Nadere regeling stimulering kleinschalige doorstromingsmaatregelen Openbaar Vervoer 2009-2013Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op: Overwegende dat: Besluiten vast te stellen de: Nadere regeling stimulering kleinschalige doorstromingsmaatregelen Openbaar Vervoer 2009-2013. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Artikel 1. Begripsomschrijvingen. 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; ASV: Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant 2006; Subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb te weten: de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; d. Subsidieplafond: bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb te weten: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift; Maatregelenplan: overeenkomstig artikel 4:62 Awb door de aanvrager in te diennen plan met maatregelen inhoudende onder andere een gedetailleerd overzicht van de door de aanvrager beoogde kleinschalige infrastructurele doorstromingsmaatregelen en de daarmee nagestreefde doelstelling(en), zoveel mogelijk uitgedrukt in meetbare prestaties; Begroting: door de aanvrager in te dienen gedetailleerde begroting zoals bedoeld in artikel 4:63 Awb inhoudende onder andere een overzicht van de – geraamde – inkomsten en uitgaven die met de in het maatregelenplan opgenomen kleinschalige infrastructurele doorstromingsmaatregelen zijn gemoeid. Artikel 2. Doelstelling. De Nadere regeling stimulering kleinschalige doorstromingsmaatregelen Openbaar Vervoer 2009-2013 heeft als doel het stimuleren van kleinschalige infrastucturele maatregelen die bijdragen aan een aantoonbare verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer. Artikel 3. Doelgroep. 1 Subsidies worden alleen verstrekt aan wegbeheerders; 2 Wegbeheerders zijn publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van het rijk, of privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen; 3 De in het tweede lid bedoelde privaatrechtelijke rechtspersonen overleggen op verzoek van Gedeputeerde Staten een bewijs van rechtspersoonlijkheid. Artikel 4. Subsidieplafond. 1 Gedeputeerde Staten stellen eenmalig, voor de gehele periode dat de regeling werkzaam is, een subsidieplafond vast; 2 Bij de vaststelling van het subsidieplafond wordt aangegeven welk bedrag jaarlijks beschikbaar is; 3 Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de verdeling van de voor een enkel jaar beschikbare subsidie. Artikel 5. Algemene weigeringsgronden. 1 Geen subsidie wordt verleend voor infrastructurele maatregelen die samenhangen met het op enigerlei wijze nastreven van een direct of indirect commercieel belang of commerciële baat. 2 Onverminderd hetgeen is gesteld in artikel 6 van de ASV kan subsidieverlening dan wel subsidievaststelling zonder dat een subsidieverlening is vooraf gegaan, naast de in de artikelen 4:25 Awb en 4:35 Awb geregelde gevallen, in ieder geval ook geweigerd worden indien de subsidieverstrekking wordt aangevraagd voor infrastructurele maatregelen die niet passen binnen het algemeen gevoerde verkeersveiligheidbeleid of daar strijdig mee zijn. Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking, algemeen. Artikel 6. Algemene criteria. 1 Onder kleinschalige infrastructurele maatregelen die bijdragen aan een aantoonbare verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer worden eenvoudige infrastructurele maatregelen verstaan: waarvoor subsidiëring van de kosten via de regionale maatregelenpakketten onmogelijk of onwenselijk is en die door de vervoerder, die ter plaatse het openbaar vervoer verzorgt, ten behoeve van de verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer zijn aanbevolen. Artikel 7. Subsidiabele activiteiten. 1 Subsidie wordt als incidentele subsidie verleend voor het treffen van kleinschalige infrastructurele doorstromingsmaatregelen die: zijn gericht op een aantoonbare verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer; er voor zorgen dat in de spitsperiode minimaal twee busritten rijtijdvoordeel verkrijgen; het bedrag van € 10.000 aan subsidie niet te boven gaan; onmogelijk of onwenselijk via regionale maatregelenpakketten gesubsidieerd kunnen worden en ten behoeve van de verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer, door de vervoerder die ter plaatse het openbaar vervoer verzorgt, zijn aanbevolen. Artikel 8. Subsidiabele kosten. 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 6 kunnen alle kosten voor subsidiëring in aanmerking komen behoudens: de kosten voor structureel beheer en onderhoud; algemene bestuurslasten zoals bestaande ambtenarensalarissen, overheadkosten en kantoorinventaris; toezichtkosten; de kosten die op reguliere wijze gefinancierd kunnen worden; de kosten voor verplichtingen die de looptijd van het realiseren van de doorstromingsmaatregelen overschrijden; de kosten voor activiteiten die onder de reguliere activiteiten van de subsidieverkrijgers vallen; verrekenbare of compensabele BTW zoals bedoeld in artikel 13 ASV. 2 Organisaties waarmee de provincie een budgetsubsidie-relatie onderhoudt en die een beroep doen op subsidie voor een additioneel project, kunnen geen uren opvoeren voor cofinanciering, tenzij de uren aantoonbaar additioneel zijn ten opzichte van de activiteiten die in het kader van de budgetsubsidie worden verricht. Artikel 9. Verplichtingen aanvraag. 1 Een subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: De aanvraag wordt tijdig, volledig en juist ingediend waarbij tijdig in ieder geval inhoudt dat de aanvraag voorafgaand aan de aanvang van het realiseren van de doorstromingsmaatregelen ingediend dient te worden; De aanvraag heeft betrekking op een incidentele subsidie zoals bedoeld in artikel 33 ASV; De looptijd van de uitvoering van de te treffen infrastructurele maatregel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.