Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen 2011De raad van de gemeente Delfzijl; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 februari 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Artikel2Groepspeelruimte 1.In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar. 2.Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel3Buitenspeelruimte 1.De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte. 2De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind; ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel4Aanwijzing toezichthouders 1.Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels. 2.Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Artikel5Onderzoek door de toezichthouder 1.De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 2.Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 3.Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften. Artikel6Vastleggen onderzoeksresultaten 1.De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.