Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Werkgever:Het college van burgemeester en wethouders. Medewerker:De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR, voor zover deze een vaste aanstelling heeft dan wel tijdelijk is aangesteld voor de duur van tenminste één jaar. Keuzemodel arbeidsvoorwaarden:Medewerkers kunnen bepaalde arbeidsvoorwaarden (bestedingsruimte) kiezen uit een pakket opgesteld door de werkgever, die ingezet worden als ruilmiddel voor in dat pakket opgenomen faciliteiten op het terrein van de arbeidsvoorwaarden (producten). Bestedingsruimte:De bestedingsruimte bestaat uit bepaalde arbeidsvoorwaarden die onder bepaalde voorwaarden ingeruild worden voor bepaalde andere arbeidsvoorwaarden, ofwel de producten. De bestedingsruimte is opgebouwd uit: bezoldiging (bruto salaris inclusief vaste toeslagen); eindejaarsuitkering; vakantietoelage; Aanvullende componenten m.b.t. de bestedingsruimte: Medewerkers kunnen de bestedingsruimte uitbreiden door onderstaande componenten aan de bestedingsruimte toe te voegen: vakantie-uren op basis van hoofdstuk 4A CAR; spaaruren; persoonsgebonden budget; Producten: Producten zijn arbeidsvoorwaarden die de medewerker voor het inzetten van de bestedingsruimte terugkrijgt. De producten zijn: vakantie-uren; extra brutoloon; vergoeding reiskosten woon-werkverkeer; eigen bijdrage studiefaciliteiten; kerstattentie; fiets; bedrijfsfitness abonnement; bijsparen voor ouderdomspensioen; levensloop sparen; spaarloon; contributie vakbondslidmaatschap; Persoonsgebonden budget (PGB):Een budget dat door de werkgever aan iedere medewerker wordt verstrekt om bepaalde arbeidsvoorwaarden (gedeeltelijk) te financieren. De medewerker kan het budget als bestedingsruimte aanwenden voor door de werkgever vastgestelde producten. Het PBG bedraagt een door de werkgever vast te stellen bedrag per kalenderjaar, naar rato van duur aanstelling en omvang dienstbetrekking. Keuzesimulator:Het door de werkgever beschikbaar gestelde automatiseringsprogramma ter ondersteuning van het maken en verwerken van keuzes in arbeidsvoorwaarden op basis van deze regeling. Artikel 2 Deelname aan de regeling Lid 1 De medewerker neemt deel aan de regeling door definitieve keuzes in de keuzesimulator in te voeren. Lid 2 De keuzesimulator wordt als volgt opengesteld voor de keuze van producten. Medewerkers hebben afhankelijk van de onderliggende regeling en de hoogte van de bestedingsruimte de mogelijkheid om gedurende het jaar hun keuzes te maken. De producten zijn: levensloop sparen; spaarloon; vakantie-uren; extra brutoloon; vergoeding reiskosten woon-werkverkeer; kerstattentie; bijsparen voor ouderdomspensioen; eigen bijdrage studiefaciliteiten en cursussen; fiets; Bedrijfsfitness contributie vakbondslidmaatschap; Artikel 3 Toetsing aanvraag Lid 1 De werkgever willigt een verzoek met betrekking tot aan- en verkoop van verlof in, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Er is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen: van financiële of organisatorische aard; wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk; omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting geen ruimte biedt; voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren; op het gebied van veiligheid; van roostertechnische aard. Lid 2 Overige verzoeken voor toepassing van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden worden gehonoreerd, mits zij passen binnen de (fiscale) wet- en regelgeving. Indien de (fiscale) wet- en regelgeving tussentijds wijzigt zal de toepassing van de regeling in overeenstemming met de nieuwe wet- en regelgeving plaatsvinden. Lid 3 De werkgever bepaalt of een aanvraag in overeenstemming is met de gestelde voorwaarden zoals onder meer opgenomen in dit artikel, in artikel 4 lid 1 van deze regeling alsmede de voorwaarden zoals opgenomen in de bijlage. Werknemer is in dit verband verplicht alle door de werkgever gewenste informatie of (bewijs)stukken te verstrekken. Lid 4 Na ondertekening van de overeenkomst door werknemer en werkgever heeft het formulier het karakter van een overeenkomst. Artikel 4 Gevolgen van de keuze Lid 1 Indien aan de belastingvrije uitbetaling van een doel door de belastingdienst bijzondere voorwaarden worden verbonden, is de medewerker gehouden aan deze voorwaarden te voldoen en dit desgewenst aan te tonen. De werkgever informeert de medewerker over deze bijzondere voorwaarden. Een eventuele naheffing als gevolg van het niet voldoen aan deze voorwaarden, komt voor rekening van de medewerker. Lid 2 Verlaging van de bezoldiging door de inzet als bestedingsruimte kan gevolgen hebben voor de pensioengrondslag, salaris tijdens ziekte of zwangerschap, het bruto salaris sociale verzekeringen, de grondslag voor inkomensafhankelijke voorzieningen en andere loongerelateerde uitkeringen zoals de vakantietoelage. Deze gevolgen zijn voor rekening van de medewerker. Lid 3 Waar sprake is van inkomensgevolgen en/of gevolgen voor inkomensafhankelijke uitkeringen/subsidies voor de medewerker als gevolg van het voorgaande lid, zal dit niet worden gecompenseerd door de werkgever. Artikel 5 Voorwaarden Lid 1 De medewerker kan verzoeken zijn bestedinsgruimte in te zetten voor (een combinatie van) producten. Lid 2 Het inzetten van bezoldiging, vakantietoelage en eindejaarsuitkering als bron is mogelijk, voor zover de bezoldiging niet lager wordt dan het maandbedrag van het minimumloon dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag cq. krachtens de CAR / RLA geldt voor medewerkers van dezelfde leeftijd als de medewerker. Lid 3 Bij het ruilen van vakantie-uren tegen bestedingsruimte en omgekeerd moet voldaan worden aan artikel 4a:1 van de CAR / RLA. Lid 4 De voorwaarden / toelichting genoemd in de bijlagen 1 maakt onlosmakelijk onderdeel uit van deze regeling. Artikel 6 Einde van het recht op deelname Lid 1 Het recht op deelname aan het keuzemodel arbeidsvoorwaarden eindigt op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking van de medewerker. Lid 2 Bij beëindiging van de dienstbetrekking vindt een herberekening plaats van de hoogte van het persoonsgebonden budget. Indien er na de herberekening sprake blijkt te zijn van een overschrijding van het budget, zal verrekening met resterende salarisaanspraken plaatsvinden of zal het resterende bedrag bij de medewerker worden teruggevorderd. Artikel 7 Onrechtmatig gebruik Wanneer de medewerker onjuiste gegevens verstrekt en/of onrechtmatig gebruik maakt van deze regeling, worden de totale kosten –met inbegrip van rente, verhaalskosten e.d.- die de werkgever maakt met terugwerkende kracht op de medewerker verhaald. Artikel 8 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen. Artikel 9 Algemene bepalingen in verband met aanvragen Lid 1 Indien het keuzemodel arbeidsvoorwaarden wordt ingezet voor aankopen dan mag het alleen worden aangewend voor aankopen bij, dan wel het aangaan van een overeenkomst met, een leverancier/ instituut ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Lid 2 Het gebruik van het persoonsgebonden budget is uitsluitend voorbehouden aan het eigen zakelijk gebruik van de deelnemer van deze regeling. Lid 3 Aankopen luiden altijd incl. BTW in zoverre BTW in rekening wordt gebracht. Lid 4 Onvolledig ingevulde formulieren dan wel het ontbreken van de juiste bewijsstukken worden niet in behandeling genomen cq. gehonoreerd. Lid 5 Indien de toepassing van deze regeling in een individueel geval onredelijk uitwerkt, is het hoofd Beleid en Control van de dienst Stadsbalie bevoegd naar redelijkheid en billijkheid een nadere toepassingsregeling te treffen. Voor deze nadere regeling is het hoofd Beleid en Control verantwoording verschuldigd aan de directeur van de aanvrager. Lid 6 Door gebruikmaking van de keuzesimulator verklaart de medewerker tevens bekend te zijn met deze regeling en de hierbij behorende toelichting en vrijwaart hij of zij de werkgever van eventuele gevolgen voortvloeiend uit een eventuele naheffing - inclusief rente en boete - door de belastingdienst. Bijlage 1 Nadere toelichting en voorwaarden met betrekking tot BESTEDINGSRUIMTE Bezoldiging De bezoldiging zoals omschreven in art 3:1 lid 2 sub c CAR/RLA is onderdeel van de bestedingsruimte. De bezoldiging mag niet lager worden dan het maandbedrag dat voor de betreffende medewerker geldt krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet Minimumloon en minimum Vakantiebijslag cq. krachtens de CAR/RLA. Hoofdregel is dat indien bruto bezoldiging wordt geruild tegen een (onbelast) beloningselement, het zogenaamde pensioengevende loon – heffingsgrondslag – van de betreffende medewerker moet worden verlaagd. De medewerker betaalt hierdoor minder premie. Consequentie hiervan is dat de toekomstige pensioenuitkeringen waar de medewerker recht op heeft ook lager worden. Voor een aantal beloningselementen is door de Staatssecretaris van Financiën een uitzondering gemaakt (besluit 22 februari 2002, CPP2001/3047M). Daarbij geldt dat het verschil tussen het oorspronkelijke pensioengevende loon en het verlaagde pensioengevende loon zoals dat eigenlijk zou dienen te worden vastgesteld, niet meer mag bedragen dan 30% van het oorspronkelijke pensioengevende loon. De producten koop vakantie-uren eigen bijdrage studiefaciliteiten fiets spaarloon levensloop pensioen bijsparen kerstattentie tegen inzet van brutoloon hebben geen gevolgen voor het pensioen van de medewerker. De producten vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en vakbondscontributie leiden wel tot verlaging van de pensioengrondslag. Eindejaarsuitkering De in december uit te keren eindejaarsuitkering, zoals omschreven in art. 3:6 CAR/RLA is onderdeel van de bestedingsruimte. De eindejaarsuitkering behoort tot de grondslag voor de berekening van de pensioenuitkeringen. Het inzetten van deze uitkering kan daarom gevolgen hebben voor de pensioenopbouw van de medewerker (zie hiervoor bij bezoldiging) Vakantietoelage De in mei uit te betalen vakantietoelage, zoals bedoeld in art. 6:3 CAR/RLA is onderdeel van debestedingsruimte. De vakantietoelage mag niet lager worden dan het maandbedrag dat voor de betreffende medewerker geldt krachtens de Wet Minimumloon en minimum Vakantiebijslag cq. krachtens de CAR/RLA. De vakantietoelage behoort tot de grondslag voor de berekening van de pensioenuitkeringen. Het inzetten van deze uitkering kan daarom gevolgen hebben voor de pensioenopbouw van de medewerker (zie hiervoor bij bezoldiging). (Vakantie-)uren Lid 1 Hoofdstuk 4a van de CAR/RLA is van toepassing. Lid 2 Elke medewerker kan jaarlijks op grond van hoofdstuk 4a van de CAR maximaal 72 vakantie-uren inzetten in het kader van het keuzemodel, voor parttimers geldt dit naar rato. Ingeval van inzet van vakantie-uren geldt de bepaling dat voor het betreffende kalenderjaar het wettelijk aantal van minimaal 144 vakantie-uren moet resteren; voor parttimers geldt dit naar rato. Lid 3 De waarde van één vakantie-uur staat gelijk aan het 1/156e deel van het actuele voltijdsalaris (bruto). Voor de aanschaf van een fiets geldt een minimum van €13,-. Bij inlevering tegen nettoloon wordt de verrekening met het salaris vastgelegd in de keuzesimulator. Lid 4 De waarde van één spaaruur voor de aanschaf van een fiets staat gelijk aan het 1/156e deel van het actuele voltijdsalaris (bruto), met een minimum van €13,-. Lid 5 De koop- of verkoop van vakantieuren dient door de medeweker vooraf overlegd te zijn met de leidinggevende om te toetsen of wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 3, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.