VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2011(Verordening begraafrechten 2011)De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van het college 2 november 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellende volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2011 (Verordening begraafrechten 2011) De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van het college 2 november 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellende volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2011 (Verordening begraafrechten 2011) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: “begraafplaatsen”: de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerklaan te Katwijk aan den Rijn, de gemeentelijke begraafplaats Blekerij te Katwijk aan den Rijn en het algemeen gedeelte van de begraafplaats Duinrust te Katwijk aan Zee alsmede de algemene begraafplaats aan de Ringweg te Valkenburg; “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Katwijk”: de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Katwijk 2010; “eigen graf”: een (zand)graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om daarin: - hetdoen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; “algemeen graf”: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten; “eigen urnengraf”: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; “eigen urnen-nis”: een nis waarvoor waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; “asbus”: een bus ter berging van as van een overledene; “urn”: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; “voorwerpen”: al hetgeen op een graf, urnenkelder of urnen-nis geplaatst is, met uitzondering van beplantingen, urnen of asbussen. Artikel2Aard van de heffing en belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Tarieven en maatstaven van heffing 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de tweede helft van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor de helft verschuldigd. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het opgraven van een lijk of een asbus op rechterlijk gezag. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de begraafrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begraafrechten. Artikel13Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.