Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2011Besluit van de raad der gemeente Borsele tot vaststelling van de verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting
- De raad der gemeente Borsele; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2010; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting
- Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is de houder van een hond. 2Als houder wordt aangemerkt, degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van de hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet be-doelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kat-tenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te samen met de moederhond worden gehou-den; Artikel4Maatstaf van heffing en tarief De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5Belastingtarief 1De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond € 50,00; voor iedere hond boven het aantal van één € 75,
- 2In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 150,00 per kennel. 3Het tweede lid blijft buiten toepassing indien de belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeel-ten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belas-tingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijn van betaling 1De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslag-biljet. 2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet vere-nigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het ka-lenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de hef-fing en de invordering van de hondenbelasting. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening hondenbelasting 2010" van 3 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking per 1 januari
- 3De datum van ingang van heffing is 1 januari
- 4Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2011". Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 december 2010.de griffier, de voorzitter,