Subsidieregeling slimme zorg Noord-Brabant 2009-2011Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Gelet op titel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); Gelet op de artikelen 2 en 15 van de Algemene Subsidie Verordening Provincie Noord-Brabant (Asv); Gelet op de module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling (Odr), zoals goedgekeurd door de Europese Commissie bij beschikking N 726a/2007 van 3 april 2008; Overwegende dat het uitvoeringsprogramma Slimme Zorg, onderdeel van Perspectiefrijk Brabant’, op 9 september 2008 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld (ZWC-0698); Overwegende dat publiek – private samenwerking nodig is om toekomstbestendige zorg te creлren; Overwegende dat Gedeputeerde Staten willen bevorderen dat ouderen en mensen met een chronische ziekte of andere beperking langer zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen blijven participeren in de samenleving; Overwegende dat op kleine schaal veel succesvolle ICT-toepassingen aantonen dit goed te kunnen ondersteunen, maar dat deze moeizaam voor een groot publiek van de grond komen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten in de periode 2009-2011 via deze subsidieregeling wil bijdragen aan enkele baanbrekende investeringsprojecten om te komen tot een betere benutting van succesvolle ICT-toepassingen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1 Begripsbepalingen Commerciлle onderneming: een bedrijf dat gericht is op het maken van winst; Deelnemer: organisatie die participeert in een samenwerkingsverband; Eindgebruikers: zorgvragers, mantelzorgers, vrijwilligers en hulpverleners; Grote organisatie: een organisatie waar meer dan 250 personen voltijds werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal groter is dan 43 miljoen euro; Investeringsproject: Onderzoek, ontwikkeling en innovatie met een tijdelijk karakter dat zonder subsidie niet of op beperkte schaal zou zijn uitgevoerd. Kennisinstituut: entiteit, zoals een universiteit of onderzoeksorganisatie, ongeacht haar rechtsvorm of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling en het verspreiden van de resultaten daarvan door middel van onderwijs, publicaties of technologieoverdracht; Kleine organisatie: een organisatie waar minder dan 50 personen voltijds werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt; Maatschappelijke organisatie: organisatie met een publieke functie zonder winstoogmerk; Middelgrote organisatie: een organisatie waar minder dan 250 personen voltijds werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt; Ontwikkelfase: projectmatig een implementatiemodel op proef in de praktijk toepassen met een doorlooptijd van maximaal twee jaar; Organisatie: natuurlijke persoon of rechtspersoon die doelgericht kennis, vaardigheden en kracht bundelt van drie of meer personen; Oriлntatiefase: projectmatig ontwikkelen van een gezamenlijk plan van aanpak met een doorlooptijd van maximaal ййn jaar; Penvoerder: contactpersoon die optreedt namens alle deelnemers van een samenwerkingsverband; Provincie: provincie Noord-Brabant; Samenwerkingsverband: een verband zonder rechtspersoonlijkheid, bestaande uit tenminste drie, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen die subsidie aanvraagt in het kader van deze regeling; Stichting Brainport: een samenwerkingsverband in de regio zuidoost Brabant van de zorgsector, kennisinstellingen, bedrijfsleven, zorgverzekeraars, patiлntenorganisaties en overheid dat zich richt op de bevordering van innovatie op het snijvlak van zorg en technologie. Artikel 2 Doelgroep 1 Subsidie kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband bestaande uit meerdere publieke en private organisaties. 2 Het samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid bestaat minimaal uit: een maatschappelijke organisatie, zorginstelling of medisch centrum; een kennisinstituut; een commerciлle onderneming. 3 De deelnemers aan het samenwerkingsverband voeren voor gezamenlijke rekening en risico een investeringsproject uit. 4 Eйn van de deelnemers treedt namens het samenwerkingsverband op als penvoerder. 5 De penvoerder is te allen tijde verantwoordelijk voor het gehele investeringsproject en voor alle deelnemers aan het samenwerkingsverband; 6 De inzet van alle deelnemers kent onderling een evenwichtige verdeling, waarbij het aandeel van de grootste deelnemer gemeten naar aandeel in kosten maximaal 70 procent van zowel de totaal begrote projectkosten is. 7 Minimaal twee deelnemers zijn gevestigd in de provincie. 8 De activiteiten van de deelnemers komen ten goede aan de inwoners van Noord-Brabant. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1 Subsidie kan worden verleend voor investeringsprojecten ten behoeve van zorgvragers, mantelzorgers, vrijwilligers en hulpverleners gericht op een betere benutting van succesvolle ICT-toepassingen. 2 Investeringprojecten hebben de kenmerken van een oriлntatiefase of een ontwikkelfase. 3 Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor: de oriлntatiefase; de ontwikkelfase. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1 Alleen de volgende kosten die door een samenwerkingsverband worden gemaakt en betaald zijn subsidiabel: personeelskosten van medewerkers die zich met het investeringsproject bezighouden. personeelskosten voor projectmanagement, tot een maximum van tien procent van de totaal begrote loonkosten van het investeringsproject. kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het investeringsproject worden gebruikt. Indien de apparatuur en uitrusting zoals bedoeld in lid c niet tijdens hun volledige levensduur voor het investeringsproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten voor de looptijd van het investeringsproject berekend. kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten van kennisinstituten die uitsluitend voor de investeringsproject worden gebruikt, zoals advies en dienstverlening op het gebied van vraagsturing, verandermanagement, ketenlogistiek, samenwerking, zakelijke afweging en rechtvaardiging voor het project, communicatie, draagvlak, onderzoek en evaluatie. extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het investeringsproject voortvloeien, zoals reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan leerbijeenkomsten en wetenschappelijke symposia binnen de Europese Unie, tot een maximum van tien procent van de totaal begrote kosten van het investeringsproject. 2 Exploitatiekosten die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering komen niet in aanmerking voor subsidie. Artikel 5 Maximaal subsidiebedrag 1 De subsidie wordt, met inachtneming van de maximum bedragen genoemd in artikel 6, vierde en vijfde lid, berekend over de begrote subsidiabele kosten per deelnemende organisatie. 2 De subsidie voor een kleine organisatie bedraagt maximaal 60 procent per investeringsproject. 3 De subsidie voor een middelgrote organisatie bedraagt maximaal 50 procent per investeringsproject. 4 De subsidie voor een grote organisatie bedraagt maximaal 40 procent per investeringsproject. 5 Voor de vaststelling of een organisatie als klein, middelgroot of groot kan worden aangemerkt, is de situatie op de datum van indiening van de subsidieaanvraag bepalend. 6 Eventueel eerder verstrekte subsidie voor het investeringsproject door de Europese Unie wordt in mindering gebracht op de begrote kosten. Artikel 6 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast van 5.500.000,- euro voor de periode 2009 tot en met 2011, onderverdeeld naar twee tranches zoals bedoeld in lid 2 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.