchtgeluid); - tussen slaapkamers onderling; - 20 dB (contact- + luchtgeluid; - conform NEN 1070; 3. - geen bewoonde ruimte; - 5dB. 24.03 Warmte isolatie ism dakconstructie Minimale eis: Rc waarden conform “Bouwbesluit hoofdstuk II”. Berekeningswijze conform de NEN 1068. 24.10 Plafondconstructie 24.10.01 Geluidisolatie Minimaal uitvoeringsniveau: 1. woningscheidend; vrijdragend plafondsysteem (hout of metaal) met dubbele gipsbeplating d= 2*12.5 mm, naadloos afgewerkt met een deken van minerale wol d= 80 mm; 2. niet-woningscheidend; vrijdragend plafondsysteem (hout of metaal) met enkele gipsbeplating d= 12.5 mm, naadloos afgewerkt. 28.00 SCHILDERWERK BINNEN --------------------------------------------------- 28.40.01 Spuitwerk Op de in het zicht komende gipskartonplaten van nieuwe plafonds, spuitwerk aanbrengen. Bijlage: Bij Programma van Eisen Particuliere Woningverbetering 2010 NIET-LIMITATIEVE LIJST "GEVAARLIJKE" SITUATIES In het PVE-Casco staat omschreven dat gevaarlijke situaties in en aan de panden/woningen verholpen dienen te worden. Bovendien mag ten gevolge van de ingreep geen verslechtering van het binnenmilieu optreden. Onder gevaarlijke situaties worden verstaan situaties die gevaar kunnen opleveren voor de bewoner, dan wel gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Deze voorkomende situaties zijn niet allemaal te omschrijven in het PVE- Casco. Wel zal bij de plantoetsing hiermee rekening gehouden worden. B & W kunnen hieromtrent nadere eisen stellen. Uiteraard wordt er van uitgegaan dat in geval van een gesubsidieerde ingreep de eigenaar gebaat is bij een veilige woning. Van een door de eigenaar ingehuurde deskundige, meestal een architect, mag verwacht worden dat een dusdanig plan ontwikkeld en ingediend wordt dat sprake is van een veilige woning. Om aan te geven wat ondermeer verstaan moet worden aan het verhelpen van gevaarlijke situaties, wordt hieronder in een niet-limitatieve lijst een aantal voorbeelden aangegeven:- Vervuilde en sterk verzakte bij de woning behorende achterterreinen dienen geschoond en opgehoogd te worden, ter voorkoming van ongedierte; Constructief slechte, buiten de woning gelegen bergingen dienen gesloopt of hersteld of vervangen te worden. Ernstig gecorrodeerde gasleidingen dienen vervangen te worden. Open verbrandingstoestellen in te kleine vertrekken dienen verwijderd te worden. Als open verbruikstoestellen aanleiding (kunnen) geven tot hinderlijke vochtigheid, moeten maatregelen getroffen worden om dit te verhelpen. Sterk verouderde en onveilige elektrische installaties dienen te worden vervangen. Beschadigde wandcontactdozen en schakelaars moeten vervangen dan wel hersteld. Lekkende waterleidingen, standleidingen en afvoeren dienen te worden vervangen dan wel hersteld. Verrotte vloeren dienen te worden hersteld of vervangen; lekkages in waterkerende vloeren dienen te worden verholpen. Oorzaken van zwam- en schimmelvorming in de woning dienen te worden verholpen. Bijlage 1 Gebiedsbegrenzing Dichterskwartier Nota-toelichting Artikelgewijze toelichting HOOFDSTUK 1 Begripsbepalingen en algemene bepalingen Artikel 1 Sub f: stimuleringsfonds: Naar analogie van vele andere gemeenten in Nederland is een zogenaamd Revolverend fonds ingesteld, beheerd door de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). Vanuit dit fonds kunnen de “zachte” leningen worden verstrekt. Aflossing en rente vloeien weer terug in het fonds, zodat deze middelen telkens weer beschikbaar komen voor nieuwe leningen. Toetsing, debiteurenbeheer en overige administratieve werkzaamheden, worden door SVn uitgevoerd. Sub g: stimuleringslening: Het revolverend fonds is ondergebracht bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten te Hoevelaken (SVn). De gemeente Dordrecht stort geld in de vorm van renteloze leningen in het fonds. De SVn verstrekt vervolgens op voordracht van de gemeente Dordrecht uit de gestorte middelen zogenaamde “zachte leningen”; stimuleringsleningen. Stimuleringsleningen zijn leningen met een zeer gunstige rente. Door de revolverende werking van het Stimuleringsfonds worden rente en aflossing van de leningen rechtstreeks teruggesluisd naar het budget. Deze middelen komen dan opnieuw beschikbaar voor nieuwe leningen, gedurende een vastgestelde periode. Sub h: verbeterplan: Het Programma van Eisen dat met deze verordening een onlosmakelijk geheel vormt dient als leidraad bij het opstellen van verbeterplannen. Een lager uitvoeringsniveau dan het Programma van Eisen is niet toegestaan. Essentieel is dat de sobere en doelmatige uitvoering van de te treffen voorzieningen is gewaarborgd. Sub j: eigenaar: Een belangrijk uitgangspunt in de aanpak is de toepassing van de regeling op particuliere eigenaren met maximaal 1 ander pand in bezit. Op deze manier kan voorkomen worden dat eigenaren met meerdere panden gebruik maken van de financiële mogelijkheden, ondanks dat zij zelf daartoe de mogelijkheden hebben. Wel worden eigenaren geholpen die door de economische crisis op dit moment haar huis niet kunnen verkopen, en daardoor de oorspronkelijke woning verhuren. Daarnaast speelt in deze keuze de doeltreffendheid van de maatregelen een belangrijke rol, indien gekozen wordt voor alleen eigenaar - bewoners zal maar twee derde van de woningen in aanmerking komen voor subsidie, waardoor het doel, een wijk creëren die weer 25 jaar vooruit kan, niet gehaald zal gaan worden. Sub n: goedgekeurde kosten: Hiermee vindt een afbakening plaats van de kosten waarvoor een lening kan worden verstrekt. In geval de voorzieningen worden uitgevoerd in zelfwerkzaamheid bestaat de aanneemsom alleen uit de materiaalkosten. Sub p: subsidieplafond: Voorkomen moet worden dat sprake is van een openeinderegeling. Daartoe dient het vastleggen van een subsidieplafond. Een van de uitgangspunten van het project Particuliere Woningverbetering is dat in ruim drie jaar tijd, of zoveel langer dan nodig gezien het subsidieplafond, maximaal 141 woningen voor de regeling in aanmerking kunnen komen. Sub s: zelfwerkzaamheid: Uren van zelfwerkzaamheid zijn niet subsidiabel, de verwerkte materialen echter wel. Door zelf werkzaamheden uit te voeren (bijvoorbeeld schilderwerk) bespaart men al substantieel aan kosten en komt de kwaliteit niet in het geding. Artikel 2 De beperking van het toepassingsgebied tot de wijk Dichterskwartier is een bewuste keuze. In 2009 is door bureau de Groene Werf uit Nieuwegein een rapportage gemaakt over een Plan van Aanpak voor het Dichterskwartier, waaruit onder meer blijkt dat de kwaliteit van de woningen in de wijk Dichterskwartier minder goed is dan op andere plekken in Dordrecht, en de omgeving van het Dichterskwartier de afgelopen jaren in het kader van de stedelijke herstructurering grondig is aangepakt. Daarnaast zijn er landelijke subsidiegelden vanuit het Rijk beschikbaar gesteld voor de aanpak van het Dichterskwartier, welke op deze manier ingezet worden voor een grondige fysieke aanpak. Artikel 3 Geen toelichting Artikel 4 In de Verordening is ten behoeve van de aanpak van het Dichterskwartier een Programma van Eisen (PvE) en een Programma van Aanbevelingen (PvA) opgenomen. Het Programma van Eisen dient als leidraad voor de verbeterplannen. Het PvE heeft hierbij twee functies: onderlegger voor het opstellen van de verbeterplannen (subsidiegrondslag) definiëren van basisniveau (aanschrijven) Om voor subsidie in aanmerking te komen moeten de eigenaren een verbeterplan overleggen. Het PvE definieert de eisen voor dat verbeterplan, waardoor na uitvoering van dat plan de betrokken woningen weer voor 25 jaar aan de kwalitatief gestelde eisen voldoen. Daarnaast geeft het PvE ook de kwaliteitseisen op grond waarvan de gemeente een eventuele weigerachtige eigenaar kan aanschrijven. Dit alles om te zorgen dat er weer een kwalitatief voldoende woningvoorraad in het Dichterskwartier komt. Alle verbeterplannen op basis van de pakketten Op-poetsen en Op-knappen, waarvoor subsidie wordt aangevraagd zullen minimaal aan het PvE moeten voldoen. Het Programma van Aanbevelingen gaat nog een stap verder. Hierin zijn de eisen opgenomen die van toepassing zijn op de aanvullende pakketten Op-warmen. Het PvA dient als subsidiegrondslag. De eisen die in dit PvA zijn echter facultatief en kunnen niet gebruikt worden om weigerachtige eigenaren aan te schrijven. Vandaar dat de keuze gemaakt is in het onderscheid tussen een programma van eisen en van aanbevelingen. Artikel 5 Voor de volledige aanpak van het Dichterskwartier is een bedrag gereserveerd van maximaal 2,4 miljoen euro voor de kosten van de totale uitvoering. Deze raming is gebaseerd op het Plan van Aanpak, zoals opgesteld door de Groene Werf te Nieuwegein. Daarbij is het uitgangspunt dat de gemeente in fasen geld stort in het fonds waaruit leningen (annuïteitenlening) aan particuliere eigenaren worden verstrekt tegen een lage rente. Daarnaast worden via het bouwbureau subsidies aangevraagd voor het Dichterskwartier, deze komen beschikbaar in het bouwdepot. Er wordt rente in rekening gebracht, welke bestaat uit een gedeelte rentevergoeding voor de gemeente en een beheervergoeding voor de SVn. Artikel 6 Het college wijst een aanvraag stimuleringslening af voor die kosten waarvoor een voorliggende voorziening is. Doel van deze bepaling is het voorkomen dat een stimuleringslening wordt verstrekt over dat deel van de kosten van voorzieningen waarvoor al een financiële vergoeding is of wordt verkregen. HOOFDSTUK 2 Algemene bepalingen Artikel 7 Binnen de aanpak van het Dichterskwartier is gekozen voor een combinatie van subsidie en lening om als smeerolie te fungeren om bewoners over de streep te halen. Alleen particuliere eigenaren komen in aanmerking voor subsidies en laagrentende leningen. Voor deze invulling is gekozen om doelgroepen te faciliteren die anders niet de mogelijkheid hebben om deze noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Artikel 8 Voorts vallen alleen woningen van 30 jaar en ouder onder de regeling. De meeste woningen uit die tijd hebben geen dubbel glas, zijn niet geïsoleerd en veel daken, goten, onderdorpels van kozijnen vertonen inmiddels gebreken. Tussentijds zal er controle plaatsvinden op een rechtmatige uitvoer van de werkzaamheden en vaststelling van subsidie en laagrentende lening. Bij deze controle kan bijvoorbeeld gekeken worden naar illegale verhuur van de woning en verhuizing van eigenaar - bewoners, met als gevolg een intrekking van de subsidie en laagrentende lening. Artikel 9 Een verbeteraanvraag moet voldoen aan de grenzen welke gesteld zijn in het desbetreffende pakket en binnen het Pakket van Eisen ten aanzien van Particuliere Woningverbetering Dichterskwartier. Artikel 10 Subsidiebedragen worden uitgekeerd in het bouwdepot. De laagrentende lening wordt ook gestort in het bouwdepot . Wanneer alleen een subsidie wordt aangevraagd wordt dit uitbetaald in het bouwdepot, waarbij een onkostenvergoeding in mindering wordt gebracht op het subsidiebedrag. Waarna bij de definitieve vaststelling van lening en subsidie controle plaatsvindt. Artikel 11 Naar aanleiding van het rapport van ´de Groene Werf´ getiteld Dichterskwartier: Aan de slag! zijn aanbevelingen gedaan over de uitvoering van de verbetermaatregelen. Deze maatregelen zijn gebundeld in een drietal pakketten welke volgens deze verordening ook aangeboden worden om een effectieve aanpak te garanderen. Na aanleiding van het verbeterplan wordt een keuze gemaakt uit 1 van de 3 pakketten of een combinatie van meerdere totale pakketten. Waarbij altijd een combinatie van lening en subsidie verstrekt wordt, binnen de gestelde grenzen van het pakket. Onder de verschillende pakketten wordt verstaan: - Op-poetsen: het opruimen van rommel en uitvoeren van klein onderhoud - Op-knappen: cascoaanpak en groot onderhoud - Op-warmen: de woning energiezuiniger maken Artikel 12 Deze verplichting met betrekking tot kamerverhuur is een verplichting als bedoeld in artikel 4:38 Awb en dient het doel waarvoor de subsidieregeling in het leven is geroepen, namelijk een verbetering van woningen van particuliere eigenaren. Artikel 13 De gereedmelding van de werkzaamheden voor definitieve vaststelling van de subsidie en de laagrentende lening is identiek, zodat volstaan kan worden met een identieke handeling. Artikel 14 Geen toelichting Artikel 15 De looptijd van 10, 15 of 25 jaar in combinatie met een rentevergoeding van 2% is dusdanig gekozen dat de maandlasten voor een particuliere eigenaar, rekeninghoudend met de normen van de SVn en het gemiddelde inkomen in de wijk, betaalbaar zijn. Artikel 16 Met de maximalisering van het leningsbedrag wordt de bovengrens bepaald voor de hoogte van de stimuleringslening. Indien de kosten van de te treffen voorzieningen dit maximum overstijgen dient een afzonderlijke financiering te worden geregeld bij een institutionele instelling. Deze maximalisering houdt verband met de verdeling van de beschikbare middelen. De regeling is namelijk bedoeld als stimulering van woningverbetering en niet als een uitputtende financieringsregeling. Artikel 17 Bij de aanvraagprocedure wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de bestaande methode rondom het funderingsherstel binnen de gemeente Dordrecht. Er is sprake van een gelaagde aanvraagprocedure: de aanvraag om toewijzing van de lening wordt bij de gemeente ingediend. Het aanvragen van de toewijzing geschiedt schriftelijk op een daar toe beschikbaar gesteld formulier. Behalve in de verordening staat ook op dit formulier vermeld welke gegevens aanvrager moet leveren alvorens zijn verzoek in behandeling wordt genomen. De gemeente toetst een complete aanvraag om een stimuleringslening in volgorde van binnenkomst aan het leningenplafond, en de gestelde voorwaarden binnen de Verordening. Is het leningenplafond bereikt, of wordt er niet voldaan aan andere eisen gesteld in de Verordening dan wordt de aanvraag afgewezen. Ten behoeve van de lening zal er met de aanvrager een leningsovereenkomst gesloten worden en zal er door de SVn een zogenaamde BO-toets gedaan worden. Deze toetsing houdt in: een inkomenstoets volgens de normen van het Bemiddelend Orgaan, ter vaststelling of de lasten voor de eigenaar niet te hoog worden; een krediettoets bij Bureau Krediet Registratie. Artikel 18 Voor deze ondergrens is gekozen om niet voor kleinschalige verbeteringen leningen en subsidies te verstrekken omdat er vanuit wordt gegaan dat relatief lage kosten zelf te financieren zijn. Artikel 19 Deze bepaling regelt onder andere- dat de initiatiefnemer met de uitvoering van de werkzaamheden kan beginnen nadat de door hem of haar ingediende aanvraag heeft geleid tot toekenning van de stimuleringslening. Bovendien houdt deze bepaling in dat niet met terugwerkende kracht van deze regeling gebruik kan worden gemaakt. Onder erkend wordt in principe verstaan bedrijven die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en aantoonbare relevante ervaring met verbouwingen hebben, om uitvoeringen onder de gestelde normen in het Programma van Eisen te voorkomen Artikel 20 In deze bepalingen wordt onder meer geregeld welke (bewijs)stukken bij de gereedmelding moeten worden overgelegd. De termijn van 4 weken wordt als redelijk en aanvaardbaar geacht, dit in relatie tot de te overleggen stukken bij de gereedmelding. Artikel 21 Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking kan gebeuren als er zonder schriftelijke toestemming van het college afgeweken is van de gestelde voorwaarden. Het feit dat een lening op grond van onvolledige of onjuiste gegevens is verstrekt kan ook reden zijn om de beschikking geheel of gedeeltelijk in te trekken. Het besluit om de lening toe te wijzen wordt in ieder geval ingetrokken als de activiteit niet doorgaat. HOOFDSTUK 3 Slot- en Overgangsbepalingen Artikel 22 Voor de toepassing van de verordening geldt een algemene hardheidsclausule. Er kunnen zich immers in het dynamische proces van particuliere woningverbetering bijzondere omstandigheden voordoen, waarbij van de verordening moet kunnen worden afgeweken. Deze afwijkingen kunnen zowel ten voordele als ten nadele van de aanvrager strekken. Artikel 23 Geen toelichting Artikel 24 Geen toelichting Artikel 25 Geen toelichting Artikel 26 Geen toelichting