← Nederland

Subsidieverordening gemeente bronckhorst (Bronckhorst)

Subsidieverordening gemeente bronckhorstSUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE BRONCKHORSTDe raad van de gemeente Bronckhorst, gelet op- artikel 149 van de Gemeentewet- titel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht,besluit:I. In te trekken de subsidieverordening Bronckhorst, 23 november 2006/8II. vast te stellen de “Subsidieverordening gemeente Bronckhorst” mei 2009 Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen • Awb: Algemene wet bestuursrecht. • raad: de raad van de gemeente Bronckhorst. • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst. • organisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of stichting die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten op sociaal-maatschappelijk gebied. • subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen of diensten. • subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor bepaalde activiteiten. • uitvoeringsregel: een bij besluit door het college vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, waarin in operationele zin het subsidiebeleid wordt uitgewerkt. • professionele organisatie: non profitorganisatie met één of meer betaalde beroepskrachten op organisatiestructuur, een betaalde directie en/of een professioneel bestuur • verenigingen en vrijwilligersorganisaties: een organisatie waarvan het bestuur volledig draait op vrijwilligers en er geen professionele ondersteuning is in de vorm van een (betaalde) directie dan wel zonder betaalde beroepskrachten (op organisatiestructuur) Artikel2Reikwijdte subsidieverordening 1Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente Bronckhorst gesubsidieerde organisaties die ruimte voor activiteiten aanbieden in Bronckhorst of ten behoeve van inwoners van Bronckhorst, op de gebieden zoals genoemd in de door burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsregels behorende bij deze subsidieverordening De organisaties moeten statutair gevestigd zijn in de gemeente Bronckhorst. 2Het college kan bepalen dat deze verordening ook van toepassing is voor subsidies op andere dan in het eerste lid genoemde terreinen. 3Voor subsidies voor gemeentelijke monumenten is deze verordening niet van toepassing. Artikel3Bevoegdheden raad en college 1De raad stelt jaarlijks via de gemeentebegroting de budgetten vast die voor subsidiëring beschikbaar zijn. Deze vormen tevens de subsidieplafonds. 2Het college kan binnen begrotingsposten voor specifieke clusters van vergelijkbare organisaties eveneens subsidieplafonds vaststellen. 3Het college kan uitvoeringsregels vaststellen ter uitvoering van het subsidiebeleid binnen de door de raad vastgelegde beleidskaders. 4Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en vaststelling van subsidies, alsmede tot intrekking of wijziging daarvan. 5Het college draagt actief zorg voor de informatie aan de raad over het gevoerde subsidiebeleid. Artikel4Rechtspersoonlijkheid 1Activiteiten worden slechts gesubsidieerd voor zover deze worden georganiseerd door rechtspersonen opgericht bij notariële akte en zonder winstoogmerk. 2In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend aan anderen dan in het eerste lid bedoeld. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn dan zoveel mogelijk van toepassing. Artikel5Algemene voorwaarden 1De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten blijken. 2De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan onderzoeken die het college in het kader van de subsidiëring nodig acht. De medewerking strekt zover als redelijkerwijs mogelijk is. 3De subsidieontvanger is verplicht de bezittingen, het personeel en de bij de activiteiten betrokken vrijwilligers te verzekeren tegen schade en het risico van wettelijke aansprakelijkheid. Artikel6 1De subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte van het voornemen tot ontbinden van de rechtspersoon of van zijn faillissement, dan wel het voornemen tot het doen van aangifte daartoe of het aanvragen van surséance van betaling. 2Bij ontbinding of faillissement van een subsidieontvanger moeten de aanwezige middelen die met subsidiegelden zijn opgebouwd terstond worden terugbetaald. Artikel7 1Gesubsidieerde organisaties zijn zodanig georganiseerd, dat het personeel en de vrijwilligers, evenals degenen ten behoeve waarvan activiteiten worden georganiseerd, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de organisatie. 2Behalve voor zover er sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit, dienen de activiteiten van de organisatie zonder onderscheid open te staan voor iedereen. 3De activiteiten van een organisatie mogen in generlei opzicht strijdig zijn met de ingevolge de Grondwet en internationale verdragen erkende rechten van de mens. 4Activiteiten van godsdienstige of politieke aard worden niet gesubsidieerd. 5Waar activiteiten door gesubsidieerde organisaties worden uitgevoerd in accommodaties moeten deze mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar te zijn voor lichamelijk gehandicapten, rekening houdend met wat redelijk moet worden geacht. Artikel8Eerste subsidieaanvraag, eigen bijdragen 1Bij een eerste subsidieaanvraag moeten de volgende stukken worden overgelegd: een activiteitenplan en begroting; voor prestatiesubsidies zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening, een opgave van het eigen vermogen per 1 januari voorafgaand aan het subsidiejaar; de notarieel vastgelegde statuten van de organisatie; een opgave van de bestuurssamenstelling; een opgave van de met de organisatie gelieerde rechtspersonen; alle andere informatie die het college nodig acht voor een goede beoordeling van de aanvraag. 2Indien zich in de periode van subsidiëring wijzigingen voordoen ten aanzien van statuten, bestuurssamenstelling of gelieerde rechtspersonen, dient bij een vervolgaanvraag het college hiervan in kennis te worden gesteld. 3Een subsidieaanvrager dient in zijn begroting altijd rekening te houden met een redelijke eigen financiële bijdrage van leden c.q. deelnemers. Het college kan hierover nadere voorschriften geven. Artikel9Eigen vermogen 1Voor prestatiesubsidies kunnen burgemeester en wethouders voorschriften in de beschikking tot subsdieverlening opnemen over de hoogte van een (te vormen) eigen vermogen. 2Het college is bevoegd om bij budgetsubsidiëring - na overleg met de subsidieaanvrager - een specifieke op die organisatie geënte regeling ten aanzien van het eigen vermogen te treffen. 3Aan waarderingssubsidies verbindt het college geen voorschriften over een eigen vermogen Artikel10Betalingen 1Het college is bevoegd voorschotten op de verleende subsidie te verstrekken. 2Bij een subsidie beneden € 10.000,00 wordt het bedrag in de eerste maand van het subsidiejaar in zijn geheel uitbetaald. 3Bij een subsidie boven € 10.000,00 wordt het in twee gelijke termijnen uitgekeerd, te weten in de eerste en de zevende maand van het subsidiejaar. 4Het college is bevoegd om bij beschikking tot een ander betalingsritme te besluiten, eventueel op verzoek van de subsidieontvanger. 5Als een organisatie verplicht is subsidiegelden terug te betalen moet dit gebeuren binnen een maand na dagtekening van de beschikking, tenzij door het college een andere termijn wordt vastgesteld. Bij latere terugbetaling worden invorderingskosten in rekening gebracht. Artikel11Accountantsverklaring 1Bij een subsidiebedrag hoger dan € 10.000 is een organisatie verplicht om uiterlijk 1 mei na afloop van het subsidiejaar een verklaring in te dienen van een daartoe bevoegde accountant. 2Bij budgetsubsidiëring moet deze verklaring tevens betrekking hebben op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen, in het bijzonder van de geleverde prestaties, een en ander na overleg hierover van het college met de subsidieontvanger. Artikel12Weigering en korting 1Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en 4:35 Awb geregelde gevallen, worden geweigerd indien naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Bronckhorst; de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; subsidieverstrekking niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. 2Als een subsidieaanvraag niet tijdig of op de datum waarop de aanvraag compleet ingediend had moeten zijn, niet comleet is ingediend, hanteert het college een kortingspercentage dat als volgt is opgebouwd: 20 procent als men één dag tot twee weken te laat is en vervolgens 20 procent voor elke week dat de subsidieaanvraag later dan de eerste twee weken na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een aanvraag is ingediend. Subsidieaanvragen die ingediend worden als het subsidie na toepassing van het kortingspercentage nihil zou zijn, neemt het college niet meer in behandeling. 3Als een inhoudelijke of financiële verantwoording niet tijdig of niet volledig is ingediend, geldt het bepaalde in lid 2 van dit artikel onverkort. Artikel13Subsidiesoorten 1De gemeente Bronckhorst kent een aantal verschillende subsidiesoorten die in de volgende hoofdstukken van deze verordening worden genoemd. Het college bepaalt welke subsidiesoort van toepassing is op een specifieke aanvraag. 2Structurele subsidies, zoals bedoeld in de hoofdstukken 2 t/m 4, kunnen worden toegekend via jaarlijkse beschikkingen dan wel via meerjarige beschikkingen. 3Bij meerjarige beschikkingen kan het college besluiten om, voorafgaand aan een nieuw subsidiejaar, de beschikking te wijzigen indien zij van oordeel is dat de toestand van de gemeentefinanciën dit vereist. 4Prestatiesubsidies worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5Salarisverhogingen voor personeel in dienst van professionele organisaties worden, overeenkomstig de van toepassing zijnde CAO, gecompenseerd. 6Waarderingssubsidies worden eens in de vier jaar herijkt. Hoofdstuk2PRESTATIESUBSIDIE Artikel14Begripsbepalingen Een prestatiesubsidie is een subsidie die wordt toegekend aan een professionele organisatie en waaraan meetbare activiteiten en/of prestaties worden gekoppeld. Ter uitvoering van een beschikking tot verlening van een prestatiesubsidie kan een overeenkomst worden gesloten. Artikel15Subsidieaanvraag 1Een subsidieaanvraag moet bij het college worden ingediend vóór 1 mei van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds een beschikking is afgegeven. 2Het college kan bij een seizoensgebonden instelling besluiten tot een afwijkende indieningstermijn ten aanzien van de aanvraag en de verantwoording. 3Bij een aanvraag wordt gevoegd: een activiteitenplan en een begroting. 4Het activiteitenplan dient een vertaling te bevatten van de activiteiten in meetbare prestaties en beoogde effecten. Artikel16Prestatieoverleg 1Het college treedt in overleg met de organisatie om tot overeenstemming te komen over de activiteiten, prestaties en de beoogde effecten, de overige subsidievoorwaarden en de door de gemeente ter beschikking te stellen middelen. 2Leidt dit niet tot overeenstemming dan maakt het college in de subsidiebeschikking melding van de afwijkende opvatting van de instelling en geeft zij aan waarom die opvatting niet wordt gedeeld. Artikel17Subsidieverlening 1De beschikking tot subsidieverlening wordt meegedeeld uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 2In de beschikking wordt meegedeeld welk bedrag ter beschikking wordt gesteld, voor welke periode, voor welke activiteiten en/of prestaties c.q. beoogde effecten, en op basis waarvan achteraf de definitieve vaststelling van de subsidie zal geschieden. Artikel18Tussentijdse rapportage 1Het college kan voor individuele organisaties nadere regels stellen over de aard en de frequentie van tussentijdse rapportages. Artikel19Verantwoording en vaststelling 1Na afloop van het subsidiejaar moet de organisatie voor 1 mei een inhoudelijk jaarverslag indienen, waarin adequate informatie wordt gegeven over alle elementen die in de overeenkomst c.q. beschikking worden genoemd. 2Tevens wordt een financieel jaarverslag ingediend en een balans per 31 december van het subsidiejaar. 3De subsidievaststelling geschiedt op basis van wat hierover is opgenomen in de beschikking c.q. aan de subsidiebeschikking gerelateerde uitvoeringsovereenkomst. 4De vaststelling vindt plaats uiterlijk vier maanden na indiening van de hiervoor genoemde stukken. Hoofdstuk3WAARDERINGSSUBSIDIE Artikel20Begripsbepaling Een waarderingssubsidie heeft als doel de instandhouding van de organisatie gelet, op de sociaal-maatschappelijke functie en het belang dat door het college aan de inhoud van de activiteiten wordt gehecht. De subsidie wordt gekoppeld aan specifieke kengetallen, op basis waarvan vooraf de hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend. Ook kan voor het geheel of voor bepaalde onderdelen een vast bedrag worden bepaald. Artikel21Subsidieaanvraag Een subsidieaanvraag moet op het daarvoor vastgestelde formulier bij het college worden ingediend vóór 1 mei van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds een beschikking is afgegeven. Artikel22Subsidievaststelling 1De beschikking tot subsidievaststelling wordt meegedeeld uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 2Indien voor een meerjarige periode een beschikking wordt afgegeven wordt hierin aangegeven op grond waarvan tussentijds de beschikking kan worden bijgesteld, naast wat hierover reeds is geregeld in artikel 13. Hoofdstuk4INCIDENTELE SUBSIDIE Artikel23Begripsbepaling 1Incidentele subsidies zijn subsidies voor éénmalige activiteiten en/of voor activiteiten die gedurende het jaar bedacht worden Een en ander voor zover hiervoor door het college uitvoeringsregels zijn vastgelegd. 2Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks verband houden met de hiervoor genoemde bestemmingen. Kosten voor verteer en vertier zijn niet subsidiabel. Artikel24Subsidieaanvraag 1De subsidieaanvraag moet worden ingediend ten minste twaalf weken voor de start van de activiteit. 2De aanvraag bevat een adequate motivering en beschrijving van de activiteit, evenals een hierop betrekking hebbende begroting. Artikel25Subsidieverlening en -vaststelling 1Binnen acht weken na indiening van de aanvraag neemt het college hierover een beslissing. 2De subsidie kan worden verstrekt als een vast bedrag of als een garantiesubsidie. 3Na toekenning wordt de vastgestelde subsidie, geen garantiesubsidie zijnde, in zijn geheel verstrekt. 4Bij een garantiesubsidie geldt het bepaalde in artikel 26 lid 2. Artikel26Verantwoording 1Binnen twaalf weken na afloop van de activiteit dient de aanvrager bij het college een inhoudelijk en financieel verslag in. 2Bij een garantiesubsidie wordt binnen acht weken na indiening van het inhoudelijk en financieel verslag de subsidie definitief door het college vastgesteld. Hoofdstuk5SLOTBEPALINGEN Artikel27Ontheffing, hardheidsclausule 1Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één of meerdere verplichtingen van deze verordening. 2Indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel van deze verordening of van een uitvoeringsregel leidt tot een onbillijke situatie, dan is het college bevoegd hiervan af te wijken. 3In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel28Overgangsbepalingen 1Indien als gevolg van het van kracht worden van deze verordening en de daarbij behorende uitvoeringsregels voor individuele organisaties een verschil ontstaat ten opzichte van het subsidie 2006, in positieve of in negatieve zin, gelden de voor 2006 vastgestelde subsidiebedragen. 2Het college is bevoegd geen of een andere overgangsregeling te treffen indien eerdere besluitvorming of bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 3Verenigingen of vrijwilligersorganisaties die op grond van de subsidieverordeningen van de voormalige gemeenten niet in aanmerking kwamen voor subsidie of daar niet om hebben gevraagd, en op grond van deze subsidieverordening wel subsidie kunnen verkrijgen, geldt het bepaalde in de notitie: “subsidiëring in het overgangsjaar 2007”. Artikel29Citeertitel Deze Verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening gemeente Bronckhorst.” Artikel30Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2009. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst op 28 mei 2009de griffier, de voorzitter,G.J. Mugge H.A.J. AalderinkBijlage1Beleidsregels Subsidieverordening - beleidsregels.pdf Bijlage2Uitvoeringsregels Subsidieverordening - Uitvoeringsregel Toelichting Subsidieverordening - toelichting.pdf

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.