Beheersverordening grondbedrijf 2010 van de gemeente Lelystad De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 7 december 2010; overwegende dat: ter uitvoering van art. 10 van het Organisatiebesluit gemeente Lelystad in aanvulling op de Financiële verordening gemeente Lelystad, nadere regels gesteld worden ten aanzien van het beheer en de organisatie van het grondbedrijf. de Beheersverordening grondbedrijf 1990 in overeenstemming dient te worden gebracht met de Gemeentewet en dient te worden afgestemd op de Kadernota grondbeleid Lelystad 2010 en de overige regelgeving. B E S L U I T: In te trekken: de Beheersverordening grondbedrijf 1990 de Instructie voor de directeur van het grondbedrijf ingaande 1-1-1990 de Instructie voor de administrateur van het grondbedrijf ingaande 1-1-1990 Vast te stellen de navolgende Beheersverordening grondbedrijf 2010 van de gemeente Lelystad. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE EN BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt (in alfabetische volgorde) verstaan onder: . ·A- staat Een gebiedsspecifieke begroting van verwervings- en andere boekwaarden, zonder kostprijsberekening. ·B – staat of Grondexploitatie: De door de gemeenteraad vastgestelde begroting van het geheel van activiteiten en werkzaamheden rond de planvoorbereiding, de verwerving, de uitgifte van gronden alsmede het tijdelijke beheer, en het bouw- en woonrijp maken, opgesteld op kostprijsbasis, naar het systeem van eindwaardeberekening; ·Budgethouderschap Het mandaat om binnen de vastgestelde financiële kaders van een grondexploitatie of ander budget financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen ·Kwaliteit: De in de exploitatie en het projectdocument omschreven eisen en randvoorwaarden aan een project inzake het kostenniveau van de uitvoering en de afzetbaarheid van het project op de markt. ·Project: De projectmatige uitvoering van een onderdeel van de grondexploitatie, een publiek private samenwerking, dan wel een bijdrage in een particulier initiatief met inachtneming van de daarvoor geldende eisen en randvoorwaarden. ·Startdocument of projectplan: Een voorstel voor een uit te voeren project, met een beschrijving van het planproces, de inhoud van het project, de kwaliteit en de verwachte kosten en opbrengsten. ·Plansaldo: Het financiële resultaat van een grondexploitatie op eindwaardeberekening. ·Risicovoorziening: Geld dat opzij gezet wordt om de risico’s van exploitaties op te vangen. ·Voorbereidingskrediet Een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld krediet dat bestemd is om te worden aangewend voor het ontwikkelen van een grondexploitatie. Artikel2Werkingsgebied. 1.Deze beheersverordening is van overeenkomstige toepassing op exploitatieplannen als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening. 2.De door de raad vastgestelde grondexploitaties gelden ten aanzien van kwaliteit en kosten als taakstellend voor de gehele organisatie. Artikel3Grondbedrijf Het grondbedrijf is het verbijzonderde deel van de gemeentelijke organisatie als bedoeld in artikel 10 van het Organisatiebesluit gemeente Lelystad. Het grondbedrijf is ingesteld om ambtelijk uitvoering te geven aan het bij en krachtens het door de raad in de Kadernota grondbeleid 2010 vastgestelde grondbeleid. HOOFDSTUK 2 INTERNE ORGANISATIE Artikel4Inbedding in de organisatie 1.Aan het hoofd van het grondbedrijf staat een directeur 2.De directeur grondbedrijf is geen lid van de concerndirectie, maar heeft wel de bevoegdheid om het gemeentebestuur eigenstandig (gevraagd en ongevraagd) te adviseren over zaken het grondbeleid betreffende. 3.Indien de directeur van het grondbedrijf van de in het tweede lid van dit artikel genoemde bevoegdheid gebruik maakt, wordt dit terstond met opgave van redenen gemeld aan de concerndirectie. 4.Het hoofd van de afdeling EVO is tevens directeur van het grondbedrijf,en benoemd door het college. 5.Het grondbedrijf heeft een eigen administratie, die wordt geconsolideerd binnen de concernadministratie. Artikel5Taken en verantwoordelijkheden 1.De directeur is als integraal manager belast met de leiding van het grondbedrijf. 2.De directeur Grondbedrijf is belast met de ambtelijke beleidsadvisering omtrent het opstellen en het uitwerken van de beleidskaders voor het grondbeleid. 3.De directeur grondbedrijf vertegenwoordigt het grondbedrijf binnen en buiten de organisatie. 4.De directeur grondbedrijf wordt bijgestaan door de administrateur grondbedrijf, benoemd door het college. 5.De directeur grondbedrijf draagt zorg voort: Een doelmatige en doeltreffende ambtelijke uitvoering van het grondbeleid binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders. Een goede functiescheiding is tussen de medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van het grondbedrijf; Een regelmatige en doelmatige interne controle . 6.De administrateur grondbedrijf is verantwoordelijk is voor de juistheid, de volledigheid, en de rechtmatigheid van de administratie van het grondbedrijf. 7.De administrateur grondbedrijf draagt er zorg voor dat: De werkprocessen binnen de administratie transparant verlopen; De taken en werkzaamheden binnen de administratie doelmatig, rechtmatig en efficiënt worden georganiseerd en uitgevoerd; Er geen inlichtingen worden verstrekt over de boekhouding en daarbij behorende bescheiden, met uitzondering van de gemeentelijke functionarissen en organen die uit hoofde van hun functie gerechtigd zijn toegang te hebben tot deze informatie. De administrateur staat in een functionele relatie tot de concerncontroller voor wat betreft de rechtmatigheid, volledigheid en juistheid van de administratie. 8.De functies van directeur grondbedrijf en administrateur grondbedrijf zijn onderling onverenigbaar. 9.De directeur en administrateur van het grondbedrijf melden significante afwijkingen van de vastgestelde beleidskaders inclusief grondexploitaties aan de directie. Wanneer de directie naar hun oordeel niet of niet tijdig adequate (bijsturings-)maatregelen neemt, zijn de directeur en de administrateur gezamenlijk zowel als hoofdelijk gehouden het college over de betreffende afwijkingen te informeren. 10.De kassiersfunctie van het grondbedrijf maakt onderdeel uit van de taken en verantwoor- delijkheden van de gemeentelijke kassier. Artikel6De concerncontroller De in artikel 9 van het Organisatiebesluit van de gemeente Lelystad genoemde taken en bevoegdheden van de concerncontroller zijn tevens onverkort van toepassing voor het Grondbedrijf: De concerncontroller adviseert gevraagd en ongevraagd de directie en kan tevens eigenstandig de bestuursorganen college en burgemeester (gevraagd en ongevraagd) adviseren. Indien de concerncontroller het bestuur adviseert of gaat adviseren over zaken die het grondbedrijf betreffen, meldt de concerncontroller dit,alsmede het onderwerp waarop het advies betrekking heeft, terstond aan de directie en de directeur Grondbedrijf De concerncontroller heeft in ieder geval als taken: het voorbereiden van en adviseren over kaders en richtlijnen aangaande de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de bedrijfsvoering; het voorbereiden van en adviseren over kaders en richtlijnen aangaande de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de bedrijfsvoering; het op concernniveau geven van adviezen aan de algemeen directeur, directie en de overige concernonderdelen met betrekking tot de sturing van de organisatie; Daarnaast ziet de concerncontroller in het bijzonder toe op: de beleidsintegratie van het grondbeleid in het totaal van het gemeentelijk beleid de effecten van het middelenbeslag en het risicoprofiel van het grondbedrijf op de concernbegroting. De concerncontroller heeft de bevoegdheid om te allen tijde en onaangekondigd tussentijdse controle uit te oefenen op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de bestede middelen. De directeur grondbedrijf en de administrateur grondbedrijf verstrekken hem voor het onder het lid 7 bedoelde onderzoek alle benodigde informatie, en verlenen inzage in alle administratieve bescheiden van het grondbedrijf. HOOFDSTUK 3 GEBIEDSONTWIKKELINGEN Artikel7Financiële kaders 1.De gemeenteraad stelt de voor de uitvoering van het grondbeleid financiële kaders vast in: a)Grondexploitaties (B complexen) b.Specifieke voorbereidings- of aanvullende kredieten. 1.1 In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders voor de voorbereiding van een grondexploitatie een krediet ter beschikking stellen van maximaal € 100.000 per exploitatiegebied, mits de verantwoording van de bestede middelen achteraf plaatsvindt in de, op basis daarvan tot stand gekomen en door de raad goedgekeurde, grondexploitatie. Het is burgemeester en wethouders niet toegestaan meerdere exploitatiegebieden als bedoeld in lid 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.