← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011 (Heumen)

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011Onderwerp : Verordening 24 februari 2011 Besluitnr. 01.06 Reinigingsheffingen 2011 De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2011; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer b e s l u i t: vast te stellen de hierna volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011 (Verordening reinigingsheffingen 2011) HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam `afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1.de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.

  1. van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.
  2. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.
  3. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.
  4. van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Artikel9Termijnen van betaling De op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daar van, minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat: aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht termijnen; aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel10Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de tarieventabel. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.
  5. bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.
  6. van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Artikel16Termijnen van betaling het op grond van artikel 14, eerste lid, bedoelde recht moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daar van minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat: aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht termijnen; aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 14, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel17Kwijtschelding Artikel17Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel18Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen. Artikel19Inwerkingtreding en citeertitel De ‘Verordening reinigingsheffingen 2011', vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Deze verordening treedt in werking op de eerste dagna die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  7. Deze verordening kan worden aangehaald als `Verordening reinigingsheffingen 2011’. MvH Malden, 24 februari 2011 DE RAAD VOORNOEMD; De raadsgriffier, De plv. voorzitter L.Bosland. H.J.J.M. Smeets.BIJLAGETarieventabel behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen 2011’.AlgemeenDe bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk
  8. Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffingHoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffingDe belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 1.1.1.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 95,40 1.1.
  9. indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon € 138,48 1.1.
  10. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.
  11. wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een éxtra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) container met een bedrag van € 70,80 Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffingOnverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van: 1.2.1 een afvalzak, per afvalzak € 1,04 Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechtenHoofdstuk 2.
  12. Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechtenHet recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval bedraagt per bedrijfspand per belastingjaar: € 138,48 Voor de heffing van dit recht worden: bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden door de totale inwonersbezetting bij het begin van het belastingjaar te delen door 4; scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar één bedrijfspand per klas- c.q. speel-/werklokaal; gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar één bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening Hoofdstuk 2.
  13. Maatstaven en overige tarieven reinigingsrechten Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.
  14. bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van een afvalzak, per afvalzak € 1,04 MvH Malden, 24 februari 2011 DE RAAD VOORNOEMD; De raadsgriffier, De plv. voorzitter, L.Bosland. H.J.J.M. Smeets.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.