Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011.De raad der gemeente Borsele; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten
- Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het ge-meentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde ge-meentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en tarief 1Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per belastingjaar € 376,60 per bedrijfspand. 2onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid wordt het tarief genoemd in het voorgaande lid verhoogd met een bedrag van € 125,50 voor een container met een inhoud van 140 liter en € 188,20 voor een container met een inhoud van 240 liter voor elke op verzoek beschikbaar ge-stelde container boven het getal van twee. 3onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden bedraagt het recht voor het op verzoek be-schikbaar stellen van een container voor het verwijderen van papier per jaar € 37,
- 4de tarieven genoemde in de voorgaande leden zijn inclusief omzetbelasting. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 wordt bij wege van aanslag geheven. 2De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 3 wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toe-zending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1De rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschul-digde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaan-den overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op onthef-fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de ge-meente verhuist. Artikel8Termijn van betaling 1De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslag-biljet. 2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet vere-nigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het ka-lenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde ter-mijnen. Artikel9Vrijstellingen De rechten bedoeld in deze verordening worden niet geheven van gebruikers van gebouwen of ge-deelten van gebouwen, die uitsluitend worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente Borsele. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsrechten. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening reinigingsrechten 2010" van 3 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking per 1 januari
- 3De datum van ingang van heffing is 1 januari
- 4Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsrechten 2011". Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 december 2010.de griffier, de voorzitter,