← Nederland

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011 (Winsum)

Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011 Een samenwerkingsverband tussen gemeente De Marne, gemeen

Artikel21

De leden van het algemeen bestuur ontvangen, voor zover het algemeen bestuur dit bepaalt, een tegemoetkoming in de kosten voor zover de Nederlandse wetgeving zich daar niet tegen verzet. Paragraaf4:Informatie en verantwoording Artikel22 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raad van een deelnemende gemeente, schriftelijk, uiterlijk binnen zes weken, alle inlichtingen die door die raad, dan wel door één of meer leden verlangd worden. 2.Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hem benoemd heeft, schriftelijk, en indien daarom wordt verzocht mondeling, uiterlijk binnen zes weken, alle inlichtingen die door de raad verlangd worden. 3.De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit, dan wel één of meer leden daarvan, dat verzoekt, schriftelijk, en indien daarom wordt verzocht mondeling, uiterlijk binnen een maand, alle gevraagde inlichtingen. 4.De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde beleid. HOOFDSTUKV– Dagelijks bestuur Paragraaf1:De samenstelling Artikel23 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit: de voorzitter; een plaatsvervangend voorzitter; een secretaris, een plaatsvervangend secretaris, en, één of meer leden. 2.Uit elke deelnemende gemeente wordt één lid van het dagelijks bestuur en een plaatsvervanger gekozen. Artikel24 1.De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur, als bedoeld in artikel 23, heeft plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur van een zittingsperiode. In deze vergadering worden de leden van het dagelijks bestuur, alsmede de plaatsvervangend leden aangewezen. Vervolgens worden uit de aangewezen leden de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van het dagelijks bestuur aangewezen. 2.Voor plaatsvervangende leden geldt al hetgeen in deze regeling ten aanzien van leden van het dagelijks bestuur voor de functie voor wie zij als vervanger optreden, is bepaald. 3.De artikelen 40, 41, 43 en 46 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel25 1.Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, kiest, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, het algemeen bestuur een nieuw lid. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit tot in de vacature in het algemeen bestuur is voorzien. 2.Het lid van het dagelijks bestuur dat aftreedt, blijft zijn functie waarnemen tot in de opvolging is voorzien, behalve in gevallen bedoeld in artikel 12, eerste lid, het derde lid en artikel 13. 3.Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Alsdan is het bepaalde in lid 2 niet van toepassing ten aanzien van het betreffende lid. Paragraaf2:De werkwijze Artikel26 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden van het dagelijks bestuur dit nodig achten. 2.Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem. 3.De artikelen 53 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Het dagelijks bestuur kan voor zijn vergaderingen en de werkwijze van dat bestuur een reglement van orde vaststellen. Het vastgestelde reglement wordt aan het algemeen bestuur toegezonden. Paragraaf3:

Artikel27

1.De leden van het dagelijks bestuur genieten, voor zover het algemeen bestuur dit bepaalt, een tegemoetkoming in de aan deze functie verbonden kosten, voor zover de Nederlandse wetgeving zich daar niet tegen verzet. 2.Het algemeen bestuur bepaalt alsdan in een nadere regeling deze tegemoetkoming. Paragraaf4:Bevoegdheden Artikel28 Tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband behoort: de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht; de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur, tenzij bij of krachtens de Wet de voorzitter hiermee is belast; het behartigen van de belangen van het samenwerkingsverband bij andere overheden; instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het samenwerkingsverband van belang is; het beheer van de activa en de passiva van het samenwerkingsverband; de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het beheer van de betaalmiddelen en de financiële administratie; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het houden van voortdurend toezicht op het functioneren van het samenwerkingsverband; de zorg voor overleg, inspraak en openbaarheid van besluiten. Artikel29 Het dagelijks bestuur oefent, als het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door hem te stellen regels, aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit. Artikel30 De raden van de deelnemende gemeenten verschaffen aan het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband desgevraagd inlichtingen over aangelegenheden die de ontwikkeling van het gebied van het samenwerkingsverband betreffen. Artikel31 1.De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris getekend. 2.De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris getekend. Het dagelijks bestuur kan de ondertekening opdragen aan één of meer gemachtigden. HOOFDSTUKVI– Voorzitter Paragraaf1:Algemene bepalingen Artikel32 Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Paragraaf2:Bevoegdheden Artikel33 1.De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen van het algemeen bestuur en de vergaderingen van het dagelijks bestuur. 2.Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel34 De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding, waarbij het samenwerkings-verband betrokken is, oefent de plaatsvervangend voorzitter deze bevoegdheid uit. Hij die bevoegd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen kan deze vertegenwoordiging, na toestemming van het dagelijks bestuur, aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. HOOFDSTUKVII– De organisatie Paragraaf1:Organisatie en personeel Artikel35 1.Het algemeen bestuur stelt de organisatiestructuur en de personeelsformatie van het samenwerkingsverband vast. 2.De bestuursorganen van het samenwerkingsverband kunnen zich bij de voorbereiding van de besluitvorming en de uitvoering van de aan hen opgedragen taken laten adviseren en bijstaan. 3.Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, is op het personeel, in dienst van het samenwerkingsverband, van overeenkomstige toepassing de rechtspositieregeling van de gemeente Eemsmond. Paragraaf2:Financiële administratie Artikel36 1.Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de betaalmiddelen van het samenwerkingsverband. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2.Ten aanzien van de controle van de administratie zijn de artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Paragraaf3:Archief Artikel37 1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het samenwerkingsverband. 2.De bepalingen in de archiefwetgeving met betrekking tot de archiefbescheiden van de gemeente Eemsmond zijn van toepassing op de archieven van het samenwerkingsverband. HOOFDSTUKVIII– Bijdragen, begroting en rekening Paragraaf1:Bijdragen Artikel38 De geldmiddelen van het samenwerkingsverband worden onder meer gevormd door: de bijdragen van de deelnemende gemeenten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling; de bijdragen, subsidies en schenkingen van particulieren, bedrijven en andere openbare lichamen; overige inkomsten. Artikel39 1.De uit de regeling voortvloeiende kosten, welke per gemeente afzonderlijk worden geraamd in de eigen begroting en achteraf worden verantwoord in de rekening, worden gemeenschappelijk gedragen en verdeeld: naar rato van de aangevoerde hoeveelheden door gemeenten voor de categorie: verbranden, GFT-compostering en Overig groen compostering; naar rato van de aangevoerde hoeveelheden door particulieren tegen gereduceerd tarief per gemeente voor de categorie Milieustraat; naar rato van de geclaimde uren door de gemeenten voor de categorie KCA; naar rato van de totale bijdrage per gemeente, is de som van alle categorieën exclusief Storten, voor de categorie Storten. 2.De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november telkens een vierde gedeelte van de bijdragen bedoeld in het eerste lid. Bij niet tijdige betaling wordt aan de nalatige gemeente de wettelijk verschuldigde rente ex artikel 6:119 BW in rekening gebracht. 3.Tot de kosten bedoeld in het eerste lid worden eveneens gerekend de meerkosten van transport voor de aanvoer van hoeveelheden door gemeenten vanaf een door het algemeen bestuur voor elke gemeente te bepalen vast punt naar het afvalstoffenbedrijf. Deze kosten worden, zolang door of vanwege de deelnemende gemeenten geen collectieve inzameling plaatsvindt, op een door het algemeen bestuur nader te bepalen wijze verevend. Artikel40 1.Een nadelig saldo over enig dienstjaar van het samenwerkingsverband wordt over de deelnemende gemeenten verdeeld naar de verhouding als genoemd in artikel

  1. 2.Binnen een maand na de vaststelling van de rekening door het algemeen bestuur vindt met elke van de deelnemende gemeenten een afrekening plaats. Artikel41 1.Een voordelig saldo over enig dienstjaar van het samenwerkingsverband wordt omgeslagen over de deelnemende gemeenten, indien en voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit. 2.Een voordelig saldo wordt omgeslagen over de deelnemende gemeenten conform de verhouding als genoemd in artikel
  2. Artikel42 Het samenwerkingsverband vergoedt een deelnemende gemeente de kosten, die door deze gemeente zijn gemaakt voor de uitvoering van door het algemeen bestuur aan haar toegewezen taken. Artikel43 1.Het algemeen bestuur besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van rechten, als bedoeld in artikel 229, lid 1, sub b van de Gemeentewet door het vaststellen van een belastingverordening. 2.Op de heffing en invordering van de rechten, als bedoeld in het eerste lid, is paragraaf vier van hoofdstuk XV van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Paragraaf2:Begroting Artikel44 1.Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks in maart een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar. De ramingen in de ontwerpbegroting worden toegelicht. 2.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat het ontwerp aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt voorgelegd, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierbij wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten de mogelijkheid geboden om voor behandeling van de begroting door het algemeen bestuur schriftelijk op- of aanmerkingen te plaatsen bij de begroting. 3.De ontwerpbegroting wordt door het dagelijks bestuur voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4.Het dagelijks bestuur stuurt de ontvangen op- of aanmerkingen, als bedoeld in lid 2, voor de behandeling van de begroting, vergezeld van een reactie door aan de leden van het algemeen bestuur. 5.De bepalingen in de leden 2 en 4 gelden ook voor begrotingswijzigingen indien het dagelijks bestuur daartoe besluit. Artikel45 1.Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. 2.Indien de vastgestelde begroting afwijkt van het ontwerp dat op grond van artikel 44 lid 2 is toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten dan wordt de vastgestelde begroting binnen 1 maand na vaststelling toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dit geldt ook voor begrotingswijzigingen. Paragraaf3:Rekening Artikel46 1.Van de baten en lasten van het samenwerkingsverband wordt door het dagelijks bestuur voor elk jaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een accountantsonderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, alsmede al hetgeen het dagelijks bestuur overig voor zijn verantwoording dienstig acht. 2.De rekening wordt met de toelichting, het verslag en de overige bescheiden, als bedoeld in het eerste lid, ten minste acht weken voordat zij ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd aan de raden der deelnemende gemeenten toegezonden. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden om voor behandeling van de rekening door het algemeen bestuur schriftelijk op- of aanmerkingen te plaatsen bij de rekening. 3.Het dagelijks bestuur stuurt de ontvangen op- of aanmerkingen als bedoeld in lid 2 voor de behandeling van de rekening door aan de leden van het algemeen bestuur. 4.Het algemeen bestuur stelt de rekening vast voor 15 juli van het jaar, volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. HOOFDSTUKIX– Geschillen Artikel47 1.Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de Wet, de beslissing van Gedeputeerde staten van Groningen wordt gevraagd, wordt het geschil voorgelegd aan een geschillencommissie, teneinde deze commissie in de gelegenheid te stellen partijen tot overeenstemming te brengen. 2.Onder een geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door slechts één partij als zodanig wordt beschouwd. 3.Het samenwerkingsverband kent een klachtenregeling voor derden. Artikel48 1.De geschillencommissie bestaat uit: één lid aan te wijzen door het of de college(s) van burgemeester en wethouders van de bij het geschil betrokken gemeenten; één lid aan te wijzen door het dagelijks bestuur; één lid dat als voorzitter van de commissie optreedt, aan te wijze door de leden bedoeld onder a. en b., welk lid geen bestuurder of ambtenaar is van één van deelnemende gemeenten of het samenwerkingsverband. 2.Bij de instelling van de geschillencommissie door het algemeen bestuur wordt tevens bepaald binnen welke termijn zij uitvoering geeft aan de opdracht en op welke wijze de procedure verloopt. HOOFDSTUKX– Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Paragraaf1:Toetreding Artikel49 1.Toetreding door een niet aan deze regeling deelnemende gemeente kan plaatsvinden nadat de raden van de deelnemende gemeenten zich vòòr de toetreding hebben verklaard. 2.Het algemeen bestuur regelt vervolgens de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. 3.De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de raad van de toetredende gemeente tot toetreding heeft besloten conform de door het algemeen bestuur vastgestelde voorwaarden, dan wel, indien de besluiten van de raden van de deelnemende gemeenten een latere datum van ingang aangeven, op die datum. Paragraaf2:Uittreding Artikel50 1.Een deelnemende gemeente kan uittreden, indien de raden van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2.De uittreding gaat in op 1 januari van het vierde jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding onherroepelijk is geworden. 3.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen. 4.Een besluit tot uittreding kan niet worden genomen gedurende de eerste vijf jaren na de toetreding van de betreffende deelnemende gemeente. Paragraaf3:Wijziging Artikel51 De raden van de deelnemende gemeenten kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de raden van de deelnemende gemeenten. Indien het dagelijks bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel toekomen aan het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer: het algemeen bestuur zich daar voor heeft verklaard, en, alle raden der deelnemende gemeenten zich daar vòòr hebben verklaard. Bij de wijzigingen wordt indien nodig ook besloten tot een passende overgangsregeling. Een wijziging gaat in op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op het laatste van de raadsvergaderingen waarin vóór doorvoering van de wijziging is besloten. Paragraaf4:Opheffing Artikel52 1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende, eensluidende, besluiten van de raden van de deelnemende gemeenten. 2.In geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen daarvan bij een liquidatieplan, waarin onder meer een vereffenaar en een bewaarder van de boeken en bescheiden worden aangewezen. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel mogelijk van kracht. 3.Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van het samenwerkingsverband naar de deelnemende gemeenten toe. 4.Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Artikel53 Deze regeling, alsmede besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling en besluiten tot toetreding en uittreding worden aan Gedeputeerde Staten van Groningen toegezonden door het gemeentebestuur van de gemeente Eemsmond. HOOFDSTUKXI– Slotbepalingen Artikel54 Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel55 In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen van de Gemeentewet. Artikel56 Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011” en vervangt per 1 mei 2011 de “Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2010”, die daarmee als vervallen wordt beschouwd.. Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van het Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen op 13 januari 2011.Bijlage Toelichting op de Gemeenschappelijke regeling voor het Vuilverwerkingsbedrijf Noord-GroningenArtikelsgewijze toelichtingHoofdstuk I - Begrips- en interpretatiebepalingenArtikel 1, lid 2In enkele artikelen van de regeling wordt de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard. Voor die gevallen is het handzaam om eenmalig een handreiking te geven hoe de verschillende (leden van) bestuursorganen gelezen dienen te worden. Hoofdstuk II – Het samenwerkingsverbandArtikel 2 en 3Het openbaar lichaam is een van de vier basisvormen van intergemeentelijke samenwerking. Het lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en functioneert ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Het lichaam bezit een eigen juridische en organisatorische identiteit; het beschikt over een basisstructuur, bestaande uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Hoofdstuk III – Belangen, bevoegdheden en taken van het samenwerkingsverbandArtikel 4De Wet kent alleen de begrippen belang en bevoegdheid. Het begrip taak komt niet in de wet voor, maar het wordt in gemeenschappelijke regeling wel veelvuldig gebruikt. De omschrijving van taken vormt de praktische vertaling van de aan het samenwerkingsverband opgedragen bevoegdheden. De omschrijving van de te behartigen belangen is globaal van aard. Deze globale belangenomschrijving vormt de basis voor de concreet aan het samenwerkingsverband op te dragen taken en bevoegdheden. Artikel 5De taken en bevoegdheden die worden overgedragen aan het samenwerkingsverband houden verband met de exploitatie van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf. Overige taken en bevoegdheden liggen op het terrein van de inzameling van KCA, coördinatie en advisering met betrekking tot het afvalstoffenbeleid van de deelnemende gemeenten, belangenbehartiging, voorlichting en bevorderen van preventie en hergebruik. Artikel 6Om de basis voor de exploitatie van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf zeker te stellen, verbinden de deelnemende gemeenten zich om de hen ter beschikking komende (huishoudelijke en bedrijfs-) afvalstoffen over te dragen aan het samenwerkingsverband. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid om een vrijstelling van deze verplichting te verlenen. De verplichting om afvalstoffen aan te leveren geldt niet voor de afvalstoffen die hergebruikt kunnen worden. Daarbij gaat het om (huishoudelijke) afvalstoffen die gescheiden worden ingezameld zoals glas, textiel en oud papier. Artikel 7Dit artikel biedt de mogelijkheid om binnen het samenwerkingsverband de inzameling van afvalstoffen gezamenlijk te verrichten. Artikel 8In voorkomende gevallen kunnen deelnemende gemeenten worden verplicht om bepaalde afvalstoffen gescheiden aan te leveren. Artikel 9Dit artikel biedt de mogelijkheid dat het algemeen bestuur aanwijzingen geeft met betrekking tot de verwijdering van afvalstoffen binnen het samenwerkingsverband. Hoofdstuk IV – Algemeen bestuurParagraaf 1: De samenstellingArtikel 10Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente; voor elk lid wordt tevens een plaatsvervangend lid benoemd. Het lid (en het plaatsvervangend lid) van het algemeen bestuur is lid van een college van Burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente. Artikel 11Dit artikel bepaalt dat een lid van het algemeen bestuur geen ambtenaar kan zijn werkzaam bij het samenwerkingsverband of één van de deelnemende gemeenten. In artikel 13, tweede lid van de Gemeentewet is bepaald dat deze onverenigbaarheid niet geldt voor ambtenaren van de burgerlijke stand, vrijwilligers die hulpdiensten verrichten en onderwijspersoneel. Artikel 20 van de Wet somt een groot aantal verboden handeling op voor bestuursleden van een openbaar lichaam. Hierbij gaat het om betrekkingen als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of ten behoeve van het bestuur van het openbaar lichaam in geschillen. Ook handelingen als overeenkomsten met het openbaar lichaam ten behoeve van het aannemen van werk, het doen van leveranties, het verhuren van enig goed, met uitzondering van onroerende zaken, het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het openbaar lichaam, het onderhands huren of pachten. Bij strijd met het bepaalde in artikel 20 Wet is het bepaalde in artikel X 8 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat het dagelijks bestuur de mogelijkheid heeft het betrokken bestuurslid te schorsen en het algemeen bestuur om een finaal oordeel vragen. Artikel 12Dit artikel regelt de aanvang en het einde van het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Artikel 13Dit artikel is de grondslag voor het terugroepen van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur. Het recht op terugroeping wordt in de Wet beschouwd als een wezenlijk instrument om de gemeentelijke betrokkenheid te verstevigen. Het biedt gemeenteraden een instrument om bij geschonden vertrouwen de eigen afgevaardigde terug te roepen uit het algemeen bestuur. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet beschrijven de te volgen procedure. Paragraaf 2: De werkwijzeArtikel 14In dit artikel worden enige regels weergegeven voor de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 15In dit artikel worden regels weergegeven voor het houden van besloten vergaderingen. Artikel 25 van de Gemeentewet geeft regels voor de mogelijkheid tot geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde. Artikel 16, 17 en 18Deze artikelen geven de regels voor het quorum, het stemmingsquorum en het besluitquorum. Artikel 19Dit artikel geeft de grondslag voor een reglement van orde, waarin nadere regels voor de vergadering van het algemeen bestuur kunnen worden geregeld. Artikel 20Dit artikel is een weerslag van de informatieverplichting van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Paragraaf 3:

Artikel 21

Of leden van het algemeen bestuur een tegemoetkoming in de kosten ontvangen wordt bepaald door het algemeen bestuur binnen het wettelijk kader. Paragraaf 4: Informatie en verantwoordingArtikel 22Dit artikel geeft de regels weer met betrekking tot de informatie- en verantwoordingsplicht voor (leden van) de bestuursorganen van het samenwerkingsverband. Er bestaan vier lijnen: de informatie, verantwoordings- en ontslaglijn tussen individuele leden van het algemeen bestuur en de gemeenteraad (lid 2, en in artikel 13); de informatielijn tussen de bestuursorganen van het samenwerkingsverband en de gemeenteraad (lid 1); de informatie- en verantwoordingslijn tussen individuele leden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur (lid 3 en 4); de informatie- en verantwoordingslijn tussen individuele leden van het dagelijks bestuur en de gemeenteraad (lid 1, 2, 3 en 4). Hoofdstuk V – Dagelijks bestuurParagraaf 1: De samenstellingArtikelen 23 en 24Deze artikelen regelen de samenstelling van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur wordt gekozen tijdens de eerste vergadering van het algemeen bestuur van een zittingsperiode. In de artikelen 40, 41, 43 en 46 van de Gemeentewet staan bepalingen met betrekking tot de aanvaarding van de benoeming, ontslagname op eigen initiatief en de incompatibiliteiten. Artikel 25Dit artikel stelt regels voor het tussentijds benoemen van leden van het dagelijks bestuur en voor het ontslag van leden van het dagelijks bestuur na het opzeggen van het vertrouwen door het algemeen bestuur. Paragraaf 2: WerkwijzeArtikel 26Dit artikel stelt regels voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In de artikelen 53 tot en met 60 van de Gemeentewet worden nadere regels gegeven voor o.a. tijdstip, beslotenheid, geheimhouding en quorum. Paragraaf 3:

Artikel 27

Dit artikel vormt de grondslag voor een tegemoetkoming in de kosten van de leden van het dagelijks bestuur. Of leden van het dagelijks bestuur aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten wordt bepaald door het algemeen bestuur. Paragraaf 4: BevoegdhedenArtikel 28In dit artikel worden de bevoegdheden van het dagelijks bestuur limitatief omschreven. Artikel 29Dit artikel vormt de grondslag voor delegatie van bevoegdheden van het algemeen bestuur naar het dagelijks bestuur. Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht is delegatie naar ambtenaren die onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan werkzaam zijn niet toegestaan. Artikel 30In dit artikel wordt een omgekeerde informatieverplichting geformuleerd: van de raden van de deelnemende gemeenten richting het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband. Artikel 31De ondertekening van stukken van het dagelijks bestuur kan door het dagelijks bestuur worden gemandateerd aan één of meer ambtenaren werkzaam voor het samenwerkingsverband. Hoofdstuk VI – VoorzitterParagraaf 1 en Paragraaf 2: Algemene bepalingen en BevoegdhedenArtikel 32, 33 en 34Het samenwerkingsverband wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door een voorzitter. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur gekozen. De voorzitter leidt de vergadering van het algemeen en het dagelijks bestuur. De voorzitter kan zijn vertegenwoordigingsbevoegdheden opdragen aan een ander lid van het bestuur of aan één of meer ambtenaren. Hoofdstuk VII – De organisatieParagraaf 1: Organisatie en personeelArtikel 35Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van de organisatiestructuur en de personeelsformatie. Voor de ondersteuning van het samenwerkingsverband kan gebruik worden gemaakt van personeel. Het personeel is rechtspositioneel in dienst bij het samenwerkingsverband en volgt de rechtspositieregeling van de gemeente Eemsmond, tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt. Paragraaf 2: Financiële administratieArtikel 36Voor de financiële administratie en de controle daarop dient het algemeen bestuur een verordening vast te stellen. Paragraaf 3: ArchiefArtikel 37Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het archief van het samenwerkingsverband. Hoofdstuk VIII – Bijdragen, begroting en rekeningParagraaf 1: BijdragenArtikel 38Als particulieren of bedrijven afvalstoffen afgeven aan het Vuilverwerkingsbedrijf dient daarvoor een tarief betaald te worden. Het gaat in deze gevallen om het genot van door of vanwege het samenwerkingsverband verstrekte diensten. Op grond van art. 229, lid 1 onder b Gemeentewet, kunnen hiervoor ‘rechten’ worden geheven. De bevoegdheid van het algemeen bestuur voor het vaststellen van een verordening voor het heffen van dergelijke ‘rechten’ wordt in artikel 44 gegeven. Bij ‘overige inkomsten’ kan gedacht worden aan rentevergoedingen. Het jaarlijks te verwachten exploitatietekort wordt aangezuiverd door de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Artikel 39Per categorie ‘verwijdering’ wordt het exploitatietekort bepaald. De benodigde bijdragen van de deelnemende gemeenten worden vervolgens bepaald naar rato van de door de gemeenten aangevoerde hoeveelheden afvalstoffen per categorie. De begrootte bijdragen worden op voorschotbasis geïncasseerd. Voor de Milieustraat geldt dat het nadelig saldo wordt verdeeld op basis van aangeleverde tonnage door particulieren tegen gereduceerd tarief naar gemeente van herkomst. Voor KCA geldt dat het nadelig saldo wordt verdeeld op basis van geclaimde uren door de gemeenten voor de inzet van de chemokar inclusief bemensing. Voor Storten geldt dat het nadelig saldo wordt verdeeld naar rato van de som van de vorige categorieën. Artikel 40Na vaststelling van de rekening worden de reeds geïncasseerde bijdragen van de deelnemende gemeenten verrekend met de daadwerkelijk benodigde bijdragen. Artikel 41In de voorgaande regeling werd vermeld dat een voordelig saldo wordt toegevoegd aan de bedrijfsreserves. In het bestaan van het Vuilverwerkingsbedrijf is er nog nooit sprake geweest van een voordelig saldo en daarom beschikt het Vuilverwerkingsbedrijf ook niet over een bedrijfsreserve. Het wordt doelmatiger geacht wanneer in een voorkomend geval het algemeen bestuur besluit over de bestemming van een voordelig saldo. In het geval dat het algemeen bestuur besluit dat het voordelig saldo wordt omgeslagen over de deelnemende gemeenten wordt de verhouding aangegeven in het tweede lid. Artikel 42Dit artikel is opgenomen voor het geval dat een van de deelnemende gemeenten bijzondere diensten voor het samenwerkingsverband verricht. De diensten moeten worden verricht in opdracht van het algemeen bestuur. Door opdrachtverlening zal het algemeen bestuur eveneens kunnen besluiten over de hoogte van de vergoeding. Artikel 43Dit artikel vormt de grondslag voor de bevoegdheid van het algemeen bestuur voor het vaststellen van een verordening voor de heffing en de invordering van afvalverwerkingrecht. Paragraaf vier van hoofdstuk XV van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard. Hierdoor zijn de regels van de Invorderingswet 1990 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing op de heffing en invordering van de afvalverwerkingsrechten. Paragraaf 2: BegrotingArtikelen 44 en 45In deze artikelen worden de bepalingen uit de Wet voor alle duidelijkheid overgenomen in de regeling. De -vroege- termijn van 15 juli is gekozen omdat de gemeentelijke bijdragen verplichte uitgaven zijn en dus in de gemeentelijke begroting voor hetzelfde begrotingsjaar dienen te worden opgenomen. De gemeentelijke begroting wordt in ieder geval voor 15 november door de gemeenteraad vastgesteld. Paragraaf 3: RekeningArtikel 46In dit artikel wordt de bepaling uit de Wet voor alle duidelijkheid overgenomen in de regeling. De termijn is gekozen zodat de uiteindelijke kosten van samenwerking kunnen worden verwerkt in de gemeentelijke rekeningen. Hoofdstuk IX – GeschillenArtikel 47 en 48Deze artikelen regelen het gebruik en de samenstelling van een geschillencommissie alvorens een geschil zal worden voorgelegd aan Gedeputeerde staten. Ook is aangegeven hoe om te gaan met verzoekschriften. Hoofdstuk X – Toetreding, wijziging, uittreding en opheffing Paragraaf 1: ToetredingArtikel 49Dit artikel regelt de mogelijkheid dat een gemeente toetreedt aan het samenwerkingsverband. Alle raden van de deelnemende gemeenten zullen met de toetreding en haar gevolgen moeten instemmen. Paragraaf 2: UittredingArtikel 50Een deelnemende gemeente kan besluiten tot uittreding onder goedkeuring van alle deelnemende gemeenteraden. Gelet op de ingrijpende gevolgen van een dergelijk besluit voor het samenwerkingsverband is een ruime termijn opgenomen voordat de uittreding daadwerkelijk kan plaatsvinden. Het algemeen bestuur regelt de (financiële) gevolgen van de uittreding. Paragraaf 3: WijzigingArtikel 51In dit artikel wordt de procedure omschreven voor het wijzigen van deze regeling. Voor een wijziging is goedkeuring nodig van het algemeen bestuur en alle raden van de deelnemende gemeenten. Paragraaf 4: OpheffingArtikel 52De regeling kan worden opgeheven wanneer alle raden van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten. Het algemeen bestuur regelt de (financiële) gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Het openbaar lichaam blijft, ook na ontbinding, op basis van de Wet (artikel 9 lid 3) voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Artikel 53Op basis van de Wet moet een gemeentebestuur worden aangewezen die zorg draagt voor toezending van (de wijziging of opheffing van) de regeling aan Gedeputeerde staten. In deze regeling wordt het gemeentebestuur van de gemeente Eemsmond aangewezen als instantie die verantwoordelijk is voor deze toezending. In de praktijk zal toezending plaats kunnen vinden door het samenwerkingsverband zelf. Hoofdstuk XI – SlotbepalingenArtikel 55In dit artikel wordt bepaald dat in gevallen waarin deze regeling niet voorziet het algemeen bestuur zal moeten besluiten. De Gemeentewet is daarbij van overeenkomstige toepassing. Artikel 54, 56Deze artikelen bevatten bepalingen over de inwerkingtreding, de termijn en de naam van de regeling. HOOFDSTUK I – Begrips- en interpretatiebepalingen HOOFDSTUK II – Het samenwerkingsverband HOOFDSTUK III – Belangen, bevoegdheden en taken van het samenwerkingsverband HOOFDSTUK IV – Algemeen bestuur Paragraaf 1: De samenstelling Paragraaf 2: De werkwijze Paragraaf 3:

Paragraaf 4: Informatie en verantwoording HOOFDSTUK V – Dagelijks bestuur Paragraaf 1: De samenstelling Paragraaf 2: De werkwijze Paragraaf 3:

Paragraaf 4: Bevoegdheden HOOFDSTUK VI – Voorzitter Paragraaf 1: Algemene bepalingen Paragraaf 2: Bevoegdheden HOOFDSTUK VII – De organisatie Paragraaf 1: Organisatie en personeel Paragraaf 2: Financiële administratie Paragraaf 3: Archief HOOFDSTUK VIII – Bijdragen, begroting en rekening Paragraaf 1: Bijdragen Paragraaf 2: Begroting Paragraaf 3: Rekening HOOFDSTUK IX – Geschillen HOOFDSTUK X – Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Paragraaf 1: Toetreding Paragraaf 2: Uittreding Paragraaf 3: Wijziging Paragraaf 4: Opheffing HOOFDSTUK XI – Slotbepalingen Bijlage

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.