Beleidsregel Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Besluiten: A vast te stellen de volgende regeling: beleidsregel Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011. Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities 1. Archeologische monumentenkaart : een kaart waarop de gemeenteraad de in de bodem aanwezige archeologische monumenten als bedoeld in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 heeft vastgelegd. 2. Archeologische verwachtingenkaart : een kaart waarop de gemeenteraad de gebieden heeft vastgelegd waarin de in de bodem te verwachten archeologische monumenten als bedoeld in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 mogelijk gelegen zijn. 3. Archeologische beleidskaart : een kaart met een ruimtelijke presentatie van het te voeren gemeentelijk archeologiebeleid. Op deze kaart heeft de gemeenteraad aan de in de bodem aanwezige archeologische monumenten en de gebieden met de te verwachten archeologische monumenten een specifiek beleid gekoppeld over de wijze waarop zij wil omgaan met haar zorgplicht ten aanzien van archeologische waarden in haar gebied, aangevuld met verdergaande bepalingen ten aanzien van de bescherming van deze waarden. 4. Bureauonderzoek : het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen over landschappelijke gegevens en bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied, resulterend in een archeologische monumenten- en verwachtingenkaart. En/ofhet verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen over landschappelijke gegevens en bekende cultuurhistorische waarden binnen een omschreven gebied, resulterend in een cultuurhistorische waardenkaart. 5. Cultuurhistorische waardenkaart : een kaart waarop de gemeenteraad de in de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden heeft aangegeven met betrekking tot het (steden)bouwkundig erfgoed, het historisch-geografisch erfgoed en de historische groenwaarden. 6. Cultuurhistorische beleidskaart: een kaart waarop de gemeenteraad aan de in de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden met betrekking tot het (steden)bouwkundig erfgoed, het historisch-geografisch erfgoed en de historische groenwaarden specifiek beleid heeft gekoppeld. 7. Gemeentelijke Archeologiekaart : hieronder wordt de combinatie verstaan van een archeologische monumenten- en verwachtingenkaart en een archeologische beleidskaart . 8. Gemeentelijke Cultuurhistoriekaart : hieronder wordt de combinatie verstaan van een cultuurhistorische waardenkaart en een cultuurhistorische beleidskaart . 9. Gemeentelijke Erfgoedkaart : hieronder wordt de combinatie verstaan van een gemeentelijke archeologiekaart , en een gemeentelijke cultuurhistoriekaart . 10. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie : de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) bevat alle eisen waaraan archeologisch onderzoek minimaal moet voldoen. De KNA is ontwikkeld in samenwerking met het archeologische veld en stelt eisen aan zowel de uitvoerders als aan de overheid en geldt als de volgens de beroepsgroep geldende norm . De KNA wordt vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie. 11. Onroerend erfgoed: Historische gebouwen (waaronder industriële gebouwen, kerken, molens, en kastelen), stads- en dorpsgezichten, historisch geografische landschappen, groenstructuren en archeologische monumenten. Erfgoed van provinciaal belang staat op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant en de daarin opgenomen Archeologische Monumenten Kaart. Gemeentelijke (erfgoed) monumenten worden geacht te allen tijde deel uit te maken van de gemeentelijke erfgoedkaart en/of archeologiekaart en/of cultuurhistoriekaart . 12. Veldonderzoek : het verwerven van informatie, door middel van onderzoek in het landschap zelf over landschappelijke en bodemkundige gegevens en bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied, resulterend in een archeologische monumenten- en verwachtingenkaart. En/ofhet verwerven van informatie, door middel van onderzoek in het landschap zelf over onroerend erfgoed binnen een omschreven gebied, resulterend in een cultuurhistorische waardenkaart. 13. Rijksdriehoekstelsel : stelsel van de Rijksdriehoekmeting. Coördinaten in dit stelsel (ook wel: RD-coördinaten) zijn de coördinaten op nationaal niveau die worden gebruikt als de grondslag voor geografische aanduidingen en bestanden. Artikel 2 Doelgroep Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: colleges van Burgemeester en Wethouders van gemeenten gelegen in de provincie Noord-Brabant; het Regiobureau Breda, het Monumentenhuis Brabant (Stichting Behoud Monumenten Brabant) én het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) als deze namens decolleges van Burgemeester en Wethouders van gemeenten aanvrager zijn. Artikel 3 Aanvraagprocedure De volgende worden gehanteerd: 1 maart 2009: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. 1 mei 2009: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. 1 november 2009: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. 1 april 2010: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. 1 november 2010: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. 1 april 2011: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start na deze datum en waarvan de kosten per kalenderjaar staan aangegeven. Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een, door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Artikel 4 Besluitvormingstermijn Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 8 weken na indiening van de aanvraag. Artikel 5 Prioriteiten Bij het bereiken van het subsidieplafond worden in de volgende volgorde van belangrijkheid prioriteiten gesteld: Gemeenten die gezamenlijk een gemeentelijke erfgoedkaart laten maken; Gemeenten die reeds in het bezit van een gemeentelijke archeologiekaart zijn en die aanvullend een gemeentelijke cultuurhistoriekaart laten maken om tot een gemeentelijke erfgoedkaart te komen; Gemeenten die reeds zelf vóór 1 februari 2009 een gemeentelijke archeologiekaart hebben laten maken, maar waarvan het onderdeel veldonderzoek (nog) niet is uitgevoerd. Zij kunnen voor dit onderdeel maximaal € 5000,00 subsidie krijgen. Gemeenten die een gemeentelijke erfgoedkaart laten maken; Gemeenten die gezamenlijk een gemeentelijke archeologiekaart laten maken; Gemeenten die een gezamenlijke gemeentelijke cultuurhistoriekaart laten maken; Gemeenten die een gemeentelijke archeologiekaart laten maken; Gemeenten die een gemeentelijke cultuurhistoriekaart laten maken. Hoofdstuk 2: GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGIEKAART Artikel 6 Doel Het stimuleren van de totstandkoming van gemeentelijke archeologiekaarten in analoge en digitale vorm in gemeenten waar Burgemeester en Wethouders expliciet het voornemen hebben geuit deze door de gemeenteraad te laten vaststellen. De kaarten dienen tenminste het gehele grondgebied van een gemeente te omvatten. Artikel 7 Subsidiabele activiteiten Voor gemeentelijke archeologiekaarten zijn alleen die activiteiten subsidiabel die worden uitgevoerd door een archeologisch bedrijf dat werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie of door een gemeentelijke archeologische dienst die werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en die de kaart voor een andere gemeente maakt waarmee hij een officieel samenwerkingsverband heeft. Artikel 8 Subsidiabele kosten Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking, die direct verband houden met de realisering van gemeentelijke archeologiekaarten. Het te verlenen subsidiebedrag bedraagt per gemeente per aanvraag maximaal 75% van de vast te stellen subsidiabele kosten met een maximum subsidiebedrag per aanvraag van € 25.000,00. Voor gemeenten die gezamenlijk een gemeentelijke archeologiekaart laten maken bedraagt het te verlenen subsidiebedrag nooit meer dan de werkelijk te maken kosten met een maximum van € 25.000,00 per gemeente. Gemeenten die reeds zelf vóór 1 februari 2009 een gemeentelijke archeologiekaart hebben laten maken, maar waarvan het onderdeel veldonderzoek (nog) niet is uitgevoerd kunnen voor dit onderdeel maximaal € 5.000,00 subsidie krijgen. Artikel 9 Subsidiecriteria 1 Voor het bureauonderzoek dient minimaal gebruik te worden gemaakt van de volgende bronnen: ARCHIS-database, Centraal Archeologisch Archief en Centraal Monumenten Archief; Geologische kaart 1:50.000 (TNO); Bodemkaart 1:10.000, indien niet beschikbaar de bodemkaart 1:25.000, indien niet beschikbaar de bodemkaart 1:50.000 landelijk (DLG-Zuid, Alterra); Geomorfologische kaart 1:50.000 (Alterra); Grondwatertrappenkaart 1:10.000, indien niet beschikbaar grondwatertrappenkaart 1:25.000, indien niet beschikbaar grondwatertrappenkaart 1:50.000 landelijk (DLG-Zuid, Alterra); Actueel Hoogtebestand Nederland (Servicedesk geo-informatie, RijksWaterStaat, Adviesdienst Geoinformatie http://www.geo-loket.n/); Paleogeografische kaarten rivierengebied voor gemeenten gelegen in het rivierengebied (Stouthamer en Berendsen); Ontgrondingenkaart (Provincie Noord-Brabant); Atlas van Historische Vestingwerken in Nederland, deel Noord-Brabant; Alle archeologische onderzoeksrapporten (bureauonderzoek, archeologische inventariserende onderzoeken, opgravingrapporten, etc.) die via de Koninklijke Bibliotheek ontsloten zijn; Informatie die aanwezig is bij Heemkundekringen en organisaties van amateurarcheologen. Hiervoor dienen alle locale Heemkundekringen en organisaties van amateurarcheologen in de desbetreffende gemeente(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.