Regeling gelden stimulering regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid DrentheInhoud Artikel 1, Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. Regionaal werkplan verkeersveiligheid Drenthe (hierna te noemen RWV): het Regionaal beleidsplan verkeersveiligheid Drenthe 1995-2000 en het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma; b. algemene vergadering: de Algemene Vergadering van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Drenthe (hierna te noemen ROV-Drenthe); c. bestuurscollege: het dagelijks bestuur van het ROV-Drenthe als bedoeld in het RWV; d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Drenthe; e. deelnemer/belanghebbende: een overheidsorganisatie of instelling die verantwoordelijk is voor (aspecten van) de verkeersveiligheidszorg in de zin van de actie - 25% verkeersslachtoffers, die rechtstreeks of indirect is vertegenwoordigd in het ROV-Drenthe; f. verkeersveiligheidsproject: een project waarmee - gelet op de invalshoeken mens, voertuig en weg - preventieve en/of curatieve voorwaarden worden geschapen en/of voorzieningen worden getroffen voor een vergroting van de verkeersveiligheid; g. ASV: de Algemene subsidieverordening Drenthe. Artikel 2, Doel van de regeling 1. Met inachtneming van de bij deze regeling gestelde regels kunnen gedeputeerde staten aan deelnemers/belanghebbenden die daartoe een aanvraag hebben ingediend subsidie verlenen in de kosten, verbonden aan de uitvoering van verkeersveiligheidsprojecten die leiden tot een vermindering van het aantal verkeersslachtoffers. 2. Het deel van de doeluitkering van de minister van verkeer en waterstaat dat gedeputeerde staten jaarlijks willen benutten voor het stimuleren van regionale en lokale verkeersveiligheidsactiviteiten, wordt opgenomen in het RWV, dat jaarlijks op voorstel van het bestuurscollege door de algemene vergadering wordt vastgesteld en wordt bekrachtigd door gedeputeerde staten. Artikel 3, Projecten die in aanmerking komen voor subsidie Voor subsidie komen in aanmerking: a. niet-infrastructurele projecten die gericht zijn op de in het RWV genoemde landelijke en regionale speerpunten en aandachtspunten; b. kleinschalige infrastructurele projecten die niet vallen onder andere bestaande bijdrageregelingen en voldoen aan de onder artikel 4 genoemde criteria. Artikel 4, Criteria 1. De subsidieverlening inzake zowel niet-infrastructurele als infrastructurele projecten is afhankelijk van de volgende criteria: a. het verwachte effect van het project (reductie aantal slachtoffers); b. aansluiting van het project bij in het RWV genoemde speerpunten en aandachtspunten; c. de prioriteit ten opzichte van andere, soortgelijke aanvragen; d. de uitvoerbaarheid van het project; e. de sobere en doelmatige uitvoering van het project; f. voor een project kan slechts eenmalig subsidie worden verleend. 2. Voor verlening van een subsidie inzake kleinschalige infrastructurele projecten gelden bovendien de volgende criteria: a. het project past niet binnen een andere bijdrageregeling; b. niet-infrastructurele maatregelen prevaleren boven kleine infrastructurele projecten. Artikel 5, Kosten die in aanmerking komen voor subsidie 1. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van uitvoering, voorzover die bestaan uit kosten van materialen en werkzaamheden die rechtstreeks nodig zijn voor de activiteiten van de deelnemer/belanghebbende, dan wel voor het uitvoeren van de infrastructurele aanpassingen. 2. Kosten van voorbereiding, overleg, administratie, porto, telefoon en dergelijke, alsmede vaste lasten van de aanvrager(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.